Lijnen pleit zelf voor een weldoordachte hervorming met aandacht voor de huidige gepensioneerden, de werkenden en de generatie jongeren die nog aan de slag moet gaan.

De hervorming van het Belgische pensioenmodel kan volgens Nele Lijnen geen "copy paste" zijn van het Zweedse model, maar hun uitgangspunten en sleutelbegrippen kunnen volgens haar essentieel zijn in een nieuw pensioenplan voor België.

Het Zweedse pensioenmodel bestaat uit drie pijlers. De eerste pijler, het wettelijk pensioen (staat) heeft een loongerelateerd en een premiegebaseerd deel. De eerste pijler beslaat 80% van de pensioenuitgaven. De tweede pijler bestaat uit het aanvullend pensioen (werkgever) en omvat 17% van de uitgaven. De derde pijler is het vrijwillige privaat pensioensparen, goed voor zo'n 3% van de pensioenuitgaven (individueel). De drie pijlers worden onafhankelijk van elkaar berekend en vormen samen het totale pensioen.

Het Zweedse pensioenstelsel schenkt ook aandacht aan flexibiliteit en vrijheid van het individu. Zo varieert de pensioenleeftijd tussen 61 en 67 jaar. Daarnaast is er ook nog de mogelijkheid om deeltijdse pensionering te combineren met deeltijds werken (25, 50 of 75%). De overheidsdienst voor pensioenen heeft een éénloketfunctie voor alle pensioentypes. Ze administreert de "individuele pensioenportefeuilles" van alle burgers en informeert jaarlijks over het te verwachten pensioen.

Lijnen pleit zelf voor een weldoordachte hervorming met aandacht voor de huidige gepensioneerden, de werkenden en de generatie jongeren die nog aan de slag moet gaan. De hervorming van het Belgische pensioenmodel kan volgens Nele Lijnen geen "copy paste" zijn van het Zweedse model, maar hun uitgangspunten en sleutelbegrippen kunnen volgens haar essentieel zijn in een nieuw pensioenplan voor België. Het Zweedse pensioenmodel bestaat uit drie pijlers. De eerste pijler, het wettelijk pensioen (staat) heeft een loongerelateerd en een premiegebaseerd deel. De eerste pijler beslaat 80% van de pensioenuitgaven. De tweede pijler bestaat uit het aanvullend pensioen (werkgever) en omvat 17% van de uitgaven. De derde pijler is het vrijwillige privaat pensioensparen, goed voor zo'n 3% van de pensioenuitgaven (individueel). De drie pijlers worden onafhankelijk van elkaar berekend en vormen samen het totale pensioen. Het Zweedse pensioenstelsel schenkt ook aandacht aan flexibiliteit en vrijheid van het individu. Zo varieert de pensioenleeftijd tussen 61 en 67 jaar. Daarnaast is er ook nog de mogelijkheid om deeltijdse pensionering te combineren met deeltijds werken (25, 50 of 75%). De overheidsdienst voor pensioenen heeft een éénloketfunctie voor alle pensioentypes. Ze administreert de "individuele pensioenportefeuilles" van alle burgers en informeert jaarlijks over het te verwachten pensioen.