Frankrijk wordt al een tijd geteisterd door spoorstakingen. De vakbonden zijn onder meer woedend omdat president Emmanuel Macron een einde wil maken aan het gunstige pensioenregime voor het spoorwegpersoneel. In sommige gevallen kan dat al op 52 of zelfs 50 jaar met pensioen.
...

Frankrijk wordt al een tijd geteisterd door spoorstakingen. De vakbonden zijn onder meer woedend omdat president Emmanuel Macron een einde wil maken aan het gunstige pensioenregime voor het spoorwegpersoneel. In sommige gevallen kan dat al op 52 of zelfs 50 jaar met pensioen. Met enig cynisme kunnen we zeggen dat de situatie in ons land minder dramatisch is. Hier kan het rijdend personeel van de NMBS op 56 jaar uittreden. Dat gunstregime zal worden afgebouwd, blijkt uit het akkoord dat de regering eind vorige maand heeft afgesloten. Al gebeurt dat zeer langzaam. Per jaar stijgt de leeftijdsvoorwaarde met een half jaar, waardoor het gunstregime pas tegen 2039-2040 verdwijnt. Uiteraard gaat het maar om een beperkte groep van het overheidspersoneel. Maar het is een slecht signaal dat de regering-Michel in zo'n lange overgangsfase voorziet. Het is niet anders met de hervorming van de pensioenregeling voor ambtenaren. De preferentiële tantièmes worden afgeschaft. Dat is goed nieuws, want dat gunstregime stuurt het effectieve aantal gewerkte jaren bij, zodat ambtenaren met pensioen kunnen gaan voor ze effectief 45 jaar hebben gewerkt. Maar in de plaats van die tantièmes komt het systeem van de zware beroepen dat ambtenaren toelaat vroeger te stoppen met werken. Die lijst van zware beroepen ligt nog niet vast. De kans is groot dat die onder druk van de vakbonden zeer uitgebreid zal zijn. Dat is een gevaarlijk precedent voor de regeling van de vervroegde uitstap voor zware beroepen in de privésector. Als straks bij wijze van spreken bijna iedereen een zwaar beroep heeft, zal vervroegde pensionering op pakweg 63 jaar of zelfs jonger voor veel werknemers en ambtenaren de normaalste zaak van de wereld blijven. Ondanks de beslissing van de regering om de wettelijke pensioenleeftijd op te trekken van 65 naar 66 jaar in 2025 en naar 67 jaar in 2030. Het debat over de zware beroepen is van in het begin verkeerd gevoerd. In plaats van een lijst van werknemers en ambtenaren op te stellen die vervroegd met pensioen kunnen gaan, moet de regering zich afvragen hoe ze iemand tot 67 jaar kan laten werken. Dat gebeurt niet. De focus ligt op de communicatie van de federale excellenties die beweren dat de regering het pensioensysteem grondig door elkaar schudt. Terwijl men niet verder komt dan maatregelen in de marge. Uiteraard is het strengere vervroegd pensioen en brugpensioen (nu stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag of SWT) toe te juichen. Uiteraard is de afbouw van gedateerde pensioenvoordelen voor ambtenaren een goede zaak. Denken we maar aan het niet langer volledig meetellen van de studiejaren in de berekening van het pensioen. Maar er is meer nodig. Waarom geen duidelijk traject voor een versnelde afbouw van het vervroegd pensioen en het SWT? Waarom de perequatie niet gewoon afschaffen? Dat systeem maakt dat de ambtenarenpensioenen niet alleen stijgen met de inflatie maar ook met de reële lonen van het overheidspersoneel. Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) zegt de voorzichtige aanpak te verkiezen en verbergt zich achter twee argumenten. Eén: nu wordt tenminste iets gedaan, terwijl de pensioenhervormingen onder ministers als wijlen Michel Daerden (PS) weinig voorstelden. Twee: met een voorzichtige, trapsgewijze aanpak valt meer te bereiken en blijft protest uit. Is dat zo? Dat valt te betwijfelen. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. De vergrijzingsgolf is nu al een feit. De pensioenuitgaven fietsen richting 45 miljard euro. Dat is evenveel als het netto belastbaar inkomen van alle Belgen. In 2012 lagen de pensioenuitgaven 7 miljard euro lager dan vandaag. In 2004 bedroegen de pensioenuitgaven 25 miljard euro. De uitgaven voor ambtenarenpensioen zijn in vijf jaar gestegen van 10 naar bijna 13 miljard euro. Die cijfers tonen aan dat ingrepen nodig zijn die vandaag effect ressorteren. Maar een echte pensioenhervorming komt er niet. Dat is een gemiste kans voor de regering-Michel. Voor structurele maatregelen is het zo goed als zeker wachten tot de volgende legislatuur. Ten vroegste vanaf eind 2019, begin 2020 dus.