Een centraal geplande economie werkt niet, schrijft Paul De Grauwe in de nieuwe editie van zijn boek De limieten van de markt. Daaraan moest ik denken toen ik een artikel in The Wall Street Journal las. De Amerikaanse auto-industrie draait op volle toeren, en vooral het luxesegment en de pick- uptrucks - die olieverslindende halfopen monsters waar Amerikanen graag mee naar de supermarkt rijden. De verklaring: Amerikanen vliegen liever niet te veel in deze coronatijden, maar willen toch nog uitstapjes doen of verre familie bezoeken, en doen dat met de auto.

Dat is goed nieuws voor de zwaar geteisterde Amerikaanse economie. De consument ruilt de ene sector in voor de andere en zorgt zo voor een passende dynamiek. Een staatseconomie zou gewoonweg subsidies geven aan de luchtvaartindustrie en de auto-industrie verplichten minder te produceren, want die vervuilt. Toch ben ik nieuwsgierig om over enkele maanden de cijfers van het aantal verkeersdoden in de Verenigde Staten te kennen. Zou het 9/11-effect zich herhalen? Na de aanslag op de Twin Towers vermeden de Amerikanen wekenlang te vliegen wegens te gevaarlijk, maar volgens econometrische studies vielen er toen meer verkeersdoden in de Verenigde Staten dan er slachtoffers in New York te betreuren waren. Bent u ook nieuwsgierig of er een 9/11-effect is? Bezoek mijn website.

De Grauwe maakt een scherp onderscheid tussen technologisch optimisme en pessimisme. Bij de vorige verkiezingen koos de N-VA onvoorwaardelijk de kant van de eco-optimisten, maar dat klinkt wat naïef. Dus verwijs je naar technologische doorbraken en spreek je over ecorealisme. De jonge klimaatbetogers moesten wat geduld leren te oefenen. In de politiek mag het niet te snel gaan. Je moet een draagvlak opbouwen. Al die boeiende voorstellen over minder CO2: niet haalbaar! We moeten blijven geloven in de creativiteit en de ondernemingszin van de mens, en vooral van de bedrijfsleider, de wetenschapper en de technoloog. Jan Jambon heeft ook al geleerd dat wetenschappers vaak gelijk hebben en door de druk van de situatie en de niet-onderhandelbare overlijdensstatistieken gelijk kunnen krijgen. Zeker als ze zich vermommen als biostatistici en waarschuwen dat het razendsnel kan gaan, veel sneller dan de kiezer wil weten.

Paul De Grauwe inspireert mij.

Besturen is vooruitzien, en de kiezer naar de mond praten is populisme. Politiek is de kunst van het haalbare. Laten we nog even uitstellen tot er spontaan een draagvlak groeit. Je mag kiezen welke cocktail ons in slaap wiegt of verblindt, je mag gelijk welke metafoor kiezen, als je maar wegblijft van iets met huizen die nog niet in brand staan.

Of toch. Onze planeet staat in brand. Minstens onze bossen. Biostatistici hebben de modellen van de opwarming van de aarde gewikt en gewogen. Zij weten wat er zal gebeuren. De spoedafdelingen van ziekenhuizen voor Moeder Aarde (biodiversiteit, lage temperatuur van het zeewater, bebossing en nog tientallen andere parameters) raken overbevraagd. En wat zeggen de ecomodernisten? Leve het aanpassingsvermogen van de mens en de inzet van nieuwe technologie. Samen met economische groei zal die combinatie ons wel redden. Dat soort uitspraken dateert van voor corona. Wie durft die nu nog te herhalen? Ja, er zijn veel verschillen: de R-factor van de opwarming van de aarde is veel lager, de exponentiële groei is nog maar net ingezet. Oef! De lotusbloem die elke nacht verdubbelt en een vijver volledig verstikt na dertig dagen, heeft onze vijver nog maar voor één zestiende bezet. Laten we dus nog een weekje wachten. En hebben we niet geleerd dat het effect van lockdownmaatregelen pas met veel vertraging speelt? Geen dagen, maar tientallen jaren bij de opwarming van de aarde? Wat hebben we geleerd uit de eerste golf? Niet genoeg blijkbaar. Tijd om een tandje bij te steken.

Een centraal geplande economie werkt niet, schrijft Paul De Grauwe in de nieuwe editie van zijn boek De limieten van de markt. Daaraan moest ik denken toen ik een artikel in The Wall Street Journal las. De Amerikaanse auto-industrie draait op volle toeren, en vooral het luxesegment en de pick- uptrucks - die olieverslindende halfopen monsters waar Amerikanen graag mee naar de supermarkt rijden. De verklaring: Amerikanen vliegen liever niet te veel in deze coronatijden, maar willen toch nog uitstapjes doen of verre familie bezoeken, en doen dat met de auto. Dat is goed nieuws voor de zwaar geteisterde Amerikaanse economie. De consument ruilt de ene sector in voor de andere en zorgt zo voor een passende dynamiek. Een staatseconomie zou gewoonweg subsidies geven aan de luchtvaartindustrie en de auto-industrie verplichten minder te produceren, want die vervuilt. Toch ben ik nieuwsgierig om over enkele maanden de cijfers van het aantal verkeersdoden in de Verenigde Staten te kennen. Zou het 9/11-effect zich herhalen? Na de aanslag op de Twin Towers vermeden de Amerikanen wekenlang te vliegen wegens te gevaarlijk, maar volgens econometrische studies vielen er toen meer verkeersdoden in de Verenigde Staten dan er slachtoffers in New York te betreuren waren. Bent u ook nieuwsgierig of er een 9/11-effect is? Bezoek mijn website. De Grauwe maakt een scherp onderscheid tussen technologisch optimisme en pessimisme. Bij de vorige verkiezingen koos de N-VA onvoorwaardelijk de kant van de eco-optimisten, maar dat klinkt wat naïef. Dus verwijs je naar technologische doorbraken en spreek je over ecorealisme. De jonge klimaatbetogers moesten wat geduld leren te oefenen. In de politiek mag het niet te snel gaan. Je moet een draagvlak opbouwen. Al die boeiende voorstellen over minder CO2: niet haalbaar! We moeten blijven geloven in de creativiteit en de ondernemingszin van de mens, en vooral van de bedrijfsleider, de wetenschapper en de technoloog. Jan Jambon heeft ook al geleerd dat wetenschappers vaak gelijk hebben en door de druk van de situatie en de niet-onderhandelbare overlijdensstatistieken gelijk kunnen krijgen. Zeker als ze zich vermommen als biostatistici en waarschuwen dat het razendsnel kan gaan, veel sneller dan de kiezer wil weten. Besturen is vooruitzien, en de kiezer naar de mond praten is populisme. Politiek is de kunst van het haalbare. Laten we nog even uitstellen tot er spontaan een draagvlak groeit. Je mag kiezen welke cocktail ons in slaap wiegt of verblindt, je mag gelijk welke metafoor kiezen, als je maar wegblijft van iets met huizen die nog niet in brand staan. Of toch. Onze planeet staat in brand. Minstens onze bossen. Biostatistici hebben de modellen van de opwarming van de aarde gewikt en gewogen. Zij weten wat er zal gebeuren. De spoedafdelingen van ziekenhuizen voor Moeder Aarde (biodiversiteit, lage temperatuur van het zeewater, bebossing en nog tientallen andere parameters) raken overbevraagd. En wat zeggen de ecomodernisten? Leve het aanpassingsvermogen van de mens en de inzet van nieuwe technologie. Samen met economische groei zal die combinatie ons wel redden. Dat soort uitspraken dateert van voor corona. Wie durft die nu nog te herhalen? Ja, er zijn veel verschillen: de R-factor van de opwarming van de aarde is veel lager, de exponentiële groei is nog maar net ingezet. Oef! De lotusbloem die elke nacht verdubbelt en een vijver volledig verstikt na dertig dagen, heeft onze vijver nog maar voor één zestiende bezet. Laten we dus nog een weekje wachten. En hebben we niet geleerd dat het effect van lockdownmaatregelen pas met veel vertraging speelt? Geen dagen, maar tientallen jaren bij de opwarming van de aarde? Wat hebben we geleerd uit de eerste golf? Niet genoeg blijkbaar. Tijd om een tandje bij te steken.