Vrijdag hebben de afgevaardigden van de christelijke en liberale vakbond groen licht gegeven voor het ontwerpakkoord in de dienstenchequesector. Donderdagavond gebeurde dat al bij de socialistische vakbond ABVV, al was dat slechts met een nipte meerderheid van de achterban. Zo komt een einde aan de maandenlange patstelling.

Het overleg vloeide voort uit het tweejaarlijkse interprofessioneel akkoord tussen de sociale partners van vorig jaar. Huishoudhulpen wilden een loonsverhoging afdwingen. Daarvoor trokken ze voor het eerst ook zelf de straat op. 'Ze hebben zich, als nooit tevoren, gemobiliseerd om druk uit te oefenen op de werkgevers en hen tot rede te brengen. Hun inzet heeft vruchten afgeworpen', verdedigden de vakbonden die actie toen. 'Met 11,50 euro bruto per uur behoren de 145.000 werknemers in de sector tot de laagstbetaalden van het land.'

De brutoloonsverhoging halen de huishoudhulpen dus binnen. Uiteindelijk werd afgeklopt op een brutoloonsverhoging van 0,8 procent. De vakbonden probeerden in eerste instantie 1,1 procent af te dwingen.

Werkbaar werk

Daarnaast zitten ook een - eenmalige - cadeaucheque van 20 euro, een onkostenvergoeding voor de thuisstrijkers van 10 procent bovenop het brutoloon en een uitbreiding van de aanmoedigingspremies voor ouderschapsverlof en mantelzorg in het pakket. Bovendien worden ook een reeks maatregelen genomen die de werkbaarheid, zoals rond mobiliteit, moeten verhogen en een charter tegen grensoverschrijdend gedrag.

'Het gaat om een heel zwaarbevochten akkoord', merkte Issam Benali (ABVV) donderdag al op. 'De delegees die in de vakbondsraad bijeen waren gekomen, hebben het akkoord met een zekere bitterheid, maar ook met een gevoel van voldoening na deze dappere strijd aanvaard.'

Al sinds november vorig jaar voeren de huishoudhulpen uit de dienstenchequesector herhaaldelijk actie voor meer loon. De werkgevers van hun kant drongen aan op extra ondersteuning van de overheid. Ze zeggen dat hun rendabiliteit anders in gevaar zal komen.

Vrijdag hebben de afgevaardigden van de christelijke en liberale vakbond groen licht gegeven voor het ontwerpakkoord in de dienstenchequesector. Donderdagavond gebeurde dat al bij de socialistische vakbond ABVV, al was dat slechts met een nipte meerderheid van de achterban. Zo komt een einde aan de maandenlange patstelling.Het overleg vloeide voort uit het tweejaarlijkse interprofessioneel akkoord tussen de sociale partners van vorig jaar. Huishoudhulpen wilden een loonsverhoging afdwingen. Daarvoor trokken ze voor het eerst ook zelf de straat op. 'Ze hebben zich, als nooit tevoren, gemobiliseerd om druk uit te oefenen op de werkgevers en hen tot rede te brengen. Hun inzet heeft vruchten afgeworpen', verdedigden de vakbonden die actie toen. 'Met 11,50 euro bruto per uur behoren de 145.000 werknemers in de sector tot de laagstbetaalden van het land.'De brutoloonsverhoging halen de huishoudhulpen dus binnen. Uiteindelijk werd afgeklopt op een brutoloonsverhoging van 0,8 procent. De vakbonden probeerden in eerste instantie 1,1 procent af te dwingen. Daarnaast zitten ook een - eenmalige - cadeaucheque van 20 euro, een onkostenvergoeding voor de thuisstrijkers van 10 procent bovenop het brutoloon en een uitbreiding van de aanmoedigingspremies voor ouderschapsverlof en mantelzorg in het pakket. Bovendien worden ook een reeks maatregelen genomen die de werkbaarheid, zoals rond mobiliteit, moeten verhogen en een charter tegen grensoverschrijdend gedrag.'Het gaat om een heel zwaarbevochten akkoord', merkte Issam Benali (ABVV) donderdag al op. 'De delegees die in de vakbondsraad bijeen waren gekomen, hebben het akkoord met een zekere bitterheid, maar ook met een gevoel van voldoening na deze dappere strijd aanvaard.' Al sinds november vorig jaar voeren de huishoudhulpen uit de dienstenchequesector herhaaldelijk actie voor meer loon. De werkgevers van hun kant drongen aan op extra ondersteuning van de overheid. Ze zeggen dat hun rendabiliteit anders in gevaar zal komen.