Het loonakkoord voor de Duitse metaal- en elektrosector in Baden-Württemberg bepaalt een loonstijging van 4,3 procent in 2018. Is dat naar Duitse normen een royaal loonakkoord?

MARC LAMBOTTE. "De vakbond IG Metall vroeg een zeer belangrijke stijging van de koopkracht, maar het resultaat is complexer dan die 4,3 procent. Na een overgangsregeling voor de eerste drie maanden van 2018, waarbij de werknemers een premie van 100 euro per maand krijgen, stijgen de lonen op 1 april met 4,3 procent. Vanaf 1 juli 2019 volgt een jaarlijkse premie van 27 procent van een maandloon. Het akkoord loopt eind maart 2020 af. Bekijken we het op 24 maanden, dan stijgen de lonen met ongeveer 5,8 procent. In Be...

MARC LAMBOTTE. "De vakbond IG Metall vroeg een zeer belangrijke stijging van de koopkracht, maar het resultaat is complexer dan die 4,3 procent. Na een overgangsregeling voor de eerste drie maanden van 2018, waarbij de werknemers een premie van 100 euro per maand krijgen, stijgen de lonen op 1 april met 4,3 procent. Vanaf 1 juli 2019 volgt een jaarlijkse premie van 27 procent van een maandloon. Het akkoord loopt eind maart 2020 af. Bekijken we het op 24 maanden, dan stijgen de lonen met ongeveer 5,8 procent. In België is dat in eenzelfde periode 4,1 procent."LAMBOTTE. "Voor België moet we eerst de evolutie van de indexering van de lonen afwachten. Bovendien zijn de vakbonden hier snel geneigd zo'n loonakkoord te gebruiken om ook in België sterke loonsverhogingen toe te kennen. Dan missen we de kans onze positie ten opzichte van Duitsland te versterken. Maar onze oosterburen zijn niet onze enige concurrent. Er zijn ook nog Nederland en Frankrijk. Bij het bepalen van de loonnorm tellen de Duitse loonkosten voor 50 procent in de vergelijking mee. We kijken in onze sector eveneens naar wat in Spanje of zelfs Bulgarije gebeurt."Ook om andere redenen moeten we de zaken wat nuanceren. Op jaarbasis gaat het in Duitsland over een loonstijging van 3 procent. Dit metaalakkoord ligt in de lijn van vorige loonafspraken. Wat beslist wordt in metaal en elektro, is een indicatie voor andere sectoren, maar de vergelijking met onze centrale loonnorm - die een dwingend karakter heeft voor de sectoren - gaat niet op. De loonsverhogingen in andere sectoren lagen in het verleden gemiddeld iets lager dan die van Gesamtmetall-IG Metall. Overigens bestaat in Duitsland een opt-outmogelijkheid, waardoor bedrijven niet verplicht zijn hun sectorakkoord te volgen.LAMBOTTE. "Die loonmatiging is al enkele jaren achter de rug. Duitsland heeft vooral voor 2012 zijn lonen gematigd en de arbeidsmarkt hervormd. Na 2012 zijn de lonen in Duitsland beginnen te stijgen in een tempo van ongeveer 2,5 procent per jaar, wat bijna 1 procent per jaar meer is dan de eurozone. Duitsland is het best uit de crisisjaren gekomen, waardoor de lonen kunnen stijgen."LAMBOTTE. "Dat klopt niet. Er is geen sprake van de invoering van een veralgemeende 28-urige werkweek. Wel krijgen werknemers de kans een beperkte periode - 6 tot 24 maanden - minder te werken. Die mogelijkheid is beperkt tot 10 procent van het personeelsbestand. Daar staat tegenover dat de regeling om meer uren te presteren - richting 40 uren per week - versoepelt. Het is te vergelijken met de plus-minusconto bij bedrijven als Audi in Vorst.