In normale omstandigheden moet een minister van Financiën spitsroeden lopen als de fiscale inkomsten met enkele honderden miljoenen onder de lat gaan. Dat is in coronatijden anders. De fiscale ontvangsten zijn in 2020 met ruim 8 miljard euro gedaald, maar niemand wijst minister Vincent Van Peteghem (CD&V) met de vinger. Je kunt hem moeilijk de pandemie en de verwoestende impact ervan op de economie -- en dus op de belastbare basis -- in de schoenen schuiven. Op korte termijn blijft het vooral zaak zo veel mogelijk gezonde bedrijven door de crisis te loodsen.
...

In normale omstandigheden moet een minister van Financiën spitsroeden lopen als de fiscale inkomsten met enkele honderden miljoenen onder de lat gaan. Dat is in coronatijden anders. De fiscale ontvangsten zijn in 2020 met ruim 8 miljard euro gedaald, maar niemand wijst minister Vincent Van Peteghem (CD&V) met de vinger. Je kunt hem moeilijk de pandemie en de verwoestende impact ervan op de economie -- en dus op de belastbare basis -- in de schoenen schuiven. Op korte termijn blijft het vooral zaak zo veel mogelijk gezonde bedrijven door de crisis te loodsen. Maar wanneer de coronacrisis eindelijk onder controle is, wacht de minister wellicht een nog lastigere periode. Dan wordt het tijd om de krijtlijnen uit te zetten voor de grote fiscale hervorming die besteld is en om de volgende paragrafen van het relanceplan te schrijven. En komt er nog een andere prangende vraag boven in deze tijden van diepe begrotingsputten: komt er een belastingverhoging om de coronacrisis te betalen? "Het regeerakkoord is duidelijk. Er komen geen nieuwe belastingen, behalve in het kader van budgettaire discussies, waarbij de evenwichten gerespecteerd worden", luidt het antwoord van Vincent Van Peteghem. "Als er extra inspanningen nodig zijn, worden die verdeeld tussen een derde inkomsten, een derde uitgaven en een derde andere maatregelen." VINCENT VAN PETEGHEM. "Ik zou geen goede christendemocraat zijn als ik 'ja' zou antwoorden op de vraag of we die begrotingstekorten kunnen aanhouden. Op middellange termijn moeten het tekort en de schuldgraad naar beneden. We kunnen ons in de huidige context echter niet vastpinnen op percentages die we tegen het einde van de legislatuur moeten halen. De oplossing moet vooral komen van economische groei, onder meer door meer investeringen. Even belangrijk zijn hervormingen voor de fiscaliteit, de pensioenen en de arbeidsmarkt. Met kleine aanpassingen zal het niet lukken. "Intussen beginnen veel Europese landen na te denken over manieren om hun begrotingstekorten terug te dringen. Zo denken Nederland en het Verenigd Koninkrijk aan een verhoging van de vennootschapsbelasting. Onze vennootschapsbelasting is pas hervormd en we moeten die hervorming naleven. De vraag is dan wat we daartegenover plaatsen. Maar ik herhaal: het terugdringen van het begrotingstekort moet vooral komen van investeringen en hervormingen, die voor economische groei zorgen." VAN PETEGHEM. "Je moet het regeerakkoord lezen in de context waarin het opgemaakt is. Toen de partijen tijdens de regeringsonderhandelingen rond de tafel zaten, was het vertrouwen nog niet van dien aard om al heel concrete en expliciete doelstellingen in het akkoord te zetten. Die hervormingen moeten er komen, daar dringt ook de Europese Commissie op aan. Ze zijn noodzakelijk om de overheidsfinanciën gezonder te maken en de ambitieuze doelstellingen, bijvoorbeeld een werkgelegenheidsgraad van 80 procent, waar te maken, ook al lukt dat misschien niet in deze legislatuur." VAN PETEGHEM. "Je moet het niet zien als een afwijking. Ik vind wel dat er wat ambitie mag zijn, en ik voel dat die ambitie er ook is. Het komt erop aan die ambitie om te zetten in concrete hervormingen." VAN PETEGHEM. "Ik verwijs naar het onderzoek van de Gentse professor Stijn Baert. De mensen willen een hoger pensioen, maar niet langer werken. We moeten eerlijk durven zeggen dat die twee wensen niet verzoenbaar zijn. Als we het systeem op lange termijn willen behouden, moeten we extra stappen ondernemen. Elke partij beseft dat." VAN PETEGHEM. "Tegen september zal de minister van Pensioenen voorstellen op tafel leggen. Dat staat heel expliciet in het regeerakkoord." VAN PETEGHEM. "De Commissie schort de regels op tot de economie weer het niveau van eind 2019 haalt. Dat is pas tegen midden 2022 haalbaar, en dus worden de regels tot het einde van dat jaar opgeschort. Dat is een logische keuze. We kunnen onze economie niet aan haar lot overlaten." VAN PETEGHEM. "Het begrotingstekort en de schuld zijn hoog, terwijl de overheidsinvesteringen laag zijn. We willen die laatste verhogen tot 4 procent van het bruto binnenlands product. Het Europees herstelfonds zal ons daarbij helpen. De Europese Centrale Bank zou ook schulden kunnen kwijtschelden. Met de uitgespaarde intrestlasten kun je dan investeren. Maar ik geloof niet dat je daar energie in moet steken. Er is geen draagvlak voor een schuldkwijtschelding. Wel wordt op Europees niveau nagedacht over nieuwe begrotingsregels die investeringen aanmoedigen. Een euro tekort is vandaag een euro tekort. Het maakt geen verschil of dat komt door lopende uitgaven of door investeringen. Het voorstel om een begrotingsevenwicht aan te houden voor de lopende uitgaven en te lenen voor investeringen, is misschien een brug te ver. Er kan een gulden middenweg worden gevonden." VAN PETEGHEM. "De fiscaliteit moet eenvoudiger en moderner worden. De belasting op arbeid moet dalen, om de werkgelegenheid te ondersteunen. We mogen ook het ondernemerschap niet ontmoedigen. En de fiscaliteit moet groener worden, om onze klimaatdoelstellingen te halen. Onze milieubelastingen zijn laag in vergelijking met die in andere landen. Tegelijk is afgesproken dat de hervorming de totale fiscale druk niet mag opvoeren. Als je die ambities combineert, kom je uit bij een belastingsysteem met twee pijlers. In de eerste pijler zitten de inkomsten uit arbeid, die we progressief blijven belasten, maar dan tegen lagere tarieven. We houden daarbij rekening met de werkloosheids- en de promotieval. In de tweede pijler groeperen we de inkomsten uit kapitaal. Het is een optie al die inkomsten samen te voegen en tegen één tarief te belasten. Dat verbreedt de belastbare basis, maar we kunnen ook een belastingvrije som inbouwen, zodat mensen niet vanaf de eerste euro belast worden." VAN PETEGHEM. "Er mogen geen taboes zijn, maar nieuwe belastingen mogen geen negatieve impact hebben op afspraken uit het verleden. Als je een meerwaardebelasting zou invoeren, mag die pas beginnen te lopen op het ogenblik dat de belasting ingaat, en dus niet van toepassing zijn op meerwaarden die vóór dat ogenblik behaald zijn. Afspraken uit het verleden moeten we honoreren." VAN PETEGHEM. "We moeten daar rekening mee houden. Het zal maar lukken om moeilijke beslissingen te nemen, als we ze in een breder verhaal plaatsen. Je zult misschien meer milieubelastingen betalen, maar je loon zal minder worden belast. Dat evenwicht houden we in het achterhoofd. En wat in het verleden beloofd is, zullen we niet van vandaag op morgen aanpassen. Ik pleit voor rechtszekerheid en het spreiden van maatregelen in de tijd. Maar vandaag kijken amper we naar milieu en is de druk op arbeid te hoog. De taxshift die we nodig hebben, ligt dus voor de hand. We kunnen daar een evenwichtig verhaal van maken." VAN PETEGHEM. "We houden rekening met die bezorgdheid. Sommigen zullen voordelen verliezen, als er aftrekposten verdwijnen. Maar ze krijgen andere voordelen in de plaats. Ik vind het rapport een goede basis voor de discussie. Het heeft geen zin die oefening opnieuw te maken." VAN PETEGHEM. "Minister van Werk Pierre-Yves Dermagne plant nog bemiddelingspogingen met de sociale partners. Het doel van de loonwet is dat de lonen in België evolueren zoals in de buurlanden. Met het advies van 0,4 procent loonmarge van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven is al een eerste stap gezet. Het is aan de sociale partners om daar een antwoord op te geven. Tijdens de langzame regeringsvorming wezen de sociale partners de politiek op haar verantwoordelijkheid: de zaken moesten vooruitgaan. Nu hebben de sociale partners dezelfde taak." VAN PETEGHEM. "Die wet dateert van 1996 en is in 2017 hervormd door toenmalig minister van Werk Kris Peeters. Hij heeft er alles aan gedaan om de automatische loonindexering overeind te houden. Dat is een hoeksteen van ons sociaaleconomisch systeem. Ze zorgt ervoor dat mensen geen koopkracht verliezen wanneer de prijzen stijgen. Daarnaast blijven we oog hebben voor de loonkostenevolutie in onze buurlanden. "Ik hoor weleens zeggen dat de bedrijven niet kijken naar de lonen bij hun beslissing waar ze zich vestigen. Ik heb de cursus operationsmanagement gegeven aan de EDHEC Business School in Rijsel. Die ging onder meer over de vraag waarom bedrijven zich ergens vestigen. De prijs, ook die van het personeel, is daarbij altijd belangrijk." VAN PETEGHEM. "We zijn begonnen met alle Vlaamse bedrijven 4000 euro te geven. Na verloop van tijd werd die steun meer en meer gericht. Heeft de regering bedrijven gesteund die daar geen recht op hadden? Ongetwijfeld, we weten dat zombiebedrijven bestaan." VAN PETEGHEM. "Aan de vaccinaties zitten twee aspecten vast: de snelheid van de productie en de leveringen. Zodra de vaccins er zijn, moeten de deelstaten de vaccinatiecampagne uitrollen. De snelheid van de vaccinatie is een factor in de relance. De cijfers van de Nationale Bank leren dat de koopkracht het voorbije jaar relatief stabiel is gebleven, terwijl de spaarquote is gestegen. Ik geloof dat de consumptie in de eerste fase van de relance zal aantrekken, wanneer de mensen weer het vertrouwen zullen hebben om op restaurant en op hotel te gaan, een reis te boeken of een evenement te bezoeken. "Combineer dat met de EU-relancemiddelen. Normaal krijgt België voor de grote vakantie 30 procent voorschot, waardoor we de economie meteen een investeringsstimulans kunnen geven. Tegen de tweede helft van 2022 zou het vertrouwen van de bedrijven opnieuw groot genoeg zijn om extra te investeren. Op die manier worden de impulsen voor de economie mooi gespreid. Eerst jagen de consumenten de economie aan, en daarna zijn de overheid en de bedrijven aan de beurt." VAN PETEGHEM. "Voor mij staat samenwerken centraal. Ik verwijs soms naar Poupehan. Er is vaak heel negatief gedaan over de afspraken die toen zijn gemaakt, om begrijpelijke redenen. Maar mensen namen wel hun verantwoordelijkheid en ze verdedigden ingrepen die de korte termijn overstijgen. Dan is de vraag voor ons land bijvoorbeeld: wie is de volgende Fons Verplaetse als architect van het herstel?"