De hoge energieprijzen zijn voor alle Belgen een bron van frustratie, maar de 20 procent Belgen die tot de lagere middenklasse behoren, met een nettomaandinkomen tussen 1.450 en 1.950 euro, voelen de crisis extra hard. Een deel leeft van een uitkering, maar een belangrijk deel werkt en slaagt er toch niet in de eindjes aan elkaar te knopen. Die groep verdient meestal net te veel om recht te hebben op sociale voordelen, zoals het lagere energietarief. Dat maakt jaarlijks een verschil van duizenden euro's in vergelijking met wie net wel onder de inkomensgrens voor sociale steun valt.

Lage middenklasse verdient beter.

De linkerflank van de Vivaldi-regering heeft een oplossing: breid het sociaal energietarief uit tot iedereen met een inkomen van 2.450 euro of zelfs meer. De vraag is of dat de juiste aanpak is. Het bezwaart de begroting met minstens 1 miljard euro extra, het stimuleert energiebesparing niet en is geen oplossing voor enkele structurele problemen waarmee de lagere middenklasse kampt, zoals de werkloosheids- en promotieval. Het sociaal tarief maakt dat een groep werklozen niet geneigd is een baan te zoeken, aangezien ze dan in een inkomensschaal komt waar voordelen wegvallen. Dan is de financiële winst van een baan beperkt.

Lagere middenklassers die toch werken en het sociaal tarief mislopen, kunnen beslissen meer te werken en bruto meer te verdienen. Maar dan is er de promotieval. Ze komen door een stijging van hun inkomen in een hogere belastingschaal en verliezen directe fiscale voordelen, zoals de werkbonus. Daardoor levert 100 euro bruto extra in de praktijk nauwelijks 30 euro netto op. Die vallen wegwerken zou voor de Vivaldi-regering belangrijker moeten zijn dan de uitbreiding van het sociaal energietarief.

De hoge energieprijzen zijn voor alle Belgen een bron van frustratie, maar de 20 procent Belgen die tot de lagere middenklasse behoren, met een nettomaandinkomen tussen 1.450 en 1.950 euro, voelen de crisis extra hard. Een deel leeft van een uitkering, maar een belangrijk deel werkt en slaagt er toch niet in de eindjes aan elkaar te knopen. Die groep verdient meestal net te veel om recht te hebben op sociale voordelen, zoals het lagere energietarief. Dat maakt jaarlijks een verschil van duizenden euro's in vergelijking met wie net wel onder de inkomensgrens voor sociale steun valt.De linkerflank van de Vivaldi-regering heeft een oplossing: breid het sociaal energietarief uit tot iedereen met een inkomen van 2.450 euro of zelfs meer. De vraag is of dat de juiste aanpak is. Het bezwaart de begroting met minstens 1 miljard euro extra, het stimuleert energiebesparing niet en is geen oplossing voor enkele structurele problemen waarmee de lagere middenklasse kampt, zoals de werkloosheids- en promotieval. Het sociaal tarief maakt dat een groep werklozen niet geneigd is een baan te zoeken, aangezien ze dan in een inkomensschaal komt waar voordelen wegvallen. Dan is de financiële winst van een baan beperkt. Lagere middenklassers die toch werken en het sociaal tarief mislopen, kunnen beslissen meer te werken en bruto meer te verdienen. Maar dan is er de promotieval. Ze komen door een stijging van hun inkomen in een hogere belastingschaal en verliezen directe fiscale voordelen, zoals de werkbonus. Daardoor levert 100 euro bruto extra in de praktijk nauwelijks 30 euro netto op. Die vallen wegwerken zou voor de Vivaldi-regering belangrijker moeten zijn dan de uitbreiding van het sociaal energietarief.