Pascal Smet (Vooruit) is meer dan ooit van plan zijn stempel te drukken op het Brusselse vastgoedlandschap. Hoewel de eerste projecten nog moeten worden voltooid, reageert de sector vrij enthousiast.
...

Pascal Smet (Vooruit) is meer dan ooit van plan zijn stempel te drukken op het Brusselse vastgoedlandschap. Hoewel de eerste projecten nog moeten worden voltooid, reageert de sector vrij enthousiast. PASCAL SMET. "Covid-19 heeft vooral de bestaande trends versterkt: telewerken, fietsen, kwalitatieve openbare ruimten, minder ruimte voor de auto. Dat alles verbetert de levenskwaliteit van een stad en haar inwoners. We gaan ook in de richting van meer doordachte en ruimere woningen, met terrassen en een kwaliteitsvolle omgeving. De openbare ruimten zullen talrijker zijn en opnieuw worden ingericht, met meer zachte mobiliteit. En we ontwikkelen geen monofunctionele wijken meer." SMET. "De stedenbouwkundige Benoit Moritz voert een studie uit over de verdichting en de levenskwaliteit in Brussel. Wij zullen daar rekening mee houden. We moeten blijven verdichten, maar op een intelligentere manier. De essentiële vraag is of er voldoende openbare ruimte in de buurt is en of wij nieuwe openbare ruimten kunnen ontwikkelen. Die kwestie gaat verder dan Brussel. Als wij de stad niet verdichten, zullen de mensen in Waals- of Vlaams-Brabant gaan wonen. Dat creëert een milieuprobleem en een grote kostenpost voor de samenleving. Het niet verdichten van Brussel zal leiden tot het betonneren van de twee Brabantse provincies. Dat moeten we voorkomen." SMET. "Het stedenbouwkundig debat is te binair in Brussel. Voor of tegen torens, voor of tegen verdichting, voor of tegen het kappen van bomen. Dat is jammer, want er staat veel op het spel en nuances zijn mogelijk." SMET. "Aanvankelijk dachten we de tekst alleen maar aan te passen. De coronacrisis heeft echter nieuwe inzichten geleverd, waardoor het ons beter lijkt helemaal opnieuw te beginnen. Deze keer willen we de experts en de professionals raadplegen. De nieuwe GSV moet een instrument voor het streven naar 'Good Living' worden. We stellen een kader op met als doel een bepaalde levenskwaliteit te halen. Een comité van zo'n tien personen zal de tekst voorbereiden. Ik verwacht ideeën out of the box. We willen een instrument maken voor de komende tien jaar." SMET. "Tegen de zomer maken we het mogelijk kleine werken uit te voeren zonder vergunning. Daarnaast is er nog genoeg werk. De digitalisering van vergunningsaanvragen en verzoeken om stedenbouwkundige informatie zal in 2023 klaar zijn. Wij werken ook samen met urban.brussels om meer samenhang te brengen in de adviesverstrekking. Dat alles moet het gemakkelijker maken om in Brussel te investeren. Nu duurt het veel te lang om een vergunning te krijgen. "Ik wil ook het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) laten evalueren. Voor grote projecten komen we nog te vaak in conflict met de bewoners. Ik denk dat het mogelijk is een evenwicht te vinden. Bewoners worden altijd geraadpleegd aan het einde van de procedure. Het zou interessant zijn hen er vanaf het begin bij te betrekken. Dat zal tijd besparen, conflicten vermijden en lange procedures voor de Raad van State verminderen." SMET. "We willen meer rekening houden met nieuwe vormen van huisvesting, zoals cohousing. Onze regels staan dat nu in de weg. Ook de iets te conservatieve regels voor bouwvolumes zijn problematisch. Zij belemmeren de vernieuwing van het stedelijk weefsel. Een intelligente verdichting bijvoorbeeld, waarbij een compacte en leefbare bebouwing wordt gecombineerd met een versterking van de open en groene ruimte. De algemene doelstelling is te streven naar gebouwen van hoge kwaliteit voor zowel wonen als werken." SMET. "De dialoog moet het mogelijk maken een betere stad op te bouwen. Zo kunnen we ook een einde maken aan de cultuur van compromissen, die de architectuur van onze gebouwen verzwakt. We moeten ambitieuzer zijn en meer durven. Een goede dialoog tussen de ontwikkelaars, de gemeenten en de bouwmeester maakt het mogelijk sneller vooruitgang te boeken en ambitieuzere projecten voor te stellen." SMET. "We liggen achter op schema. Er wordt prioriteit gegeven aan de GSV. Maar dat handvest komt er voor het einde van de legislatuur. Toch zie ik al verbeteringen. Proximus is een goed voorbeeld. Voor het eerst hebben het gewest, de bouwmeester en de twee betrokken gemeenten, Sint-Joost en Schaarbeek, hun mening kunnen geven over de toekomst van die torens. Wij kiezen voor een ingrijpende renovatie in plaats van een sloop. Op die manier kennen de toekomstige kopers van de torens het te volgen traject. Dat zal de speculatie verminderen." SMET. "Covid heeft veel zaken vertraagd. Maar ik denk dat de stedenbouwkundige cultuur in Brussel stilaan verandert. We moeten die trend versterken. Bij urban.brussels zijn zo'n dertig mensen aangeworven, onder wie een adjunct-directeur. Het kader is bijna ingevuld. Het gereedschap is klaar. Wij hebben ook de administratieve achterstand weggewerkt." SMET. "Er liggen veel projecten op tafel. Dat moet allemaal worden gecoördineerd. We krijgen de kans de fouten van het verleden te corrigeren en een modelbuurt voor het post-covidtijdperk te creëren. De heraanleg van het Maximiliaan- en Gaucheretpark staat op de agenda, net als de ontharding van de Albert II-laan door de aanleg van een grote groene ruimte in het midden van een toekomstige gemengde wijk. Een nieuwe tramlijn zal de as van de wijk veranderen. Die as zal van oost naar west lopen en niet langer van noord naar zuid. Het ZIN-project voor de WTC-torens moet ook de andere eigenaars inspireren. Het CCN wordt binnenkort afgebroken en de Proximus-torens worden heringericht. De wijk moet een aangename groene long voor de Brusselaars worden. Tegen 2025 zullen de belangrijkste veranderingen al zichtbaar zijn. Het zou ook mooi zijn de naam van de Noordwijk tegen die tijd te veranderen."