De ochtendfiles (gemiddeld 145 kilometer) op de Vlaamse snelwegen zijn in 2016 amper toegenomen, maar de gemiddelde avondfile werd 16 kilometer langer en telt nu 121 kilometer. Dat blijkt uit cijfers van het Vlaams Verkeerscentrum.

Antwerpen en Brussel

De ringwegen rond Antwerpen en Brussel blijven de grootste knelpunten. De ring rond Antwerpen en Brussel nemen samen 52 procent van alle files voor hun rekening.

Vooral Antwerpen kreunt in toenemende mate onder de file. Tijdens de dag zijn de files in de regio Antwerpen zelfs groter geworden dan die in de regio Brussel.

De Kennedytunnel in Antwerpen - richting Nederland - blijkt de absolute topper in Vlaanderen qua files. Daar stond in 2016 maar liefst 10 uur file op een gemiddelde werkdag, 70 minuten meer dan in 2015. Nergens in Vlaanderen rijdt er meer verkeer dan op het zuidelijk deel van de Antwerpse ring, die ook uitgesproken koploper is wat betreft vrachtverkeer.

Structurele files

Volgens het Vlaams Verkeerscentrum is er duidelijk sprake van oververzadiging, die het wegennet extra kwetsbaar maakt. "Zodra er één incident of ongeval gebeurt, loopt het verkeer helemaal vast", klinkt het. De files zijn bovendien structureel van aard, en lossen bijgevolg veel minder vlot op. Op tal van plaatsen blijven die een half uur langer staan.

Opmerkelijk is dat het autoverkeer vorig jaar blijven toenemen, terwijl het vrachtverkeer gestagneerd is. Die stagnatie werd zichtbaar vanaf april, meteen na de invoering van de kilometerheffing voor vrachtwagens. De toename van het verkeer op de Vlaamse snelwegen, die dus volledig voor rekening van het autoverkeer is, bedroeg 0,8 procent op werkdagen en 1,4 procent op zaterdagen.

Recordinvesteringen

Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) kondigt alvast recordinvesteringen aan. "De enige manier om opnieuw perspectief te creëren is investeren. Daarom gaan we recordbedragen investeren in de weg, maar nog meer in de alternatieven voor de auto", klinkt het.

Tot het eind van de huidige regeerperiode wordt 5,8 miljard euro geïnvesteerd in de Vlaamse mobiliteit. Het grootste deel van die middelen gaat naar de alternatieven voor de auto: de fiets (300 miljoen euro), het openbaar vervoer (816 miljoen euro) en de waterwegen (2,25 miljard euro).

In weginfrastructuur pompt de minister 2,7 miljard euro. "Dat is gerekend zonder de grote kosten voor de investeringsprojecten die zich specifiek richten op de grootste probleemgebieden: de Oosterweelverbinding in Antwerpen (3,5 miljard euro) en de herinrichting van de ring rond Brussel (1,5 miljard euro)."