Suzy werkte jarenlang in een horecazaak aan de kust en kwam door de coronapandemie al twee keer voor een lange periode in de tijdelijke werkloosheid terecht. Ook al bleef haar contract behouden en kreeg ze een werkloosheidsuitkering plus enkele toeslagen, toch besloot ze ander werk te zoeken, want thuis zitten wilde ze niet. Ze is nu aan de slag bij de supermarktketen Lidl en wil straks niet meer terug naar de horeca.
...

Suzy werkte jarenlang in een horecazaak aan de kust en kwam door de coronapandemie al twee keer voor een lange periode in de tijdelijke werkloosheid terecht. Ook al bleef haar contract behouden en kreeg ze een werkloosheidsuitkering plus enkele toeslagen, toch besloot ze ander werk te zoeken, want thuis zitten wilde ze niet. Ze is nu aan de slag bij de supermarktketen Lidl en wil straks niet meer terug naar de horeca. Corona aangrijpen om een carrièreswitch te maken of in te gaan op een al dan niet tijdelijke jobkans in plaats van als tijdelijke werkloze te wachten op betere tijden: het gebeurt, maar het was het voorbije jaar een zeldzaamheid. Neem de luchtvaartsector. Brussels Airport en omgeving stelden voor de crisis bijna 24.000 mensen tewerk. In maart 2020 werd zowat 70 procent van het personeel tijdelijk werkloos. Via Aviato, de tewerkstellingscel op de luchthaven, werd het project Turnaround opgezet, dat transities naar ander werk moest bevorderen. Onder meer bpost zocht op een bepaald moment 2000 extra mensen en probeerde een deel van het getroffen luchtvaartpersoneel te mobiliseren. Met weinig succes: slechts acht mensen maakten de sprong. Ook de retailgroep Colruyt lanceerde een oproep aan tijdelijke werklozen uit zwaar getroffen sectoren, om te komen werken in de winkels, de distributiecentra en de productieateliers van de groep. Er was plaats voor 2000 werknemers. In enkele weken kwamen zich 5600 kandidaten aandienen, maar het oorspronkelijke opzet om de tijdelijke plaatsen in te vullen met tijdelijke werklozen bleek slechts deels gerealiseerd. 60 procent waren gewone werklozen die via een interim-contract aan de slag konden. Volgden de tijdelijke werklozen dan eerder een opleiding om hun competenties in tijden van inactiviteit te verhogen? Ook dat niet. Uit de Covitat-studies van econoom Ive Marx (UA) over de impact van corona op de arbeidsmarkt blijkt dat vanaf het tweede kwartaal van 2020 slechts 2,9 procent van de tijdelijke werklozen een opleiding volgde, tegenover 6 procent van de werkenden. Van de werkenden die minder uren werkten dan gewoonlijk lag de deelname zelfs hoger met 8,1 procent. Tijdelijke werkloosheid was en is in vele gevallen dus thuis wachten op betere tijden. Toch tonen de cijfers aan dat een veralgemeend stelsel van tijdelijke werkloosheid tijdens de coronacrisis noodzakelijk was. De Belgische werkloosheidsgraad nam in 2020 nauwelijks toe, omdat de tijdelijke werkloosheid ontslagrondes heeft vermeden (zie kader De stijging van de werkloosheid is verwaarloosbaar in 2020). "Eigenlijk is de tijdelijke werkloosheid nu een betere graadmeter van wat er economisch gebeurt dan de werkloosheid", zegt professor Ludo Struyven, die verbonden is aan het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA) van de KU Leuven. "De regelgeving is niet veranderd en toch is het aantal tijdelijke werklozen tijdens de tweede golf ruim gehalveerd tegenover april: van meer dan 30 procent naar 10 à 15 procent van de loontrekkenden (zie grafiek Tijdelijke werkloosheid halveert). Dat is een teken van een voorzichtig herstel. Dat is ook een parameter om dat royale systeem stap voor stap strenger te maken." De vraag rijst wat er zal gebeuren als die pauzeknoppen voor onze economie niet langer worden ingedrukt. Op 31 maart loopt de huidige regeling rond tijdelijke werkloosheid ten einde en wordt de beschermende stolp over de arbeidsmarkt weggehaald. De werkgeversorganisaties lobbyen wel voor een verlenging in een aantal sectoren. Ook tal van steunmaatregelen voor bedrijven zullen de komende maanden worden afgebouwd. "Ik denk niet dat je de bestaande regeling rond tijdelijke werkloosheid abrupt moet afschaffen", zegt Struyven. "De timing van de exitstrategie is heel belangrijk. Ik zou de regeling geleidelijk strenger maken. Neem de uitkering die 70 procent van het loon bedraagt, met toeslagen erbij. Die compensaties kunnen worden afgebouwd. Daarnaast kun je de ondergrens voor het omzetverlies die bedrijven toegang verleent tot het stelsel geleidelijk selectiever maken." Verschillende sectoren, zoals de evenementenbranche en de horeca, geven nu al het signaal dat het einde van de tijdelijke werkloosheid zal leiden tot ontslagen. Het verleden leert dat dat onvermijdelijk is. Ondernemingen die minder levensvatbaar zijn, zullen op termijn moeten overgaan tot een herstructurering. In 2011, een jaar voordat Ford Genk sloot, werd nog de helft van de arbeidsdagen in het systeem van de tijdelijke werkloosheid geplaatst. Er zullen ook werknemers worden ontslagen die als tijdelijke werklozen niet zijn ingegaan op een aanbod om een opleiding te volgen of een tijdelijke opdracht elders uit te voeren. Volgens arbeidsexperts is dat een gemiste kans die hun toekomstperspectieven beperkt. "Ik kan begrijpen dat personen in de tijdelijke werkloosheid niet zomaar elders gaan werken. Hun werkgever heeft hen liever bij de hand als ze sneller weer nodig zijn dan gedacht. Maar meer in het algemeen merk ik dat Nederland het een stuk dynamischer heeft aangepakt", zegt Struyven. "Wanneer een werknemer daar tussen juni en september werd ontslagen of zijn contract niet werd verlengd, moest de werkgever een verklaring ondertekenen waarin hij de ex-werknemer zou helpen bij de zoektocht naar nieuw werk. Die regel werd strenger in het najaar. Hier blijft het wachten op een exitstrategie voor de arbeidsmarkt die naam waardig." In Vlaanderen lijkt het niet echt hoogdringend. Het aantal openstaande vacatures daalt van 50.000 naar 40.000, waarmee we op het niveau van 2017 en 2018 zitten. Dat is een dalende vraag, maar geen ineenstorting (zie grafiek Krapte op de arbeidsmarkt blijft hoog). Maar dat is volgens Sonja Teughels, senior adviseur arbeidsmarkt bij de werkgeversorganisatie Voka, niet geruststellend. De structurele gebreken van onze arbeidsmarkt komen nu al naar boven, schrijft ze in een studie over de arbeidsmarkt na corona. "Wie kort werkloos is, vindt wel nog de weg naar openstaande vacatures. Maar wie langdurig werkloos is, één tot twee jaar, heeft een groter probleem. De kans om ooit nog een baan te vinden is klein en de kans op blijvende inactiviteit is groot", zegt ze. Het Covitat van Ive Marx toont aan dat er een grotere verschuiving plaatsvindt vanuit de werkloosheid naar de inactiviteit. Van wie in het eerste kwartaal van 2019 werkloos was, had 20 procent in het tweede kwartaal een baan. 30 procent kwam in de inactiviteit terecht. Van de Vlaamse werklozen in de eerste drie maanden van 2020 had in het tweede kwartaal slechts 10 procent opnieuw een baan en meer dan 40 procent werd inactief en stelde zich niet meer beschikbaar op de arbeidsmarkt. Een goede exitstrategie met een focus op activering is nodig, volgens Teughels. "We hebben nu de kans om lessen te trekken uit wat er op dat domein misliep tijdens de lockdowns. De hindernissen van toen kunnen we vermijden of overwinnen." Een eerste hindernis is de klassieke werkloosheidsval, die in 2020 ook voor tijdelijke werklozen gold. Een uitkering is zo hoog dat een andere of een nieuwe baan aanvaarden financieel oninteressant is. De regering verhoogde de uitkeringen voor de tijdelijke werkloosheid wegens corona van 65 tot 70 procent van het brutoloon, geplafonneerd op 2754,76 euro. Er kwam nog een supplement van de RVA bij, en soms een van de sector en de werkgevers om - goedbedoeld - het financiële verlies te beperken. Dat kwam voor sommigen neer op een uitkering gelijk aan 90 procent van hun loon. Waarom zou je dan een baan aannemen, zeker als de uitkering wordt stopgezet en je in een sector terechtkomt met lagere loon- en arbeidsvoorwaarden? De federale regering nam vorig jaar maatregelen om een tijdelijke overstap aan te moedigen door de cumul van de uitkering en het loon mogelijk te maken, maar het kader daarvoor was te stringent. Het gold bijvoorbeeld enkel voor land- en bosbouw. Bij de tweede coronagolf volgde wel een uitbreiding naar de zorgsector. "De politiek reageerde daar heel defensief op", vertelt Teughels. "Het moest het een of het ander zijn: thuis of werken zonder uitkering. Die cumul kon enkel voor de asperge- en de aardbeienpluk, en werd dan uitgebreid naar de zorg en het onderwijs. Ondertussen waren er vraagpieken in de retail, maar dat lag plots veel moeilijker." Ook uit de opleidingstrajecten vallen lessen te trekken. In Vlaanderen kon de VDAB pas in juni gegevens van tijdelijke werklozen binnenhalen. "Die data worden door verschillende actoren beheerd: de RVA, de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid en de vakbonden, die de uitkeringen uitbetalen", zegt Teughels. "Dat leidde tot een vertraging in de aangeleverde data. De VDAB weet wie een maand geleden tijdelijk werkloos was, maar niet wie het vandaag is." Daarnaast zijn de VDAB-opleidingen vrijwillig. "Een verplichting of incentive om een opleiding te volgen kan deel uitmaken van de exitstrategie", stelt Teughels, "Tenminste voor sectoren die nog lang dicht blijven of op een laag pitje staan, zoals de luchtvaart en de evenementen." Teughels is van oordeel dat het tijd is om werk te maken van het Nederlandse systeem van loonsubsidies als alternatief voor de tijdelijke werkloosheid. Dat is ook naar hier overgewaaid, waar het wordt toegepast in de reissector. Die krijgt van de federale regering 30 miljoen euro steun. Het gaat om een loonkostensubsidie, waardoor het personeel grotendeels aan de slag kan blijven, zoals medewerkers die klanten informeren en begeleiden, en annuleringen van reizen afhandelen. Maar de bedrijven in de sector moeten het personeel ook opleidingen aanbieden, zodat ze zich kunnen voorbereiden op de transities in de sector. Dat heet in Nederland de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). Het is een subsidie die op basis van de verwachte omzetdaling een deel van de loonsom dekt. Bedrijven moeten wel tegelijk investeren in opleiding, interne verschuivingen, nieuwe activiteiten en, als het niet anders kan, de transitie naar een andere baan, al dan niet met een herscholing. "De koppeling van de loonsubsidie aan de inspanningsplicht voor de werkgever is cruciaal", weet Ludo Struyven. "De klemtoon ligt meer op omscholing. Ook bij ons zou daar meer aandacht voor moeten zijn." Bringme, een Leuvens technologiebedrijf dat in Nederland en België actief is, merkte het verschil. Het biedt virtuele recepties aan in diverse toepassingen, zoals een digitale conciërge voor appartementen of een systeem voor de automatische ontvangst van leveringen. Bij de eerste lockdown viel het bedrijf in België stil en werd het gros van de medewerkers tijdelijk werkloos. In Nederland gingen de activiteiten door via de loonsubsidie. De verkoopafdeling onderhield de contacten met de klanten en de installatie van virtuele receptieapparatuur werd nog afgehandeld. Na de lockdown kon de Nederlandse afdeling daardoor sneller weer op het oude niveau draaien. Een laatste werkpunt is volgens de arbeidsmarktexperts een meer activerend herstructureringsbeleid. Het valt te verwachten dat als de steunmaatregelen aflopen, er diverse collectieve ontslagen aankomen. De federale regering plant een herziening van de wet-Renault die collectieve ontslagen regelt. "Die legt nu te veel de nadruk op het minimaliseren van de ontslagen en het maximaliseren van de vergoeding in plaats van de voorbereiding op toekomstige banen binnen of buiten de sector, desnoods na een opleiding", zegt Teughels. "Ook daar is een versnelling aan de orde. Maar daar hoor ik weinig over praten. De focus ligt nog volop op de tijdelijke werkloosheid, terwijl de volgende ronde zal gaan over herstructurering, ontslagbegeleiding en mensen herplaatsen."