Het economisch recht bevat bepalingen die de consument beschermen tegen onrechtmatige praktijken bij de verkoop van goederen of diensten. In de relatie tussen bedrijven, bestond zo'n bepaling niet. Het probleem stelt zich in eerste instantie voor kmo's, die het slachtoffer kunnen worden van agressieve praktijken van grote spelers, zoals multinationals. Denk maar aan het opleggen van oneerlijke voorwaarden of aankoopprijzen die boven de marktprijs liggen.

Om daar een mouw aan te passen, voert het wetsvoorstel een verbod in op het misbruik van een 'aanmerkelijke machtspositie'. Daar is sprake van indien er een band van economische afhankelijkheid bestaat tussen koper en verkoper.

De tekst voert vier verboden in binnen de B2B-relaties: misbruik van een positie van economische afhankelijkheid, onrechtmatige bedingen, agressieve marktpraktijken en misleidende marktpraktijken. Binnen de twee jaar volgt een evaluatie.

Enkel SP.A onthield zich bij de stemming.