Een nieuwe sluiting of verbod zou een enorme financiële en mentale klap zijn voor alle uitbaters van horeca en organisatoren van evenementen, die hun stinkende best doen om de veiligheid van het personeel en de klanten te garanderen. Met de opening van de horeca zagen we ook lokale voetbalkantines en sportbars weer de deuren openen.

De sportclubs en de verenigingen zagen door de lockdown een deel van hun inkomsten door de neus geboord. Het is begrijpelijk dat ze proberen nog wat inkomsten te genereren, maar er dringen zich wel wat vragen op. De vrijwilliger van dienst achter de toog of aan de stoof kan zichzelf onmogelijk dezelfde automatismen inzake hygiëne en veiligheid aanmeten als een professional die er voltijds mee bezig is.

Laat evenementen over aan de professionals.

Een mondmasker opzetten kan iedereen. Over elke handeling nadenken, is minder vanzelfsprekend. Alles afruimen, afwassen en ontsmetten na elke bezoeker vraagt ook veel manschappen. Een organisatie die draait op vrijwilligers komt altijd handen tekort. Mensen die hun brood verdienen met horeca zijn bij de heropening van hun etablissement niet over één nacht ijs gegaan. Zij krijgen inspectie en zij riskeren bij klachten de sluiting van hun zaak. Er staat veel op het spel.

We lazen in de kranten over een illegaal minifestival op een wei in Overijse, waar de politie 160 mensen op de bon zette. De aanwezigen lapten alle regels aan hun laars. Geen dispensers voor alcoholgel, geen pijlen die de richting moeten aangeven, geen afstand tussen de bezoekers,... Dan liever een evenement opgezet door professionals, die achteraf ook ter verantwoording kunnen geroepen worden en aansprakelijk zijn als er iets faliekant fout loopt.

Met alle sympathie voor de sportclubs en de verenigingen lijkt het ons toch beter om horeca-initiatieven voorlopig aan de professionals over te laten. Voor de organisatoren van illegale evenementen kunnen we geen sympathie hebben. Voor de bezoekers evenmin.

Een nieuwe sluiting of verbod zou een enorme financiële en mentale klap zijn voor alle uitbaters van horeca en organisatoren van evenementen, die hun stinkende best doen om de veiligheid van het personeel en de klanten te garanderen. Met de opening van de horeca zagen we ook lokale voetbalkantines en sportbars weer de deuren openen.De sportclubs en de verenigingen zagen door de lockdown een deel van hun inkomsten door de neus geboord. Het is begrijpelijk dat ze proberen nog wat inkomsten te genereren, maar er dringen zich wel wat vragen op. De vrijwilliger van dienst achter de toog of aan de stoof kan zichzelf onmogelijk dezelfde automatismen inzake hygiëne en veiligheid aanmeten als een professional die er voltijds mee bezig is.Een mondmasker opzetten kan iedereen. Over elke handeling nadenken, is minder vanzelfsprekend. Alles afruimen, afwassen en ontsmetten na elke bezoeker vraagt ook veel manschappen. Een organisatie die draait op vrijwilligers komt altijd handen tekort. Mensen die hun brood verdienen met horeca zijn bij de heropening van hun etablissement niet over één nacht ijs gegaan. Zij krijgen inspectie en zij riskeren bij klachten de sluiting van hun zaak. Er staat veel op het spel.We lazen in de kranten over een illegaal minifestival op een wei in Overijse, waar de politie 160 mensen op de bon zette. De aanwezigen lapten alle regels aan hun laars. Geen dispensers voor alcoholgel, geen pijlen die de richting moeten aangeven, geen afstand tussen de bezoekers,... Dan liever een evenement opgezet door professionals, die achteraf ook ter verantwoording kunnen geroepen worden en aansprakelijk zijn als er iets faliekant fout loopt.Met alle sympathie voor de sportclubs en de verenigingen lijkt het ons toch beter om horeca-initiatieven voorlopig aan de professionals over te laten. Voor de organisatoren van illegale evenementen kunnen we geen sympathie hebben. Voor de bezoekers evenmin.