De meeste Amerikaanse presidenten die gaan voor een tweede ambtstermijn, winnen de verkiezingen, zeker als de economie sterk staat. Voor een uitzondering op dat scenario moeten we al teruggaan naar 1892. We kunnen dan ook stellen dat Donald Trump een overweldigende favoriet zou moeten zijn voor de presidentsverkiezingen van 2020, op voorwaarde dat een economische vertraging vermeden wordt.
...

De meeste Amerikaanse presidenten die gaan voor een tweede ambtstermijn, winnen de verkiezingen, zeker als de economie sterk staat. Voor een uitzondering op dat scenario moeten we al teruggaan naar 1892. We kunnen dan ook stellen dat Donald Trump een overweldigende favoriet zou moeten zijn voor de presidentsverkiezingen van 2020, op voorwaarde dat een economische vertraging vermeden wordt. Toch hebben de Democraten alle redenen om erop te vertrouwen dat de verkiezingen van 2020 helemaal anders zullen verlopen dan eerdere herverkiezingscampagnes. Om te beginnen heeft Trump de volksstemming in 2016 verloren met ruim 2 procentpunt, een groter verschil dan de overwinningsmarges die John Kennedy in 1960, Richard Nixon in 1968 en Jimmy Carter in 1976 behaalden. Trump had bovendien een buitengewoon goede geografische verdeling van de stemmen nodig - een combinatie van uiterst nipte overwinningen in Michigan, Pennsylvania en Wisconsin en ongelijke nederlagen in grote staten als Californië en New York - om de meerderheid van de kiesmannen binnen te halen. Het wordt een huzarenstukje om dat te herhalen. Daar komt bij dat de populariteit van Trump sinds 2016 niet gestegen, maar flink gedaald is. Zijn waarderingscijfer begon met een kwetsbare 45 procent, zakte naar 35 procent in zijn eerste ambtsjaar en bedraagt nu 42 procent. Barack Obama en George W. Bush hadden beiden waarderingscijfers van bijna 50 procent, toen ze nipt herverkozen werden. Bill Clinton en Ronald Reagan wonnen respectievelijk de waardering van 55 en 58 procent van de bevolking voor ze hun verpletterende herverkiezingsoverwinningen neerzetten ( zie grafiek). Trump heeft nog veel tijd om zich geliefd te maken bij kiezers. Obama haalde op hetzelfde moment van zijn eerste termijn ook niet meer dan 43 procent. Maar de waarderingscijfers van de huidige president schommelen minder dan die van zijn voorganger. Ze blijven tussen 37 en 43 procent, ondanks het spervuur van politiek nieuws tijdens zijn regeerperiode. Dat lijkt erop te wijzen dat de meningen over Trump in de gepolariseerde Verenigde Staten harder geworden zijn en waarschijnlijk niet veel meer zullen wijzigen. Bovendien duurt de economische expansie al bijna elf jaar. Dat is de langste periode ooit. Bovendien neemt de stimulerende werking van Trumps belastingverminderingen af. Dat alles maakt het veel waarschijnlijker dat de economische groei in de VS in 2020 vertraagt dan dat ze herstelt. Een scherpe vertraging of een regelrechte recessie zal Trumps ruiten ingooien. Als de presidentsverkiezingen van 2020 enkel een referendum worden over de prestaties van Donald Trump, dan verliest hij zo goed als zeker. Toch geven de gokkers Trump een vrij grote kans om herverkozen te worden. Hun weddenschappen wijzen op een kans van 46 procent. Daar zijn twee redenen voor. De eerste is de onzekerheid over de sterkte van de uitdager. Joe Biden is 76 jaar oud en heeft een onzekere start gemaakt. Elizabeth Warren, die sterk naar voren is gekomen, en Bernie Sanders zijn allebei linkser dan de gemiddelde Amerikaanse kiezer. Dat kan de welgestelde, hoog opgeleide randstedelingen van zich vervreemden. Hun afvalligheid kostte de Republikeinen in 2018 de controle over het Huis van Afgevaardigden. Trump zal zijn best doen om zijn tegenstander te demoniseren en van de verkiezingen een keuze tussen het minste van twee kwaden te maken. Er zal een gewiekste Democraat voor nodig zijn om zijn aanvallen te pareren. De tweede reden is de mogelijkheid dat Trump zijn voordeel in het kiescollege toch weet te behouden. Er zijn aanwijzingen dat hij een nek-aan-nekrace zou winnen. In de Upper Midwest-staten, die hem zijn overwinning hebben bezorgd in 2016, wonen onevenredig veel blanke kiezers uit de arbeidersklasse. Die groep is het meest trouw aan de president. Dat verklaart deels waarom zijn waarderingspercentage in veel van die staten op een jaar voor de verkiezingen maar enkele procentpunten onder 50 procent ligt. Bovendien heeft de Democratische kandidaat voor het gouverneurschap verloren in Florida en maar nipt gewonnen in Wisconsin, wat lijkt aan te geven dat beide staten conservatiever blijven dan het nationale gemiddelde. Het Amerikaanse politieke landschap lijkt te wijzigen tussen de verkiezingen door. En strategieën die beogen in te zetten op winst in enkele staten, ongeacht de nationale uitslag, zijn zeer riskant. Maar de gokkers geven Trump slechts 24 procent kans om meer stemmen te krijgen dan zijn tegenstander. Dat betekent dat het voor de tweede presidentsverkiezing op rij zeer goed mogelijk is dat de kandidaat met het grootste aantal stemmen niet dezelfde is als de kandidaat die de meerderheid van de kiesmannen toegewezen krijgt. In dat opzicht zijn de verkiezingen in 2020 niet alleen een test voor de populariteit van een president die de normen aan zijn laars lapt, maar ook van de gepercipieerde legitimiteit van de Amerikaanse democratie.