Nobelprijswinnaar Milton Friedman zei ooit dat een land ofwel vrije immigratie kan hebben, ofwel een welvaarstsstaat, maar niet beide. Met geruime vertraging hebben de sociaaldemocratische behoeders van de Deense welvaartsstaat die boodschap begrepen. Ze wonnen de nationale verkiezingen door immigratiestandpunten van populistisch rechts te recupereren. Niet-westerse immigratie beperken, geen sociale voordelen voor immigranten zonder dat ze een voltijds arbeidscontract hebben, asielzoekers verhuizen naar Noord-Afrika: dat zijn voortaan linkse prioriteiten in Denemarken.

De winst van politiek links in Denemarken maakt ophef als een zeldzame uitzondering op de politieke ruk naar rechts in Europa. Maar die overwinning komt niet uit de lucht gevallen. Deense socialisten en sociaaldemocraten doen al decennialang wat hun zusterpartijen elders, in het bijzonder in België, als rechtse horror blijven verketteren.

Denemarken is de bakermat van de zogenoemde 'flexizekerheid', de combinatie van economische dynamiek met een sociaal beleid voor flexibele inzetbaarheid. Dat geeft een heel flexibele arbeidsmarkt, een streng werkloosheidssysteem en activering voor iedereen. Denemarken heeft ook een sterke traditie van pensioenkapitalisatie en pensioenfondsen. In België is dat alles een dogmatisch anathema voor politiek links en de vakbonden. In Denemarken wordt het door alle mainstreampartijen en door de sociale partners beleden.

De sociaaldemocraten in Denemarken zijn geen liberale wolven in een rode schaapsvacht. Ze staan voor torenhoge belastingen en een sterke overheid. Ze worstelen, zoals hun rode vrienden in andere landen, met de pensioenhervorming en de economische ongelijkheid. Maar ze leven niet in staat van gewapende vrede met de markteconomie. Net zoals in Nederland en in andere Scandinavische landen omarmen ze de markteconomie als de vanzelfsprekende basisvoorwaarde voor een genereuze sociale zekerheid.

Rechts populisme en socialisme vinden elkaar niet voor het eerst in de politieke geschiedenis van Europa.

Niet voor niets is de Deense sociaalliberale EU-commissaris Margrethe Vestager de Europese kampioen in het verdedigen van de vrije markt tegen de macht van de staat, de multinational of de monopolist. De rode draad in Denemarken is telkens intelligent pragmatisme dat de economie gezond houdt om sociaal beleid te financieren. Die aloude Scandinavische logica is nu ook doorgetrokken in het immigratie- en integratiebeleid.

De Deense socialisten zijn dus heus niet verveld tot identitaire nationalisten. Ze hebben ingezien dat de democratische steun en het economische potentieel voor een peperduur sociaal beleid niet duurzaam zijn zonder maatschappelijke cohesie en economische participatie. Dat doet hen inzake immigratie en integratie standpunten innemen die met die van radicaal rechts overeenstemmen. Maar het is opnieuw pragmatische logica: het is selectieve immigratie en actieve integratie, of game-over voor het Deense model.

De nieuwe forsheid van het Deense socialisme is ook perfect getimed opportunisme bij de grote breuklijnen van onze tijd. Het bedient zowel de economisch onzekere kiezers als de conservatieve nationalistische kiezers. Bij ons doet het Vlaams Belang hetzelfde, in Italië de Lega, in Frankrijk de Assemblée Nationale van Le Pen. Rechts populisme en socialisme vinden elkaar, niet voor eerst in de politieke geschiedenis van Europa. Politiek links heeft gewonnen door feitelijk naar rechts op te schuiven. De ruk naar rechts is niet gestopt, maar heeft het centrum van de politiek bereikt.

Het is afwachten of de jongste Deense wending opnieuw school maakt in Europa. Er staan nogal wat Europese olifanten te trappelen in de Deense integratiekeuken. Intra-Europese migratie kunnen de Denen niet tegenhouden. De buitengrenzen en de vluchtelingenstroom kunnen alleen Europees worden gemanaged. Familiehereniging en de toegang tot sociale voordelen moeten rijmen met Europese en internationale mensenrechten. Benieuwd wat dat gaat geven.