De sociale partners kunnen geen akkoord bereiken over de flexibilisering van de arbeidsmarkt en een nieuwe op de loonnorm. Dat is niet verwonderlijk. Niet alleen blijft het water tussen vakbonden en werkgevers zeer diep. Ook de kakofonie in de federale regering blokkeerde het sociaal overleg.
...

De sociale partners kunnen geen akkoord bereiken over de flexibilisering van de arbeidsmarkt en een nieuwe op de loonnorm. Dat is niet verwonderlijk. Niet alleen blijft het water tussen vakbonden en werkgevers zeer diep. Ook de kakofonie in de federale regering blokkeerde het sociaal overleg.Voor de zoveelste keer zijn de sociale partners in de Groep van 10 er niet in geslaagd een akkoord te bereiken. Vakbonden en werkgeversorganisaties hadden van de regering de kans gekregen om voorstellen te formuleren voor een meer flexibele arbeidsmarkt, met onder andere een annualisering van de 38-urige werkweek. Werknemers zouden in drukke periodes meer dan 38 uur per week kunnen werken (met een maximum van 45 uur), en in minder drukke periodes minder dan 38 uur. De vakbonden vrezen de invoering van hyperflexibiliteit op de werkvloer.Ook in het andere grote dossier, de nieuwe wet op het concurrentievermogen of wet op de loonnorm, was het water te diep. De werkgevers willen dat de loononderhandelingen stringenter verlopen om te vermijden dat de Belgische loonkosten sneller stijgen dan in de buurlanden. Bovendien willen ze dat er maatregelen komen om de loonkostenhandicap van 10 procent van voor 1996 (toen de eerste wet op de loonnorm in werking trad) wordt weggewerkt. Dat betekent dus loonmatiging. De vakbonden willen daar niets van weten. Integendeel, na jaren van loonmatiging willen ze nu substantiële loonstijgingen afdwingen.Daarmee is nog maar eens bewezen dat in België de standpunten van vakbonden en werkgevers mijlenver van elkaar verwijderd zijn. Stilaan moeten we de vraag stellen waar de interprofessionele hoogmis van de Groep van 10 nog voor dient. Zou het gewicht van het sociaal overleg niet veel beter naar een lager niveau verschuiven, met name naar de bedrijven?Al is het in dit geval fout de sociale partners met alle zonden van Israël te overladen. Dat de sociale partners geen akkoord konden bereikten heeft ook te maken met de kakofonie in de regering. In het voorjaar bereikte de regering-Michel een akkoord over de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Maar toen minister van Werk Kris Peeters (CD&V) op 16 juli zijn ontwerpteksten voor een gemoderniseerd arbeidsrecht publiceerde, bleek de tekst afgezwakt door allerlei voorwaarden en uitzonderingen. Zo zou de annualisering van de arbeidstijd niet leiden tot de verwachte kostenverlaging voor bedrijven, want wie meer werkt dan negen uur per dag en 40 uur per week zou overloon krijgen, wat meer is dan een normaal loon.Daarnaast waren er vragen bij het voorstel tot invoering van de prikklok voor werknemers met glijdende werktijden. Ook de regeling voor occasioneel telewerk zou neerkomen op een verstrenging. Zo zou een werknemer die thuis de computer opstart na de uren recht hebben op overloon. De werkgevers vonden dat maar niets. Maar ook uit de federale regering kwam er kritiek, meer bepaald van N-VA en Open Vld. Zij riepen de minister van Werk op zijn huiswerk over te doen. De kakofonie was een impliciet signaal naar de sociale partners. Zelfs als ze over flexibilisering en de wet op de loonnorm een akkoord zouden bereiken, was er nog geen garantie dat de regering dat akkoord zou overnemen. Het sociaal overleg heeft niet alleen zichzelf verlamd, het werd ook door de politiek verlamd.