Begin dit jaar werd de Chinese president Xi Jinping in Davos als een held gehuldigd omdat hij er publiekelijk de globalisering verdedigde en waarschuwde voor de gevaren van het protectionisme. Het communistische China zou zowaar de Verenigde Staten van Donald Trump vervangen als wereldwijde behoeder van de kapitalistische vrijhandel.
...

Begin dit jaar werd de Chinese president Xi Jinping in Davos als een held gehuldigd omdat hij er publiekelijk de globalisering verdedigde en waarschuwde voor de gevaren van het protectionisme. Het communistische China zou zowaar de Verenigde Staten van Donald Trump vervangen als wereldwijde behoeder van de kapitalistische vrijhandel.Wie die illusie koesterde, is intussen met een kater wakker geworden. Vorige week vond in Peking een grote top plaats over het 'One Belt, One Road'-initiatief. Dat Chinese prestigeproject verenigt meer dan vijfenzestig landen rond een nieuwe handel- en zeevaartroute die met Chinees geld uit de grond moet worden gestampt. Daarvoor wil Peking meer dan duizend miljard dollar investeren: een geldberg die vele landen en bedrijven verleidt, België inbegrepen.Vanzelfsprekend zijn de Chinezen niet de grootste mecenassen uit de wereldgeschiedenis. Met investeren bedoelt China het transfereren van het Chinese economische model en het subsidiëren van Chinese bedrijven. China beoogt het economische equivalent van militaire 'botten op de grond': wegen, tunnels, bruggen, spoorlijnen, elektriciteitscentrales, havens, allemaal met geld van Chinese staatsbanken, door vooral Chinese bedrijven, met vooral Chinese werknemers, voor vooral Chinese export. Allemaal stukken op een internationaal schaakbord dat de Chinese invloedssfeer zuid- en westwaarts moet uitbreiden.De Chinese economie is groot geworden met een georkestreerde infrastructuur-bonanza. Intussen is het land volgestouwd. Infrastructuur uitrollen buiten China is dus een goed stimulusbeleid voor Chinese bedrijven. Het houdt de Chinese motor draaiende, terwijl het de geopolitieke positie van China uitbouwt: welkom in de wondere wereld van de globalisering 2.0.Globalisering 1.0 dreef op markten, private investeringen en internationale regels, allemaal gedragen door een cultuur van handel, nijverheid en eigendom. Dat was en is het exporteren van een westers economisch model, eerst door de Verenigde Staten naar Europa en Japan na de Tweede Wereldoorlog, en vervolgens wereldwijd verspreid na het einde van de Koude Oorlog. Met 'One Belt, One Road' test China nu de exporteerbaarheid van zijn economisch model waarin de staat en centralistische planning de groei aandrijven. De risico's voor China zijn groot. Centralistische planning en infrastructuurprojecten hebben altijd de neiging tot peperdure misrekening, ook in China zelf. Daarbovenop komt nu de gok van de internationalisering. Die vermengt infrastructuur met geopolitiek en staatsbelang. Wat feitelijk Chinese overheidsinvesteringen zijn, worden uitgevoerd in schimmige landen zoals Kirgizië, Oezbekistan, Kazachstan, Pakistan, Myanmar of Iran. De kansen op gigantische blunders zijn zeer groot. De kansen op politieke conflicten nog groter. De globalisering die de jongste decennia universeel welvaart en vrede heeft gebracht, verkeert in een leiderschapsvacuüm. De Verenigde Staten willen even niet meer. De Europese Unie durft niet meer. Een geïsoleerd Verenigd Koninkrijk kan niet meer. In dat vacuüm stapt nu Chinees leiderschap. Als die stap lukt, zijn de gevolgen niet alleen economisch of politiek, maar ook historisch.