Als je de mens wilt begrijpen, moet je drie vragen kunnen beantwoorden. Wie ben ik? Wat is de situatie? Wat doen de anderen? Het afgelopen jaar heeft eens te meer aangetoond dat de eerste vraag de andere overstijgt. Je zou verwachten dat het antwoord op de vraag 'draag je een mondmasker?' zou zijn: dat hangt af van de perceptie van het gevaar en de beschermingsgraad. In de Verenigde Staten moest je vooral weten of je voor of tegen Donald Trump was. In Japan werd de vraag niet eens gesteld. Zelden stond de identiteitsdiscussie zo centraal. Voor veel diepgelovigen telde de ophokplicht niet. Zelfs de liquide identiteit van transgenders was tijdens de meest intense gezondheidscrisis de uitgebreide media-aandacht waard.

In onze streken leken we verdacht veel op wat vroeger non-frustration children heetten. De kinderdokter Benjamin Spock stelde dat je kinderen niet nodeloos mocht frustreren. Lockdownfeestjes, snel nog even op de Meir gaan shoppen, kerstmarkten, illegaal naar de kapper of een gezellige hap in Luxemburg. Enkele maanden gefrustreerd rondlopen, dat kon eenvoudig niet. We leken wel verwende kinderen, die in ieder geval op reis wilden naar warmere oorden.

Reken niet op redelijkheid.

Verlies weegt zwaarder dan winst. We waarderen de dingen pas als we ze kwijt zijn. Dingen die we vroeger deden ter afwisseling werden essentiële behoeften: met vrienden samenzijn, barbecueën, vrij bewegen, fietsen. We vergeten snel, maar de centrale plaats van die behoeften zal wel lang blijven hangen, net als het inzicht dat het schoolsysteem een economisch systeem is, met professionele babysit, waardoor mama en papa zorgeloos kunnen gaan werken. Maar voor veel zaken was ons geheugen wel van heel korte duur. Tijdens de eerste golf kregen we tranen in de ogen van de helden van de zorg en we sloegen om 20 uur op potten en pannen. In de tweede golf deden ze gewoon hun werk en hadden ze onze warmte niet meer nodig. We waren blij dat de supermarkten openbleven, bijna zonder stockbreuk. Veel dankbaarheid hoefden de winkels daarvoor niet te verwachten.

Voor mij was het meest opvallende de afwezigheid van een heldere, omvattende en inspirerende mensvisie. Er leek maar één dominant model: dat van de epidemiologen. Economen legden ons uit dat bergen schulden maken een goede zaak was, maar voor de rest leek weerstand nutteloos. Psychologen kwamen zelden verder dan wat elementaire motivatietheorieën, vooral gericht op het individu, bijna systematisch vergetend: meer is anders. De som van al die brave of stoute mensjes is geen model voor de gemeenschap. Hoe meer iedereen riep om perspectief, hoe stiller de menswetenschappers werden. Alarmkreten in overvloed, maar een theorie, een model, een visie? Wachten op Godot, sorry, op een vaccin. Nooit heb ik zo goed beseft wat de postmodernisten bedoelden met het einde van de Grote Verhalen. Een mobiliserende kracht die voor zingeving zou zorgen? Doodse stilte. Ik heb vruchteloos gewacht op een overkoepelende visie, zowel op crisismanagement als op wat we samen wél en wat we niet mogen verwachten.

Ten einde raad formuleer ik er dan maar zelf een. Bij een uitslaande epidemie is de verantwoordelijkheid nooit individueel, maar altijd collectief. Doe geen oproepen op redelijkheid of gezond verstand, werk niet met schaamte. Zorg voor ondubbelzinnige heldere structuren, waaraan iedereen zich onvoorwaardelijk moet houden. Zodra er een vaccin is en voldoende mensen ingeënt zijn, zal de verantwoordelijkheid worden omgedraaid. Er zal nog een vrij groot risico zijn, maar geen systeemrisico meer. Iedereen zal voor zichzelf kunnen beslissen wat zijn gezond verstand of primitieve instincten dicteren, pas dan zal de vrijheid opnieuw domineren. Dat is de aard van het beestje. Daar hebben de virologen eens te meer volkomen gelijk in.

Als je de mens wilt begrijpen, moet je drie vragen kunnen beantwoorden. Wie ben ik? Wat is de situatie? Wat doen de anderen? Het afgelopen jaar heeft eens te meer aangetoond dat de eerste vraag de andere overstijgt. Je zou verwachten dat het antwoord op de vraag 'draag je een mondmasker?' zou zijn: dat hangt af van de perceptie van het gevaar en de beschermingsgraad. In de Verenigde Staten moest je vooral weten of je voor of tegen Donald Trump was. In Japan werd de vraag niet eens gesteld. Zelden stond de identiteitsdiscussie zo centraal. Voor veel diepgelovigen telde de ophokplicht niet. Zelfs de liquide identiteit van transgenders was tijdens de meest intense gezondheidscrisis de uitgebreide media-aandacht waard. In onze streken leken we verdacht veel op wat vroeger non-frustration children heetten. De kinderdokter Benjamin Spock stelde dat je kinderen niet nodeloos mocht frustreren. Lockdownfeestjes, snel nog even op de Meir gaan shoppen, kerstmarkten, illegaal naar de kapper of een gezellige hap in Luxemburg. Enkele maanden gefrustreerd rondlopen, dat kon eenvoudig niet. We leken wel verwende kinderen, die in ieder geval op reis wilden naar warmere oorden. Verlies weegt zwaarder dan winst. We waarderen de dingen pas als we ze kwijt zijn. Dingen die we vroeger deden ter afwisseling werden essentiële behoeften: met vrienden samenzijn, barbecueën, vrij bewegen, fietsen. We vergeten snel, maar de centrale plaats van die behoeften zal wel lang blijven hangen, net als het inzicht dat het schoolsysteem een economisch systeem is, met professionele babysit, waardoor mama en papa zorgeloos kunnen gaan werken. Maar voor veel zaken was ons geheugen wel van heel korte duur. Tijdens de eerste golf kregen we tranen in de ogen van de helden van de zorg en we sloegen om 20 uur op potten en pannen. In de tweede golf deden ze gewoon hun werk en hadden ze onze warmte niet meer nodig. We waren blij dat de supermarkten openbleven, bijna zonder stockbreuk. Veel dankbaarheid hoefden de winkels daarvoor niet te verwachten.Voor mij was het meest opvallende de afwezigheid van een heldere, omvattende en inspirerende mensvisie. Er leek maar één dominant model: dat van de epidemiologen. Economen legden ons uit dat bergen schulden maken een goede zaak was, maar voor de rest leek weerstand nutteloos. Psychologen kwamen zelden verder dan wat elementaire motivatietheorieën, vooral gericht op het individu, bijna systematisch vergetend: meer is anders. De som van al die brave of stoute mensjes is geen model voor de gemeenschap. Hoe meer iedereen riep om perspectief, hoe stiller de menswetenschappers werden. Alarmkreten in overvloed, maar een theorie, een model, een visie? Wachten op Godot, sorry, op een vaccin. Nooit heb ik zo goed beseft wat de postmodernisten bedoelden met het einde van de Grote Verhalen. Een mobiliserende kracht die voor zingeving zou zorgen? Doodse stilte. Ik heb vruchteloos gewacht op een overkoepelende visie, zowel op crisismanagement als op wat we samen wél en wat we niet mogen verwachten. Ten einde raad formuleer ik er dan maar zelf een. Bij een uitslaande epidemie is de verantwoordelijkheid nooit individueel, maar altijd collectief. Doe geen oproepen op redelijkheid of gezond verstand, werk niet met schaamte. Zorg voor ondubbelzinnige heldere structuren, waaraan iedereen zich onvoorwaardelijk moet houden. Zodra er een vaccin is en voldoende mensen ingeënt zijn, zal de verantwoordelijkheid worden omgedraaid. Er zal nog een vrij groot risico zijn, maar geen systeemrisico meer. Iedereen zal voor zichzelf kunnen beslissen wat zijn gezond verstand of primitieve instincten dicteren, pas dan zal de vrijheid opnieuw domineren. Dat is de aard van het beestje. Daar hebben de virologen eens te meer volkomen gelijk in.