Dat de regering op zoek moet naar 2 miljard om de begroting op orde te krijgen, is haar eigen fout. Ze wil net als een de paarse regeringen-Verhofstadt een evenwicht bereiken tussen lastenverlagingen voor de rechtervleugel van de regering (N-VA, MR, Open Vld) en hoge sociale uitgaven voor de linkervleugel (CD&V). Dat was en is niet houdbaar. De regering-Michel zal moeten kiezen.
...

Dat de regering op zoek moet naar 2 miljard om de begroting op orde te krijgen, is haar eigen fout. Ze wil net als een de paarse regeringen-Verhofstadt een evenwicht bereiken tussen lastenverlagingen voor de rechtervleugel van de regering (N-VA, MR, Open Vld) en hoge sociale uitgaven voor de linkervleugel (CD&V). Dat was en is niet houdbaar. De regering-Michel zal moeten kiezen.De regering-Michel wordt zowel aan de inkomsten- als aan de uitgavenzijde van de overheidsfinanciën geconfronteerd met tegenvallende resultaten. Het grootste probleem met de inkomsten is dat bedrijven veel minder belastingen vooraf betalen dan de regering gehoopt had. Op zich veroorzaakt dat al een gat van een miljard euro. Ook de btw-inkomsten vallen tegen. Die cijfers zijn in lijn met wat de Nationale Bank een paar weken geleden in haar jaarverslag schreef.Aan de uitgavenkant is er reden tot bezorgdheid, zeker voor de sociale zekerheid. Daar komen de uitgaven 400 miljoen euro hoger uit dan aanvankelijk gedacht. Neem daar nog eens de 500 miljoen euro extra bij die moeten worden doorgestort aan de regio's, en de regering komt uit op een tekort van 2 miljard euro. De begrotingscontrole van de komende weken wordt dus een hele klus.De regering kan zich nu niet meer verbergen achter het argument dat de taxshift - lagere lasten op arbeid gecompenseerd door andere inkomsten - de economie zo'n sterke boost geeft dat er snel voor miljoenen euro's terugverdieneffecten zullen zijn via de banencreatie. Premier Charles Michel en co hebben wel gelijk als ze zeggen dat de tanker van de overheidsfinanciën gekeerd is. Het overheidsbeslag neemt inderdaad af, maar het geleverde werk is ruim onvoldoende om van gezonde financiën te kunnen spreken. En daar is de regering zelf verantwoordelijk voor. Ze moet ook niet proberen zich te verbergen achter de slabakkende groei, zoals minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) doet.De Zweedse coalitie koos voor een budgettaire aanpak die gelijkenissen vertoont met wat Guy Verhofstadt onder paars heeft geprobeerd: zowel de linker- als de rechterzijde van de coalitie plezieren. Onder Verhofstadt werd vaak het principe gehanteerd dat één euro belastingverlaging ('één euro fiscaal', zo werd het genoemd, een liberale eis) ook één euro extra sociale uitgaven (een socialistische eis) betekende. De zogenaamde terugverdieneffecten van dat beleid vielen tegen en de paarse regering soupeerde, zoals bekend, de buffer om de vergrijzingskosten op te vangen op, daarbij geholpen door sterk dalende rentelasten.Ook de regering-Michel profiteert van de dalende rentelasten, maar ze legt wel meer discipline aan de dag dan de regering-Verhofstadt. De overheidsuitgaven dalen nu wel. Het beperken van de reële groeinorm in de gezondheidszorg was ondenkbaar onder paars. Maar de constante zoektocht naar een evenwicht tussen lastenverlagingen voor de rechtervleugel en hoge sociale uitgaven voor de linkervleugel doet wel degelijk denken aan de Verhofstadt-periode van tien jaar geleden. Deze aanpak is niet houdbaar. De regering moet kiezen. En dan moet ze eerst kijken naar de uitgaven, bijvoorbeeld naar de enveloppe voor het welvaartsvast maken van de uitkeringen (waardoor die niet enkel stijgen met de inflatie, maar ook reëel groeien). Die enveloppe heeft de regering voor 100 procent aangewend -onder Di Rupo was het nog 60 procent. Dat kost 1,2 miljard euro. Het jaarverslag van de Nationale Bank wijst erop dat die welvaartsenveloppe de uitkeringen vorig jaar met 2,3 procent heeft doen stijgen. Aan die stijging moet een einde komen. Om te beginnen. Daarnaast moet er voort gesneden worden in de uitgaven. En jawel, vooral in de sociale zekerheid.