Het is misschien wat vreemd of moeilijk om, in tijden van gruwelijk oorlogsgeweld in Oekraïne en de ongeziene agressie van de Russische president Vladimir Poetin, te praten over de transitie naar een koolstofvrije samenleving. Maar toch is en blijft dat één van de belangrijkste uitdagingen van de komende decennia die we niet uit de weg mogen gaan, ook niet in tijden van oorlog. Zeker nu de energieprijzen de pan uit swingen en Rusland ons met de neus op de feiten heeft gedrukt dat het de gasbevoorrading naar Europa als wapen kan gebruiken in het conflict. Als we minder afhankelijk willen zijn van de oekazes van zulke regimes en ooit het gebruik van fossiele brandstoffen achterwege willen laten om onze planeet te redden, hebben we behoefte aan een langetermijnbeleid met meer rechtszekerheid en meer investeringen in hernieuwbare energie. En laat dat nu twee zaken zijn waar we in België op dit moment danig tekortschieten.

Er werden zeker al stappen gezet. Dat zagen we vorige maand nog. Dankzij een aantal dagen met zeer veel wind produceerden in februari de windmolens op zee een recordhoeveelheid aan groene stroom, maar we willen en kunnen uiteraard niet rekenen op dergelijke uitzonderlijke stormwinden. We krijgen namelijk niet elke week af te rekenen met zo'n zware storm, gelukkig maar.

We moeten dringend een versnelling hoger schakelen als het gaat over investeringen in windenergie op land en op zee. Dat werd in februari nog eens pijnlijk duidelijk bij de publicatie van het jaarrapport van WindEurope, de Europese organisatie van bedrijven actief in de windenergie. Wat blijkt? In 2021 is er in Europa maar voor 11 gigawatt aan nieuwe windparken bijgebouwd, terwijl er jaarlijks 30 gigawatt zou moeten bij komen om de Europese klimaatdoelstellingen te halen. Het Verenigd Koninkrijk installeerde vorig jaar met 2,6 gigawatt de meeste nieuwe windcapaciteit (onshore en offshore), gevolgd door Zweden, Duitsland, Turkije en Nederland. Met een schamele 305 megawatt extra capaciteit in 2021 bengelt België helaas onder aan het lijstje. Als we kijken naar de vooruitzichten over wat er de komende vijf jaar aan windparken bijgebouwd zal worden, komt België er helemaal bekaaid van af. Tussen 2022 en 2026 verwacht WindEurope in ons land 1,6 gigawatt (onshore en offshore) aan nieuwe windcapaciteit. Duitsland daarentegen plant voor 19,7 gigawatt aan nieuwe onshorecapaciteit en 5,4 gigawatt offshorecapaciteit. Het steekt met kop en schouders boven de rest uit. Ondanks alle inspanningen gaat de omslag toch veel te traag. Het grootste obstakel in de meeste landen, en zeker ook in België, zijn de ellenlange en complexe procedures om vergunningen te krijgen. Dat baart heel wat ondernemers en investeerders veel zorgen, want het ondermijnt de snelle expansie van hernieuwbare energie.

Met zon en wind moeten we energie-onafhankelijk worden van buitenlandse machthebbers.

Wat uiteraard ook niet helpt, is dat beleidsmakers terugkomen op eerder gemaakte afspraken. Rechtsonzekerheid is nefast voor elke ondernemer, investeerder of consument. We zagen het eerder al gebeuren met het afschaffen van de regeling van het systeem van de terugdraaiende teller. Recenter vernamen we de intentie van de Vlaamse regering om de beloofde en vastgelegde ondersteuning, de zogenoemde groenestroomcertificaten, af te schaffen voor grote zonne-installaties die dateren van voor 2013. We begrijpen dat de overheid iets wil doen aan de hoge elektriciteitsfactuur van de consument. Dat is haar maatschappelijke taak. Maar de weg ernaartoe is de verkeerde.

De Organisatie voor Duurzame Energie waarschuwde terecht voor een sneeuwbaleffect van negatieve gevolgen. In alle lopende overeenkomsten, van financiering tot deelname, wordt met de beloofde en vastgelegde ondersteuning rekening gehouden. Niet alleen grote bedrijven zullen dus getroffen worden, maar ook coöperatieven, OCMW's, banken, pensioenfondsen, verzekeraars en vzw's worden zwaar geraakt. Er is een hoog risico op faillissementen en op banenverlies. Investeerders zullen ook twee keer nadenken voor ze hun geld stoppen in Belgische energieprojecten en zullen hun vizier op het buitenland richten. Daardoor lopen we niet alleen investeringen in België, met de bijbehorende welvaart en werkgelegenheid mis, maar wordt het nog moeilijker om de klimaatdoelstellingen te behalen en riskeert België Europese boetes te moeten betalen die via de belastingen aan u en mij zullen worden doorgerekend. Terugkomen op gemaakte afspraken schaadt het vertrouwen in hernieuwbare energiebronnen. Dat kunnen we op dit moment missen als kiespijn.

Een stabiel investeringsklimaat, een duidelijke langetermijnvisie over de energietransitie, minder complexe wetgeving en vergunningsprocedures en meer rechtszekerheid voor consumenten en investeerders zijn de ingrediënten om de broodnodige investeringen in hernieuwbare energie mogelijk te maken. Met zon en wind moeten we de energieproductie in eigen handen nemen en energie-onafhankelijk worden van buitenlandse machthebbers. De bevoorradingszekerheid, de betaalbaarheid van de facturen en onze energie-onafhankelijkheid moeten de bouwstenen zijn van onze energievisie over alle beleidsniveaus heen. Dat getuigt van maatschappelijke verantwoordelijkheidszin van onze overheid en de energiespelers. Laten we dat samen doen.

Het is misschien wat vreemd of moeilijk om, in tijden van gruwelijk oorlogsgeweld in Oekraïne en de ongeziene agressie van de Russische president Vladimir Poetin, te praten over de transitie naar een koolstofvrije samenleving. Maar toch is en blijft dat één van de belangrijkste uitdagingen van de komende decennia die we niet uit de weg mogen gaan, ook niet in tijden van oorlog. Zeker nu de energieprijzen de pan uit swingen en Rusland ons met de neus op de feiten heeft gedrukt dat het de gasbevoorrading naar Europa als wapen kan gebruiken in het conflict. Als we minder afhankelijk willen zijn van de oekazes van zulke regimes en ooit het gebruik van fossiele brandstoffen achterwege willen laten om onze planeet te redden, hebben we behoefte aan een langetermijnbeleid met meer rechtszekerheid en meer investeringen in hernieuwbare energie. En laat dat nu twee zaken zijn waar we in België op dit moment danig tekortschieten.Er werden zeker al stappen gezet. Dat zagen we vorige maand nog. Dankzij een aantal dagen met zeer veel wind produceerden in februari de windmolens op zee een recordhoeveelheid aan groene stroom, maar we willen en kunnen uiteraard niet rekenen op dergelijke uitzonderlijke stormwinden. We krijgen namelijk niet elke week af te rekenen met zo'n zware storm, gelukkig maar.We moeten dringend een versnelling hoger schakelen als het gaat over investeringen in windenergie op land en op zee. Dat werd in februari nog eens pijnlijk duidelijk bij de publicatie van het jaarrapport van WindEurope, de Europese organisatie van bedrijven actief in de windenergie. Wat blijkt? In 2021 is er in Europa maar voor 11 gigawatt aan nieuwe windparken bijgebouwd, terwijl er jaarlijks 30 gigawatt zou moeten bij komen om de Europese klimaatdoelstellingen te halen. Het Verenigd Koninkrijk installeerde vorig jaar met 2,6 gigawatt de meeste nieuwe windcapaciteit (onshore en offshore), gevolgd door Zweden, Duitsland, Turkije en Nederland. Met een schamele 305 megawatt extra capaciteit in 2021 bengelt België helaas onder aan het lijstje. Als we kijken naar de vooruitzichten over wat er de komende vijf jaar aan windparken bijgebouwd zal worden, komt België er helemaal bekaaid van af. Tussen 2022 en 2026 verwacht WindEurope in ons land 1,6 gigawatt (onshore en offshore) aan nieuwe windcapaciteit. Duitsland daarentegen plant voor 19,7 gigawatt aan nieuwe onshorecapaciteit en 5,4 gigawatt offshorecapaciteit. Het steekt met kop en schouders boven de rest uit. Ondanks alle inspanningen gaat de omslag toch veel te traag. Het grootste obstakel in de meeste landen, en zeker ook in België, zijn de ellenlange en complexe procedures om vergunningen te krijgen. Dat baart heel wat ondernemers en investeerders veel zorgen, want het ondermijnt de snelle expansie van hernieuwbare energie.Wat uiteraard ook niet helpt, is dat beleidsmakers terugkomen op eerder gemaakte afspraken. Rechtsonzekerheid is nefast voor elke ondernemer, investeerder of consument. We zagen het eerder al gebeuren met het afschaffen van de regeling van het systeem van de terugdraaiende teller. Recenter vernamen we de intentie van de Vlaamse regering om de beloofde en vastgelegde ondersteuning, de zogenoemde groenestroomcertificaten, af te schaffen voor grote zonne-installaties die dateren van voor 2013. We begrijpen dat de overheid iets wil doen aan de hoge elektriciteitsfactuur van de consument. Dat is haar maatschappelijke taak. Maar de weg ernaartoe is de verkeerde. De Organisatie voor Duurzame Energie waarschuwde terecht voor een sneeuwbaleffect van negatieve gevolgen. In alle lopende overeenkomsten, van financiering tot deelname, wordt met de beloofde en vastgelegde ondersteuning rekening gehouden. Niet alleen grote bedrijven zullen dus getroffen worden, maar ook coöperatieven, OCMW's, banken, pensioenfondsen, verzekeraars en vzw's worden zwaar geraakt. Er is een hoog risico op faillissementen en op banenverlies. Investeerders zullen ook twee keer nadenken voor ze hun geld stoppen in Belgische energieprojecten en zullen hun vizier op het buitenland richten. Daardoor lopen we niet alleen investeringen in België, met de bijbehorende welvaart en werkgelegenheid mis, maar wordt het nog moeilijker om de klimaatdoelstellingen te behalen en riskeert België Europese boetes te moeten betalen die via de belastingen aan u en mij zullen worden doorgerekend. Terugkomen op gemaakte afspraken schaadt het vertrouwen in hernieuwbare energiebronnen. Dat kunnen we op dit moment missen als kiespijn.Een stabiel investeringsklimaat, een duidelijke langetermijnvisie over de energietransitie, minder complexe wetgeving en vergunningsprocedures en meer rechtszekerheid voor consumenten en investeerders zijn de ingrediënten om de broodnodige investeringen in hernieuwbare energie mogelijk te maken. Met zon en wind moeten we de energieproductie in eigen handen nemen en energie-onafhankelijk worden van buitenlandse machthebbers. De bevoorradingszekerheid, de betaalbaarheid van de facturen en onze energie-onafhankelijkheid moeten de bouwstenen zijn van onze energievisie over alle beleidsniveaus heen. Dat getuigt van maatschappelijke verantwoordelijkheidszin van onze overheid en de energiespelers. Laten we dat samen doen.