De federale overheidsdienst (FOD) Binnenlandse Zaken kreeg in maart van EY de prijs 'overheidsorganisatie van het jaar'. Volgens de jury plukt de dienst de vruchten van de innovatie van de jongste jaren. Zo speelde ze een pioniersrol in de digitalisering van de overheidsdiensten met bijvoorbeeld de ontwikkeling van de elektronische identiteitskaart.
...

De federale overheidsdienst (FOD) Binnenlandse Zaken kreeg in maart van EY de prijs 'overheidsorganisatie van het jaar'. Volgens de jury plukt de dienst de vruchten van de innovatie van de jongste jaren. Zo speelde ze een pioniersrol in de digitalisering van de overheidsdiensten met bijvoorbeeld de ontwikkeling van de elektronische identiteitskaart. "Wanneer men over de publieke sector en de federale overheidsdiensten spreekt, gaat het vaak over de omvang van het ambtenarenapparaat", zegt Isabelle Mazzara, de voorzitter van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken. "Deze keer kreeg onze taak als dienstverlener eindelijk meer aandacht. De burgers zijn onze aandeelhouders en we moeten tonen wat we voor hen doen. Die prijs bewijst dat we goed bezig zijn. De burger verwacht in zijn relaties met de overheid dat allerlei processen digitaal verlopen. Maar tegelijk wil hij direct contact met de ambtenaar wanneer het nodig is. De federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken of IBZ speelt daarop in. We hebben apps ontwikkeld, zoals het nummer 112 waarmee de burger direct in contact treedt met de hulpdiensten." ISABELLE MAZZARA. "We werken in een bijzondere budgettaire context. We hebben behoefte aan efficiëntie. Het principe 'meer doen met minder' vind ik te beperkt. Ik kies voor 'anders en beter'. We moeten vooral wendbaarder zijn. IBZ heeft bekende opdrachten zoals het afleveren van visa en het organiseren van verkiezingen, maar wij moeten ook in actie schieten bij crisissen. Zoals de asielcrisis in 2015. We moesten toen snel extra personeel aanwerven. Ik heb de andere FOD-voorzitters gevraagd of zij mensen hadden die ons een aantal maanden wilden helpen. Van de ene op de andere dag konden we rekenen op vijftig extra medewerkers. En dan waren er de aanslagen van 22 maart 2016. Toen heb ik gemerkt dat onze organisatie zeer wendbaar is." U bent voorzitter van het college van voorzitters van alle federale overheidsdiensten. Wat houdt dat in? MAZZARA. "Laat ons duidelijk zijn: ik ben niet de voorzitter van de andere voorzitters. Ik coördineer onder meer de adviezen die we leveren en verdedig die bij het kabinet van minister van Ambtenarenzaken Steven Vandeput. We hebben seminaries georganiseerd over de toekomst van de ambtenarij en de aanpak van de kostenstructuur. We willen als overheid proactiever werken." MAZZARA. "Het gaat om hervormingstrajecten. Zo zijn vijf organisaties gehergroepeerd in één federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning. Een ander traject is de centralisering van de aankopen. Jaarlijks investeert de federale overheid 2 miljard euro via overheidsopdrachten. Amper 5 procent of 100 miljoen euro gaat naar groepsaankopen. Minister Vandeput wil dat aandeel groepsaankopen verhogen tot zeker 25 procent. Daarmee zou tot 10 procent kunnen worden bespaard." MAZZARA. "Ik sluit dat niet uit. Niet fuseren om te fuseren, wel om tot een efficiëntere werking te komen. Neem de aanwervingen. Dat gebeurde via Selor. Dat maakt nu deel uit van een nieuwe dienst. Wij willen dat de overheidsdepartementen zelf kunnen rekruteren, terwijl de procedure nog altijd door Selor wordt gecertificeerd. We willen tijdelijke krachten aanwerven en de selectieprocedure sneller doen verlopen. Maar daarvoor moet de openbare sector nog evolueren." MAZZARA. "Dat is de bedoeling." MAZZARA. "Dat was een politieke beslissing. Ik kijk daarnaar als een ambtenaar: een status quo is geen optie. Ik zeg niet: de verhouding tussen statutairen en contractuelen - ongeveer 70-30 - moet op de schop. Wel is het statuut onvoldoende flexibel. Bij de aanwerving moet alles sneller kunnen gaan. En als een statutair ambtenaar niet meer presteert, is het nu wel mogelijk hem te ontslaan, maar dat dat duurt een hele tijd. Het zou beter zijn dat iemand die minder functioneert, begeleid wordt en een andere functie opneemt, in plaats van de situatie te laten verzieken met een moeizaam ontslag tot gevolg." MAZZARA. "De federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken telt 30 procent contractuelen die geen carrièremogelijkheid hebben. Een universitair die op het laagste niveau binnenkomt, blijft zijn hele carrière op dat niveau. Wie ter plaatse blijft trappelen, vertrekt. En het is al zo moeilijk mensen aan te trekken." MAZZARA. "Ja. Er is geen verschil met de privésector. Ook voor ons is het moeilijk om ICT'ers te vinden. A priori zijn hun groeikansen in de privésector groter. Mijn dienst telt 5600 werknemers en heeft een budget van 1,5 miljard euro. Dat moet toch aantrekkelijk zijn voor mensen uit de privésector? We werken rond veiligheid: dat is een hot topic. "Maar misschien worden leidinggevenden uit de privé afgeschrikt omdat ze vrezen dat ze hier minder autonomie hebben. Een CEO heeft in de privé meer vrijheid om doelen te stellen. Er zijn meer procedures en de regels over de aanwending van middelen zijn zeer strikt." MAZZARA. "35 procent van de managers in bedrijven is een vrouw, maar in België is dat 25 procent. In deze federale overheidsdienst is dat 30 procent. Dat moet omhoog. Vrouwen moeten in topfuncties kunnen werken zonder dat ze privé meer offers moeten doen dan mannen. Ik heb ook vaak gewaarschuwd voor de glazen klif. Er is meer neiging een vrouw aan het hoofd te zetten van een bedrijf in problemen. Als het dan mislukt, krijgt zij de schuld."