"Aan de zuidkant van ons land komt 's nachts een schip vol migranten aan. Ze zoeken hoop. Ze wekken mededogen op. Ze zijn zwak. Maar ze hebben de macht van het getal. Ze zijn slechts de voorwacht van een grotere groep. Het geweten van de wereld stelt de vraag: wat te doen?" Dit is geen geromantiseerde beschrijving van het wedervaren van de Aquarius, het schip met meer dan 600 Afrikaanse migranten dat de voorbije dagen op de Middellandse Zee ronddobberde.
...

"Aan de zuidkant van ons land komt 's nachts een schip vol migranten aan. Ze zoeken hoop. Ze wekken mededogen op. Ze zijn zwak. Maar ze hebben de macht van het getal. Ze zijn slechts de voorwacht van een grotere groep. Het geweten van de wereld stelt de vraag: wat te doen?" Dit is geen geromantiseerde beschrijving van het wedervaren van de Aquarius, het schip met meer dan 600 Afrikaanse migranten dat de voorbije dagen op de Middellandse Zee ronddobberde. Deze passage komt uit Le Camp des saints, een roman van de Franse schrijver Jean Raspail uit 1973. Daarin beschrijft hij hoe duizenden vluchtelingen - in het boek afkomstig uit India - aanspoelen op de stranden van de Azurenkust. De politici weten niet wat te doen. Het leidt tot totale chaos in het land. Uiteindelijk komen 1 miljoen migranten toe in Europa en moet de autochtone bevolking wijken. Le Camp des saints is al jaren omstreden. Sommigen zien er een visionaire roman in, andere noemden het werk van Raspail racistisch. Migratie is altijd een gevoelig thema geweest. Beelden van verroeste schepen met migranten zoals de Aquarius die door ngo's richting Europa worden geloodst, wekken uiteenlopende emoties op en hebben migratie in het centrum van het maatschappelijke debat geplaatst. Europese regeringen blijven kibbelen over de manier waarop ze de migratiestroom uit het zuiden moeten opvangen. Zelfs in de Duitse regering zijn er spanningen tussen bondskanselier Angela Merkel (CDU) en haar Beierse zusterpartij CSU. Die laatste wil een strenger migratiebeleid, in navolging van de Oost-Europese landen en buurland Oostenrijk. Het woord 'migratiecrisis' is alomtegenwoordig op de nieuwssites. Toch is de situatie niet meer te vergelijken met die van een paar jaar geleden. De Internationale Organisatie voor Migratie heeft becijferd dat er dit jaar 32.000 migranten Europa binnenkwamen via de Middellandse Zee. In de eerste helft van 2017 waren dat er 81.292 en in de eerste helft van 2016 nog 215.702. De poort via Griekenland is stilaan gesloten, met 8000 asielzoekers in 2017, tegenover 158.000 het jaar voordien. Vooral Italië staat onder druk. De immigratie via Spanje, met 3000 aankomsten in 2017, is relatief beperkt. In 2015 en 2016 schommelde het aantal asielaanvragen in Europa nog rond 1,3 miljoen euro, nu zijn dat er ongeveer 700.000. België kreeg in 2015 meer dan 40.000 asielaanvragen. Ondertussen is dat cijfer gedaald tot ongeveer 20.000 (zie kader België, een migratieland?). Ondanks de schijn van het tegendeel emigreert slechts een klein deel van de bevolking van de arme naar de rijke landen, zegt Frédérique Docquier, een hoogleraar economie aan de UCL die zich heeft gespecialiseerd in migratie. "De voorbije vijftig jaar is de emigratiegraad in de arme landen altijd blijven hangen rond 2 procent van de bevolking. Maar door de snelle bevolkingsgroei in die landen is het absolute aantal migranten wel fors toegenomen. In de rijke landen is de bevolking veel trager gegroeid, zodat de migratiedruk daar is gestegen. Het buitenlandse aandeel in de bevolking van de rijke landen is de voorbije halve eeuw geklommen van 4,5 naar 11 procent." De migratiedruk is dus minder groot dan gedacht, maar toch staan we aan het begin van een grote, nooit geziene migratiebeweging naar Europa. Dat stelt Stephen Smith in zijn onlangs verschenen boek La ruée vers l'Europe. Smith is een Amerikaanse afrikanoloog die aan Duke University doceert, maar jarenlang in Frankrijk heeft gewerkt. Hij was er onder meer journalist voor Libération en Le Monde. Zijn stelling: "Zwart Afrika is nog niet vertrokken. De asielcrisis van 2015 was inderdaad uitzonderlijk. Volgens Frontex, het agentschap dat de buitengrenzen van de Europese Unie controleert, kwamen toen 1,8 miljoen personen de Europese Unie binnen, van wie 1 miljoen via de Middellandse Zee. Slechts 200.000 waren afkomstig uit Afrika. Het merendeel kwam uit Irak, Syrië en Afghanistan. In 2016 was het aantal migranten via de Middellandse Zee teruggevallen van 1 miljoen naar 360.000. " "Behalve de Somaliërs, de Zuid-Soedanezen en de Eritreeërs die op de vlucht zijn voor oorlog of dictatuur, kwamen vooral economische vluchtelingen uit Afrika. Ze waren op zoek naar een beter leven in Europa. Hun aantal zal de komende jaren nog stijgen", stelt Smith. De oorzaak is de demografische boom in Afrika, en zeker ten zuiden van de Sahara. In 1960 telde dat gebied 230 miljoen inwoners, in 2015 al 1 miljard. De Europese Unie heeft vandaag 510 miljoen inwoners. Op het naburige Afrikaanse continent wonen 1,5 miljard mensen. Binnen 35 jaar is de verhouding 450 miljoen Europeanen tegenover 2,5 miljard Afrikanen. Daar komt nog bij dat tegen 2050 twee derde van de Afrikanen jonger is dan 30 jaar. Smith trekt een parallel met de Mexicaanse emigratie naar de Verenigde Staten. Als de Afrikanen dezelfde beweging in verhouding tot hun bevolking maken, telt Europa op termijn niet langer 9 miljoen Afro-Europeanen, maar tussen 150 en 200 miljoen. Binnen iets meer dan 30 jaar is een vijfde tot een kwart van de Europese bevolking dan van Afrikaanse origine. De Afrikaanse landen kunnen de bevolkingsexplosie moeilijk de baas. De nataliteit per vrouw ten zuiden van de Sahara bedraagt nog altijd vijf tot zes kinderen. In tal van landen bemoeilijkt corruptie een efficiënt lokaal beleid. Maar ook een goed functionerende overheid zou de bevolkingsexplosie moeilijk kunnen opvangen. De investeringen in scholen, wegen en ziekenhuizen gebeuren wel, maar kunnen de toename van de bevolking niet volgen. De Afrikaanse economie groeit al jaren met 4 à 5 procent, maar er zijn onvoldoende banen om de Afrikaanse jeugd aan het werk te helpen. In sub-Saharisch Afrika moeten op jaarbasis 200 miljoen banen bij komen om iedereen werk te verschaffen. En dus zoeken veel Afrikanen andere oorden op. Dat kan volgens Smith omdat voor het eerst in de geschiedenis een kritische massa Afrikanen een welvaartsdrempel overschrijdt, waardoor ze voldoende middelen hebben om hun land te verlaten. Migranten moeten afhankelijk van hun vertrekpunt en de gekozen weg tussen 1500 en 2500 euro betalen om de trek te financieren. Dat is een of meer keren het jaarinkomen van een Afrikaan. Sommige experts en politici beweren dat de ontwikkelingshulp paradoxaal genoeg de migratiedruk verhoogt. Ontwikkeling doet het gemiddelde inkomen stijgen, zodat mensen de kosten om te emigreren gemakkelijker kunnen betalen. "Dat effect speelt voor de zeer arme landen, met een gemiddeld inkomen van minder dan 1000 dollar per jaar", zegt Docquier. "Maar die landen maken slechts 5 procent van de wereldbevolking uit." Het effect speelt veel minder voor landen met een gemiddeld inkomen tussen 1000 en 6000 dollar per jaar, goed voor 60 procent van de wereldbevolking. "Daar zijn het opleidingsniveau en de geografische ligging veel sterkere motoren voor de emigratie dan het inkomen", zegt Docquier. "De Noord-Afrikaanse landen hebben een hogere emigratiegraad dan de landen aan de evenaar. Dat komt niet zozeer omdat het inkomen in Noord-Afrika hoger is, maar veeleer omdat die landen een beter opleidingsniveau halen en dichter bij ons liggen." Het kantelpunt ligt op een gemiddeld inkomen van 6000 dollar. Boven dat niveau is het inkomenseffect op emigratie negatief. Meer welvaart doet de emigratie in die landen dalen. Kan een boom van de Afrikaanse economie de voorspelde migratiegolf tot stilstand brengen? Volgens Docquier kunnen we de immigratie alleen afremmen, nooit stoppen. Om de migratie te doen stoppen zou de Afrikaanse economie decennialang met 8 tot 10 procent per jaar moeten groeien. "Daarvoor moet je een industriële revolutie teweegbrengen in Afrika, van het soort zoals wij gekend hebben in de negentiende eeuw. Vandaag is dat weinig realistisch", zegt Docquier. Volgens Smith is er geen gemakkelijke manier om de migratiecrisis op te lossen (zie kader: Vijf toekomstscenario's voor de migratiecrisis). De oplossing moet komen van een combinatie van sterke buitengrenzen, een focus op arbeidsmigratie, de verdere ontwikkeling van Afrika, geboortebeperking en conflictbeheersing in Afrika. Docquier sluit zich daarbij aan. Zonder conflicten zou het aantal migranten in 2010 wereldwijd 18 procent lager geweest zijn, blijkt uit zijn berekeningen. Europa moet zich concentreren op het stabiliseren van de Sahel, waar de spanningen het grootst zijn. Als die regio zou exploderen, schat Docquier de toename van het aantal emigranten op 24 miljoen tegen 2050. Ook geboorteplanning is nodig. "Je mag de mensen niet dwingen minder kinderen te hebben, maar je moet hen wel bewustmaken", zegt Docquier. "De vrouw moet meer beslissingsmacht krijgen over het aantal kinderen in het gezin en over hun scholing." Een laatste prioriteit is economische hulp, maar dan goed gemikt. "Emigranten zijn meestal tussen 18 en 30 jaar oud, en weinig geschoold. Wil je emigratie ontmoedigen, investeer dan in lokale banen die zijn afgestemd op die jongeren. Het heeft geen zin in Burkina Faso werk te creëren voor duizend ingenieurs, want je zult die niet vinden. Pas als het welvaartsniveau van een land stijgt, kunnen we overschakelen op banen voor hogergeschoolden. Dat zal de vraag naar goed onderwijs stimuleren, zodat het algemene opleidingsniveau van het land stijgt."