In 2020 viel het Belgische bruto binnenlands product (bbp) fors terug als gevolg van de coronacrisis, maar met 6,2 procent minder sterk dan aanvankelijk gevreesd. Daardoor rekent het Planbureau nu op een 'minder uitgesproken inhaalbeweging' van 4,1 procent in 2021 en 3,5 procent in 2022. In de periode 2023-2026 zou de economische groei uitkomen op gemiddeld 1,4 procent.

'Het internationale conjunctuurherstel na de coronarecessie geeft een impuls aan de Belgische uitvoer in 2021 en 2022. De uitvoergroei zou vanaf 2023 vertragen in lijn met de invoervraag van de handelspartners', zegt het Planbureau. Daarnaast verwacht het dit en volgend jaar een inhaalbeweging van de particuliere consumptie. Als gevolg van de coronapandemie potten veel gezinnen extra spaargeld op, maar dat geld zullen ze naar verwachting dus weer laten rollen. De bedrijfsinvesteringen maken pas in 2022 een inhaalbeweging, voorspelt het Planbureau voorts, maar ook hun groeitempo wordt teruggeschroefd vanaf 2023.

De Belgische inflatie - de mate waarin consumptiegoederen duurder worden - viel vorig jaar terug met 0,7 procent, maar zou volgens het Planbureau weer opveren met 1,3 procent in 2021. Daarna zal ze verder aantrekken tot 1,8 procent in 2026. De daling vorig jaar was vooral te wijten aan de lagere energieprijzen, maar die zouden dit jaar weer stijgen. 'Daarnaast oefenen accijnsverhogingen op tabaksproducten tot 2024 opwaartse druk uit op de consumptieprijsinflatie', luidt het.

Werkgelegenheid

Wat de werkgelegenheid betreft, wordt de krimp volgens het Planbureau dit jaar 'ten volle voelbaar' met -0,6 procent. Na de coronaschok bleef de krimp onder meer door de uitgebreide tijdelijke werkloosheid en het overbruggingsrecht voor zelfstandigen beperkt tot 0,1 procent. Die beschermende maatregelen zullen stilaan worden afgebouwd.

In de loop van 2022 zou de binnenlandse werkgelegenheid weer aantrekken, met een bescheiden groei van 0,6 procent. De aanwas wordt met 0,9 procent per jaar nog wat forser in periode 2023-2024, verwacht het Planbureau. Omdat de toename van de economische activiteit weer vertraagt, zwakt de werkgelegenheidsgroei uiteindelijk af tot 0,7 procent in 2025 en 0,6 procent in 2026, berekende het Planbureau. Over de hele periode 2021-2026 zou de werkende bevolking toenemen met 154.000 personen, of gemiddeld met 26.000 personen per jaar.

In verband daarmee zal het aantal werklozen dit jaar fors toenemen, met 48.000 personen, en nog licht stijgen in 2022 (+5.000). In de periode 2023-2024 volgt dan weer een grote daling van de werkloosheid (-29.000 personen per jaar). De werkloosheidsgraad stijgt van 8,9 procent in 2019 tot 10 procent in 2022, maar neemt weer af tot 8,5 procent tegen 2026, onder het niveau van voor de coronapandemie.

Het Planbureau plaatst een belangrijke kanttekening bij zijn voorlopige vooruitzichten. Die zijn 'omgeven met veel onzekerheid'. 'Het economisch herstel is op korte termijn afhankelijk van de snelheid waarmee de pandemie onder controle kan worden gebracht, en bijgevolg van het vaccinatietempo. Ook is onduidelijk hoe groot de structurele economische impact van de pandemie zal zijn op middellange termijn', luidt het. Daarnaast houden de verwachtingen geen rekening met de mogelijk gunstige impact van het Europees coronaherstelfonds.

In 2020 viel het Belgische bruto binnenlands product (bbp) fors terug als gevolg van de coronacrisis, maar met 6,2 procent minder sterk dan aanvankelijk gevreesd. Daardoor rekent het Planbureau nu op een 'minder uitgesproken inhaalbeweging' van 4,1 procent in 2021 en 3,5 procent in 2022. In de periode 2023-2026 zou de economische groei uitkomen op gemiddeld 1,4 procent. 'Het internationale conjunctuurherstel na de coronarecessie geeft een impuls aan de Belgische uitvoer in 2021 en 2022. De uitvoergroei zou vanaf 2023 vertragen in lijn met de invoervraag van de handelspartners', zegt het Planbureau. Daarnaast verwacht het dit en volgend jaar een inhaalbeweging van de particuliere consumptie. Als gevolg van de coronapandemie potten veel gezinnen extra spaargeld op, maar dat geld zullen ze naar verwachting dus weer laten rollen. De bedrijfsinvesteringen maken pas in 2022 een inhaalbeweging, voorspelt het Planbureau voorts, maar ook hun groeitempo wordt teruggeschroefd vanaf 2023. De Belgische inflatie - de mate waarin consumptiegoederen duurder worden - viel vorig jaar terug met 0,7 procent, maar zou volgens het Planbureau weer opveren met 1,3 procent in 2021. Daarna zal ze verder aantrekken tot 1,8 procent in 2026. De daling vorig jaar was vooral te wijten aan de lagere energieprijzen, maar die zouden dit jaar weer stijgen. 'Daarnaast oefenen accijnsverhogingen op tabaksproducten tot 2024 opwaartse druk uit op de consumptieprijsinflatie', luidt het. Wat de werkgelegenheid betreft, wordt de krimp volgens het Planbureau dit jaar 'ten volle voelbaar' met -0,6 procent. Na de coronaschok bleef de krimp onder meer door de uitgebreide tijdelijke werkloosheid en het overbruggingsrecht voor zelfstandigen beperkt tot 0,1 procent. Die beschermende maatregelen zullen stilaan worden afgebouwd. In de loop van 2022 zou de binnenlandse werkgelegenheid weer aantrekken, met een bescheiden groei van 0,6 procent. De aanwas wordt met 0,9 procent per jaar nog wat forser in periode 2023-2024, verwacht het Planbureau. Omdat de toename van de economische activiteit weer vertraagt, zwakt de werkgelegenheidsgroei uiteindelijk af tot 0,7 procent in 2025 en 0,6 procent in 2026, berekende het Planbureau. Over de hele periode 2021-2026 zou de werkende bevolking toenemen met 154.000 personen, of gemiddeld met 26.000 personen per jaar. In verband daarmee zal het aantal werklozen dit jaar fors toenemen, met 48.000 personen, en nog licht stijgen in 2022 (+5.000). In de periode 2023-2024 volgt dan weer een grote daling van de werkloosheid (-29.000 personen per jaar). De werkloosheidsgraad stijgt van 8,9 procent in 2019 tot 10 procent in 2022, maar neemt weer af tot 8,5 procent tegen 2026, onder het niveau van voor de coronapandemie.Het Planbureau plaatst een belangrijke kanttekening bij zijn voorlopige vooruitzichten. Die zijn 'omgeven met veel onzekerheid'. 'Het economisch herstel is op korte termijn afhankelijk van de snelheid waarmee de pandemie onder controle kan worden gebracht, en bijgevolg van het vaccinatietempo. Ook is onduidelijk hoe groot de structurele economische impact van de pandemie zal zijn op middellange termijn', luidt het. Daarnaast houden de verwachtingen geen rekening met de mogelijk gunstige impact van het Europees coronaherstelfonds.