Boer Wang staat op een vier meter hoge constructie die eruitziet als een wachttoren. Hij vertelt zijn tienduizenden volgers via livestream over het leven op het platteland. Achter hem, op de heuvels rond het bassin van Chengdu, dat geleidelijk overgaat in bergen, ligt een veld met perziken. De man is al lang geen boer meer - hij leidt een marketingmachine. Ik volg een van zijn livestreams waarin hij als een moderne Vergilius vertelt over de perzikenoogst van dit jaar en zijn zoektocht naar een levenspartner. Zijn volgers zijn stadsmensen die weer een connectie zoeken met het platteland, een herkenbare trend in een maatschappij die erg snel verstedelijkt.

' If you build it, they will come', niemand heeft dat meer ter harte genomen dan de Communistische Partij. Dankzij een enorme bouwdrift heeft elk boerengehucht wel een hogesnelheidstreinstation of autosnelweg in de buurt. De jongeren namen die routes massaal en vertrokken naar de stad. De urbanisatiegraad ligt al op 63 procent. Dat is nog geen verpletterend cijfer - België zit op 98 procent en de Verenigde Staten op 82 procent - maar in 1949, bij de oprichting van de Volksrepubliek, bedroeg die in China maar 10 procent.

In een gespannen post-covid-tijdperk ligt China's focus op de binnenlandse ontwikkeling.

Nadat het platteland was leeggelopen en enkel de oudjes er waren achtergebleven, kwam de cruciale vraag wie het land zou bewerken en de 1,4 miljard Chinezen zou voeden. De modernisering van de landbouw staat dan ook hoog op de agenda van de Partij, die wil dat de sector productiever, moderner én groener wordt. Om de economische kloof tussen het platteland en de stad te dichten wil ze minder, maar rijkere boeren met grotere landbouwarealen. Opgeleide stadsmensen wisselen hun pak en das in voor gummilaarzen en starten als boer-ondernemer een boerderij op het platteland.

Bedrijven als Pinduoduo (PDD) bouwden de infrastructuur waarmee boeren hun gewassen direct aan de man kunnen brengen. Via het livestreamplatform en de logistieke diensten van PDD kunnen ze 536 miljoen consumenten bereiken. In een land dat de laatste decennia geplaagd is door voedselschandalen sterkt het je vertrouwen als je met je eigen ogen kunt zien waar je eten vandaan komt. En zo zijn er duizenden boer Wangs, die de teelt van hun limoenen en granaatappels streamen naar verveelde huisvrouwen in Sjanghai en hun producten voor een meerprijs verkopen. De slachtoffers zijn de tussenhandelaren die genadeloos uit de keten worden gegooid.

Terwijl ik in de tuin van boer Wang van mijn thee nip, vraag ik me af hoe Europese bedrijven hun graantje kunnen meepikken. Als zakenman in China weet ik heel goed dat er altijd kansen verbonden zijn aan de prioriteiten van de overheid. Chinese klanten zullen altijd de vraag stellen hoe je project daarbij aansluit. In een gespannen post-covid-tijdperk ligt China's focus op de binnenlandse ontwikkeling en verdere zelfvoorzienendheid. Op korte termijn zie ik kansen voor de consultancy en de verkoop van materialen waarmee Chinese boeren het succesvolle Europese model kunnen kopiëren. Op lange termijn zie ik een golf van agritechontwikkelingen ontstaan die ook zijn weg zal vinden naar Europa.

Ondertussen wacht ik al twee weken op 10 kilogram perziken die ik bij boer Wang heb besteld, maar ik kreeg slecht nieuws. De perziken zijn uitverkocht. Business is good.

Boer Wang staat op een vier meter hoge constructie die eruitziet als een wachttoren. Hij vertelt zijn tienduizenden volgers via livestream over het leven op het platteland. Achter hem, op de heuvels rond het bassin van Chengdu, dat geleidelijk overgaat in bergen, ligt een veld met perziken. De man is al lang geen boer meer - hij leidt een marketingmachine. Ik volg een van zijn livestreams waarin hij als een moderne Vergilius vertelt over de perzikenoogst van dit jaar en zijn zoektocht naar een levenspartner. Zijn volgers zijn stadsmensen die weer een connectie zoeken met het platteland, een herkenbare trend in een maatschappij die erg snel verstedelijkt. ' If you build it, they will come', niemand heeft dat meer ter harte genomen dan de Communistische Partij. Dankzij een enorme bouwdrift heeft elk boerengehucht wel een hogesnelheidstreinstation of autosnelweg in de buurt. De jongeren namen die routes massaal en vertrokken naar de stad. De urbanisatiegraad ligt al op 63 procent. Dat is nog geen verpletterend cijfer - België zit op 98 procent en de Verenigde Staten op 82 procent - maar in 1949, bij de oprichting van de Volksrepubliek, bedroeg die in China maar 10 procent. Nadat het platteland was leeggelopen en enkel de oudjes er waren achtergebleven, kwam de cruciale vraag wie het land zou bewerken en de 1,4 miljard Chinezen zou voeden. De modernisering van de landbouw staat dan ook hoog op de agenda van de Partij, die wil dat de sector productiever, moderner én groener wordt. Om de economische kloof tussen het platteland en de stad te dichten wil ze minder, maar rijkere boeren met grotere landbouwarealen. Opgeleide stadsmensen wisselen hun pak en das in voor gummilaarzen en starten als boer-ondernemer een boerderij op het platteland. Bedrijven als Pinduoduo (PDD) bouwden de infrastructuur waarmee boeren hun gewassen direct aan de man kunnen brengen. Via het livestreamplatform en de logistieke diensten van PDD kunnen ze 536 miljoen consumenten bereiken. In een land dat de laatste decennia geplaagd is door voedselschandalen sterkt het je vertrouwen als je met je eigen ogen kunt zien waar je eten vandaan komt. En zo zijn er duizenden boer Wangs, die de teelt van hun limoenen en granaatappels streamen naar verveelde huisvrouwen in Sjanghai en hun producten voor een meerprijs verkopen. De slachtoffers zijn de tussenhandelaren die genadeloos uit de keten worden gegooid. Terwijl ik in de tuin van boer Wang van mijn thee nip, vraag ik me af hoe Europese bedrijven hun graantje kunnen meepikken. Als zakenman in China weet ik heel goed dat er altijd kansen verbonden zijn aan de prioriteiten van de overheid. Chinese klanten zullen altijd de vraag stellen hoe je project daarbij aansluit. In een gespannen post-covid-tijdperk ligt China's focus op de binnenlandse ontwikkeling en verdere zelfvoorzienendheid. Op korte termijn zie ik kansen voor de consultancy en de verkoop van materialen waarmee Chinese boeren het succesvolle Europese model kunnen kopiëren. Op lange termijn zie ik een golf van agritechontwikkelingen ontstaan die ook zijn weg zal vinden naar Europa. Ondertussen wacht ik al twee weken op 10 kilogram perziken die ik bij boer Wang heb besteld, maar ik kreeg slecht nieuws. De perziken zijn uitverkocht. Business is good.