In brede lagen van de bevolking groeit de onvrede over de lakse manier waarop de vorige regering-Wilmès, maar ook de huidige politieke verantwoordelijken de coronacrisis hebben aangepakt. Gevreesd wordt dat er extra doden zullen vallen als een gevolg van de eerdere versoepeling en de trage reactie bij de heropflakkering van het virus.
...

In brede lagen van de bevolking groeit de onvrede over de lakse manier waarop de vorige regering-Wilmès, maar ook de huidige politieke verantwoordelijken de coronacrisis hebben aangepakt. Gevreesd wordt dat er extra doden zullen vallen als een gevolg van de eerdere versoepeling en de trage reactie bij de heropflakkering van het virus.Hebben de nabestaanden van die slachtoffers een kans op een schadevergoeding, als ze naar de burgerlijke rechtbank stappen? We vroegen het Philippe Colle, hoogleraar economie en verzekeringen aan de Vrije Universiteit Brussel. "Dat slachtoffers een schadevergoeding kunnen krijgen van een falende overheid is zeker", klinkt het. "Dat is maar goed ook. In een democratische rechtsstaat zijn de burgers en de overheid onderworpen aan de wet. Concreet zou de overheid bij een foute beslissing moeten opdraaien voor de schadevergoeding, want de politici die zo'n beslissing nemen, genieten van immuniteit. De nabestaanden van de gestorven familieleden maken echter zeer weinig kans op een schadevergoeding, omdat de federale overheid volgens mij geen fout heeft gemaakt."De bestrijding van het coronavirus is een beleidsbeslissing, die aan de overheid een ruime marge geeft aan maatregelen. "De overheid heeft een grote discretionaire beslissingsbevoegdheid", redeneert Colle. "Het is niet zwart of wit. Dan stelt zich de kernvraag bij de aansprakelijkheid van elke burger. Kan een normale, redelijke en zorgvuldige persoon in dezelfde omstandigheden soortgelijke maatregelen treffen? De overheid moet rekening houden met een resem belangen, zoals de gevolgen op de economie."Bij die afweging primeert het algemene belang: de instandhouding van de volksgezondheid en de veiligheid. De professor vindt het zelfs terecht dat de regering zich bij haar beslissing over het gezondheidsbeleid ook laat adviseren door organisaties die getroffen beroepsgroepen vertegenwoordigen en niet alleen het advies van deskundigen volgt.De overheid heeft een autonome beleidsbevoegdheid. De rechter heeft slechts een 'marginaal toetsingsrecht' bij de afweging van de maatregelen. "Die mogen niet a posteriori worden afgewogen, op basis van wat we vandaag weten", aldus Colle. "Waren de beslissingen die enkele weken en maanden gelden werden getroffen, op dat moment redelijk, zorgvuldig en normaal? Dat is de belangrijkste vraag. Hier geldt ook het beginsel van de scheiding der machten. De rechter mag zich niet in de plaats van de overheid stellen."De professor denkt niet dat de getroffen maatregelen een fout uitmaken. Colle: "Een beslissing die een overheid neemt, is meestal niet positief of negatief voor iedereen. Voor de ene kan de bestrijding van het virus nooit ver genoeg gaan. Voor sommige getroffen bedrijven was de lockdown dan weer te streng. Ik denk dat het voor beide groepen erg moeilijk zal zijn een fout te bewijzen door de federale overheid."Colle denkt dus niet dat de aansprakelijkheid in het gedrang komt. "Wel stel ik me vragen over de verantwoordelijkheid van sommige partijen", meent hij. Hij wijst op het gedrag van reizigers die na een verblijf in een rode zone niet in quarantaine wilden gaan of Brusselaars die ondanks de verplichting niet of bewust verkeerd een mondmasker droegen. "Ook de virologen of andere deskundigen die het virus minimaliseerden en tot een matiging van de maatregelen aanspoorden, moeten zich de vraag stellen of ze zich wel verantwoordelijk hebben gedragen", meent hij. "Maar dat staat los van de juridische aansprakelijkheid."