Ik blijf sympatie hebben voor de bekommernissen van de klimaatactievoerders, maar ik voel toenemende antipathie tegen hun politieke agenda. Ik ontwaar daarin de kiemen van wat ik, met enige overdrijving, klimaattotalitarisme zou noemen. Er is de allesoverheersende, onwrikbare overtuiging van een dreigende of imminente klimaatcatastrofe. Die is niet wetenschappelijk, maar dogmatisch. Ze betekent complete polarisatie. Wie niet meedoet, is een wandelend planetair gevaar. Wie zich er niet bij aansluit, is de vijand, en ronduit gewetenloos. De rampretoriek smoort elke nuance in de kiem.

De klimaatopwarming is een feit. Welke omvang de klimaatopwarming heeft, of de mens er iets aan kan doen, en welke gevolgen de klimaatopwarming heeft, in het bijzonder voor onze contreien, staan niet vast. Niet de ratio, maar de emotie domineert. Ziedaar het basisingrediënt van elke totalitaire ontsporing in de bloedige annalen van de mensheid.

Er is de superioriteit van het klimaat als existentiële prioriteit die de mens en de mensheid als een bedreiging wegzet. De klimaatagenda deelt met het communisme en het islamisme een ideologie die de mens ondergeschikt maakt aan een absoluut hoger doel. Dat is de opstap naar absolutisme en mensontering, zoals in de communistische en de islamitische dictaturen.

Er is de onverholen ambitie om het hele maatschappijmodel aan de klimaatpolitiek te onderwerpen. De oproep voor een grondwetswijziging die een bijzondere klimaatwet moet toelaten, is daarvoor tekenend. Een bijzondere wet dient om grondwettelijke bevoegdheden te organiseren. Ze dient niet om te bepalen hoe bevoegdheden moeten worden uitgeoefend. Ze dient niet om het klimaat boven andere politieke prioriteiten te verheffen.

Een democratische rechtsstaat onderscheidt zich van totalitaire regimes doordat de grondwet alle democratische politieke keuzes mogelijk maakt, maar geen enkele keuze bevoordeelt of verankert. Democratie kent geen politieke predestinatie. Democratie kent geen hiërarchie van politieke voorkeuren. De klimaatagenda wil dat allemaal wel en zet daarin objectief de eerste stap richting totalitarisme.

Klimaatbetogers kunnen met hun goede voornemens de weg naar de hel plaveien.

Er is de politieke recuperatie van de oorspronkelijke klimaatmarsen door groen-linkse activisten en intellectuele sjerpa's die de hele economische ontwikkeling in een dwangbuis willen steken. Het klimaat is voor extreemlinks het alibi om te kunnen afrekenen met het kapitalisme. Dat kapitalisme, met al zijn gebreken, berust fundamenteel op economische vrijheid, vertaald in eigendom, handel en markten. Ook in die optiek is de klimaatagenda een aanval op de menselijke vrijheid.

Er is het intieme verband tussen menselijk gedrag en de klimaatopwarming. Dat brengt klimaatpolitiek spontaan in de levens en de huiskamers, waar het politieke bedrijf normaal geen plaats heeft. Zal het ons bevrijden of verknechten? Verknechtend zijn alvast de slogans over minder vlees, minder reizen en zelfs minder kinderen. Ze doen mij rillingen krijgen. Het vergt weinig fantasie om daarin de totalitaire verlokking te ontwaren.

Er is een alternatief. Dat begint bij het besef dat de impact van de mens op onze planeet niet bij ons, maar wel in Afrika, India en China zal worden beslecht. Dat betekent dat wij niet instant anders moeten gaan leven, maar dat we de kans hebben de samenleving en de economie diep duurzaam te maken. Mobiliteit, infrastructuur, transport, urbanisatie en energiebronnen zijn daarbij de assen. Steden, bedrijven en overheden zijn daarbij de speerpunten, zoals in Leuven gebeurt.

Ik twijfel niet aan de goede voornemens van de klimaatbetogers. Maar daarmee kunnen ze ook de weg naar de hel plaveien. Klimaatopwarming vergt heus geen groene dictatuur. Mits een slimme combinatie van regulering en investering, kunnen we ecologie, economie en welzijn verbinden. Dan zullen we vrijheid, vooruitgang en verantwoordelijkheid verbinden. Daarvoor wil ik betogen.