De positieve aandacht die de tweehonderdste geboortedag van Karl Marx heeft gekregen, getuigt van een blijvende intellectuele fascinatie met het marxisme in de media en bij sommige intellectuelen. Nochtans heeft geen enkele denker in de geschiedenis van de mensheid onrechtstreeks meer doden op zijn geweten dan Marx.
...

De positieve aandacht die de tweehonderdste geboortedag van Karl Marx heeft gekregen, getuigt van een blijvende intellectuele fascinatie met het marxisme in de media en bij sommige intellectuelen. Nochtans heeft geen enkele denker in de geschiedenis van de mensheid onrechtstreeks meer doden op zijn geweten dan Marx. Volgens Marx was eigendom de wortel van alle kwaad, en moest die met de proletarische revolutie worden verdelgd. Daarmee effende hij de weg naar monsterlijke regimes die vele tientallen miljoenen mensen hebben opgeofferd aan hun totalitaire versie van de klasseloze maatschappij. Dat menselijke waardigheid, arbeid en persoonlijke eigendom onlosmakelijk verbonden zijn, is een eeuwige les voor de hele mensheid.Marx dacht na over het prille negentiende-eeuwse kapitalisme. Wij associëren die periode van de industriële revolutie met grote ondernemers zoals George Stephenson, John Cockerill, Andrew Carnegie en John D. Rockefeller. Voor Marx bestond de ondernemer niet. Hij zag alleen kapitaalbezitters die de arbeid van proletariërs uitbuitten voor hun eigen gewin. De fundamentele rol van de ondernemer die innoveert, risico neemt, organiseert en zo meerwaarde creëert, was hem vreemd.Uitgedrukt in moderne termen was Marx blind voor het menselijke kapitaal achter het financiële kapitaal. Die blindheid komt terug in het hedendaagse debat over ongelijkheid. Net zoals Marx verliezen ongelijkheidscritici zich in reductionisme over de verdeling tussen arbeid en kapitaal. Net zoals Marx hebben ze een zero-sum wereldbeeld, waarin winst voor het kapitaal ook verlies voor de arbeid betekent. Net zoals Marx beseffen ze niet dat achter de kapitalist ook een arbeider kan schuilen: iemand die door zijn ondernemersarbeid kapitaal genereert, niet door dat af te romen bij arbeiders, en die ook nog banen creëert voor andere arbeiders.Karl Marx dacht dat het kapitalisme zichzelf zou vernietigen. In plaats daarvan is het kapitalisme zich economisch blijven heruitvinden en is het politiek in zee gegaan met het socialisme via de welvaartsstaat. Een substantieel deel van de rijkdom die de voortdurende kapitalistische innovatie oplevert, wordt gebruikt om te investeren in kansen voor alle toekomstige arbeiders, ondernemers en kapitalisten samen. De welvaartsstaat overklast het marxisme met de georganiseerde afschaffing van de klassenstaat. De welvaartsstaat belooft een samenleving waarin de basisdynamiek niet stoelt op privilege maar op verdienste, en niet op herkomst maar op talent. Die belofte is fundamenteel en principieel. Ze betekent dat ons dominante maatschappijperspectief niet is gelegen in de marxistische verdeling van tijdelijke rijkdom tussen arbeid en kapitaal, maar in kansen op toekomstige rijkdom voor iedereen. Dat vergt een sociaal investeringsbeleid dat de veranderingsstromen in de samenleving en de economie volgt. Dat geeft een permanente imperfectie. Maar het alternatief van de perfecte gelijkheid was wel onnoemelijk desastreus.In tegenstelling tot wat Marx voorspelde, verzandt onze samenleving niet in een starre verkaveling tussen kapitaal en arbeid. We kennen algemeen veel gedeelde vooruitgang, met sociale mobiliteit. Er zijn grote ongelijkheden, maar die overstijgen het marxistische discours. Het gaat niet zozeer om rijk versus arm, maar om de vaststelling dat in dezelfde samenleving, met dezelfde economie en dezelfde sociale bescherming, bepaalde subgroepen hardnekkig verschillende trajecten afleggen. Het gaat niet meer om arbeiders, maar om laaggeschoolden, alleenstaanden, immigranten, andersvaliden en zo meer. Het gaat niet om kapitalisten of hun erfgenamen, maar om hoogopgeleide kenniswerkers. Het gaat niet om simpele marxistische klassen, maar om complexe stratificatie gedreven door economische, sociologische en cultureel-etnische diversiteit en door gezinsongelijkheid. Daarom is Marx een gevaarlijke verleider voor onze tijd. Als we zijn wereldbeeld loslaten op de realiteit van de 21ste eeuw, zullen we andermaal vooral onheil aanrichten