Dat de regering het evenwicht in de begroting heeft opgegeven, kon niemand echt verbazen. Het is de voortzetting van het al jarenlang gevoerde begrotingsbeleid waarbij de beleidsvoerders stoere verklaringen afleggen over de doelstellingen, maar de realisaties systematisch tekortschieten. De vergelijking met de jaarlijkse nieuwjaarsvoornemens van verstokte rokers ligt voor de hand. Ook beleidsvoerders overschatten hun karaktersterkte en hun doorzettingsvermogen.
...

Dat de regering het evenwicht in de begroting heeft opgegeven, kon niemand echt verbazen. Het is de voortzetting van het al jarenlang gevoerde begrotingsbeleid waarbij de beleidsvoerders stoere verklaringen afleggen over de doelstellingen, maar de realisaties systematisch tekortschieten. De vergelijking met de jaarlijkse nieuwjaarsvoornemens van verstokte rokers ligt voor de hand. Ook beleidsvoerders overschatten hun karaktersterkte en hun doorzettingsvermogen. De beleidsverantwoordelijken grijpen graag terug naar de argumentatie dat nu besparen slecht zou zijn voor de conjunctuur. Zal dat niet altijd zo zijn? En is de groei nu lager dan verwacht bij het formuleren van de evenwichtsdoelstelling? Verontschuldigingen kan men altijd vinden. Strikt economisch en financieel maakt het niet veel uit of de overheidsrekeningen in 2019, 2022 of later in evenwicht zijn. Op die paar procenten schuldopbouw komt het ook niet aan. Wel belangrijk is dat met het opgeven van het budgettair evenwichtsdoel het laatste greintje geloofwaardigheid van het Belgische begrotingsbeleid verdwijnt. Verontrustend is dat geen aandacht gaat naar de belangrijke langeretermijnrisico's die daaraan verbonden zijn. In de economie draait veel om vertrouwen tussen de overheid en de economische agenten. Het fiscaal en begrotingsbeleid is daar een cruciaal onderdeel van. De voorspelbaarheid van het gedrag van de overheid vormt een belangrijke informatiebron bij het nemen van beslissingen over investeringen, beleggingen, contracten enzovoort. In ons land gaat de afwezigheid van een duidelijk en geloofwaardig budgettair beleid samen met een even onvoorspelbaar fiscaal beleid. De onzekerheid over de toekomstige belastingheffing, zowel tarieven als mogelijke belastbare basissen, vergroot de economische onzekerheid en is nefast voor het vertrouwen. Toegegeven, een evenwicht op de overheidsrekeningen is geen bewijs van gezonde overheidsfinanciën, maar het toont ten minste aan dat de toestand niet verergert. Hoe onbeduidend het opgeven van het begrotingsevenwicht ook lijkt, de verscholen boodschap is zeer verontrustend. Temeer omdat de regering-Michel bij haar aantreden de indruk wekte dat het nu eindelijk menens zou zijn met de sanering van de overheidsfinanciën en dat we zicht zouden krijgen op het einde van de saneringstunnel. Maar niets van dat: geen sanering en tekorten die, rekening houdend met de conjunctuur, nauwelijks dalen. Een voortzetting van het al decennialang gevoerde overlevingsbeleid: voldoende ingrepen om niet in grote financiële problemen te komen, maar onvoldoende om een einde te maken aan de saneringsproblematiek. De gevaren van dit beleid vergroten door het terugdraaien van het kwantitatieve monetaire beleid van de Europese Centrale Bank en de daaruit volgende renteverhogingen. Weliswaar duurt het een aantal jaren vooraleer de rentesneeuwbal rolt, maar dan is het te laat om met enige vrijheid orde op zaken te stellen en ligt de weg open voor nieuwe belastingverhogingen en pijnlijke besparingen. Iedereen die in zijn beslissingen rekening houdt met langeretermijnrisico's zal nu de waarschijnlijkheid drastisch verhogen dat zo'n scenario realiteit wordt. Geen probleem voor de huidige regering. Maar heeft die regering zich al eens afgevraagd waarom onze groei en tewerkstelling het niet beter doen? Een belangrijk deel van het antwoord ligt in het overheidsbeleid dat de voorbije decennia is gevoerd en waarbij ook altijd de voorkeur werd gegeven aan de beperking van de kortetermijnpijn, eerder dan aan het voeren van een beleid dat de groei en de tewerkstelling op langere termijn stimuleert. Finaal moeten we hopen dat Europa meer druk zal zetten op de Belgische beleidsvoerders om van de overheidsfinanciën een instrument te maken dat de groei en de tewerkstelling stimuleert, eerder dan afremt. Nu is het bewezen: uit zichzelf kunnen onze beleidsvoerders het niet.