In 2012 klonk de alarmkreet 'red onze industrie'. Opel Antwerpen was gesloten, Ford Genk volgde. België prijsde zich uit de markt met veel te hoge lonen, wat leidde tot de verhuizing van productie naar goedkopere oorden.
...

In 2012 klonk de alarmkreet 'red onze industrie'. Opel Antwerpen was gesloten, Ford Genk volgde. België prijsde zich uit de markt met veel te hoge lonen, wat leidde tot de verhuizing van productie naar goedkopere oorden. Vandaag bloeit de Belgische auto-industrie weer door de hoogconjunctuur. Toch schort er wat aan de arbeidsmarkt. De autobouwers Audi in Vorst en Volvo in Gent draaien overuren. Handenwringend zoeken ze technisch geschoold personeel. Het gaat te moeizaam. De belangenvereniging Agoria wil al jaren het sentiment keren, maar de industrie heeft in dit land geen aantrekkelijk imago, en dat terwijl Duitsland al decennia aantoont wat een enorme economische veerkracht de industriële sector oplevert. De arbeiders aan de band bij de premiummerken Audi, BMW en Mercedes behoren tot de best betaalde werknemers in Duitsland en zelfs de wereld. Die banen bieden zelfs in periodes van laagconjunctuur grote werkzekerheid - ook met dank aan de sterke vakbonden. Een cruciale factor is ook de innige verwevenheid van het onderwijs en de werkvloer. De jeugdwerkloosheid in de Duitstalige landen is de laagste in West-Europa. Het is een aantoonbaar voorbeeld van hoe de schrikwekkend hoge jeugdwerkloosheid in het Brusselse Gewest zou kunnen verdwijnen. Maar ons technisch onderwijs scoort ondermaats en levert niet de juiste profielen op. Ontzettend jammer. Zes jaar later luidt de alarmkreet: red ons technisch onderwijs. Want industrie is een garantie voor een toekomstbaan.