De Maastrichtnormen zijn tot eind 2021 opgeschort. De regeringen hoeven zich dus voorlopig geen zorgen te maken over een begrotingstekort dat veel groter is dan 3 procent van het bbp en een staatsschuld die de 60 procent van het bbp ver overstijgt. Maar wellicht zal de Europese Commissie die normen vanaf volgend jaar opnieuw als richtsnoer gebruiken, om na te gaan of de eurolanden wel werk maken van de sanering van hun overheidsfinanciën.

Let op voor budgettaire luiheid.

Minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) waarschuwde in een webinar voor het Belgian Finance Center dat het opnieuw opleggen van strenge begrotingsnormen het relancebeleid en de geplande overheidsinvesteringen in gevaar kan brengen, meldde de Tijd.

De Europese Commissie maakt amper of geen onderscheid tussen lopende uitgaven en investeringsuitgaven. Het gevolg is dat landen met een groot overheidstekort op die manier hun investeringsdoelstellingen niet zullen kunnen halen. Dat geldt zeker voor België, waar het begrotingstekort volgens de Nationale Bank de komende jaren rond 6 procent van het bbp zal schommelen.

Van Peteghem wil de Maastrichtnormen niet op de schop. Een optie is de investeringsuitgaven los te koppelen van de lopende uitgaven. Dat klinkt logisch, maar het mag geen alibi zijn voor budgettaire luiheid en het op de lange baan schuiven van de begrotingssanering. De Belgische toestand blijft precair, leert het laatste jaarverslag van de Nationale Bank. Zelfs met een sterk economisch herstel daalt het begrotingstekort tegen het einde van het decennium niet onder 4 procent van het bbp en blijft de schuldgraad met 120 procent van het bbp te hoog.

Gouden financieringsregel

Als men het debat wil voeren over minder strenger begrotingsregels, dan wordt de zogenoemde gouden financieringsregel het best vanonder het stof gehaald. Die regel beschouwt de specialist in overheidsfinanciën Wim Moesen (KU Leuven) al jaren als het alfa en omega van een gezonde budgettaire toestand.

Volgens de regel moeten de lopende uitgaven en de ontvangsten in evenwicht zijn. Een overheid mag lenen, maar dan eerder om investeringen te financieren. Als de productieve overheidsinvesteringen (wegen, tunnels, nieuwe overheidsgebouwen, digitalisering,...) 3 procent van het bbp bedragen en het begrotingsdeficit bedraagt 3 procent van het bbp, dan beantwoordt een land aan de gouden financieringsregel.

Dat was ook de filosofie van de Maastrichtnorm van 3 procent tekort in de begroting. Toen kon in de meeste eurolanden nog 3 procent van dat bbp als investeringen genoteerd worden. Maar na de financiële crisis van 2009 begon de Europese Commissie nulsaldo's te eisen, en dat ging ten koste van (productieve) investeringen.

Als de Europese Commissie straks meer budgettaire discipline eist, dan hoeft dat geen probleem te zijn voor de geplande overheidsinvesteringen. Regeringen - ook en vooral de Belgische - moeten gewoon hun verantwoordelijkheid nemen en besparen op de lopende uitgaven. Die liggen door de coronapandemie structureel hoog, op 55 procent van het bbp. Maar voor de crisis waren ze ook al zeer hoog: 50 procent van het bbp. Er is de voorbije decennia amper bespaard, in tegenstelling tot wat sommigen beweren. Op een paar jaar na (2014-2015) stegen de overheidsuitgaven altijd sneller dan het nominaal bbp. De primaire uitgaven de komende jaren minder snel doen groeien dan het bbp moet straks een minimumdoelstelling zijn. Naar Belgische normen is dat al een huzarenstuk.

De Maastrichtnormen zijn tot eind 2021 opgeschort. De regeringen hoeven zich dus voorlopig geen zorgen te maken over een begrotingstekort dat veel groter is dan 3 procent van het bbp en een staatsschuld die de 60 procent van het bbp ver overstijgt. Maar wellicht zal de Europese Commissie die normen vanaf volgend jaar opnieuw als richtsnoer gebruiken, om na te gaan of de eurolanden wel werk maken van de sanering van hun overheidsfinanciën.Minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) waarschuwde in een webinar voor het Belgian Finance Center dat het opnieuw opleggen van strenge begrotingsnormen het relancebeleid en de geplande overheidsinvesteringen in gevaar kan brengen, meldde de Tijd.De Europese Commissie maakt amper of geen onderscheid tussen lopende uitgaven en investeringsuitgaven. Het gevolg is dat landen met een groot overheidstekort op die manier hun investeringsdoelstellingen niet zullen kunnen halen. Dat geldt zeker voor België, waar het begrotingstekort volgens de Nationale Bank de komende jaren rond 6 procent van het bbp zal schommelen.Van Peteghem wil de Maastrichtnormen niet op de schop. Een optie is de investeringsuitgaven los te koppelen van de lopende uitgaven. Dat klinkt logisch, maar het mag geen alibi zijn voor budgettaire luiheid en het op de lange baan schuiven van de begrotingssanering. De Belgische toestand blijft precair, leert het laatste jaarverslag van de Nationale Bank. Zelfs met een sterk economisch herstel daalt het begrotingstekort tegen het einde van het decennium niet onder 4 procent van het bbp en blijft de schuldgraad met 120 procent van het bbp te hoog.Als men het debat wil voeren over minder strenger begrotingsregels, dan wordt de zogenoemde gouden financieringsregel het best vanonder het stof gehaald. Die regel beschouwt de specialist in overheidsfinanciën Wim Moesen (KU Leuven) al jaren als het alfa en omega van een gezonde budgettaire toestand.Volgens de regel moeten de lopende uitgaven en de ontvangsten in evenwicht zijn. Een overheid mag lenen, maar dan eerder om investeringen te financieren. Als de productieve overheidsinvesteringen (wegen, tunnels, nieuwe overheidsgebouwen, digitalisering,...) 3 procent van het bbp bedragen en het begrotingsdeficit bedraagt 3 procent van het bbp, dan beantwoordt een land aan de gouden financieringsregel.Dat was ook de filosofie van de Maastrichtnorm van 3 procent tekort in de begroting. Toen kon in de meeste eurolanden nog 3 procent van dat bbp als investeringen genoteerd worden. Maar na de financiële crisis van 2009 begon de Europese Commissie nulsaldo's te eisen, en dat ging ten koste van (productieve) investeringen.Als de Europese Commissie straks meer budgettaire discipline eist, dan hoeft dat geen probleem te zijn voor de geplande overheidsinvesteringen. Regeringen - ook en vooral de Belgische - moeten gewoon hun verantwoordelijkheid nemen en besparen op de lopende uitgaven. Die liggen door de coronapandemie structureel hoog, op 55 procent van het bbp. Maar voor de crisis waren ze ook al zeer hoog: 50 procent van het bbp. Er is de voorbije decennia amper bespaard, in tegenstelling tot wat sommigen beweren. Op een paar jaar na (2014-2015) stegen de overheidsuitgaven altijd sneller dan het nominaal bbp. De primaire uitgaven de komende jaren minder snel doen groeien dan het bbp moet straks een minimumdoelstelling zijn. Naar Belgische normen is dat al een huzarenstuk.