Acerta extrapoleerde op basis van de personeelsbestanden van ruim 40.000 ondernemingen, dat de tewerkstelling in de bestaande bedrijven in ons land tussen 2015 en 2018 met 5,84 procent is gegroeid. Alle sectoren tekenden groei op: met uitschieters van +9,7 pct in de dienstensector en de laagste groei (+2,7 pct) in de maakindustrie.

In de meeste sectoren is die groei groter voor vrouwen dan voor mannen. Uitzondering vormt de dienstensector, waar het aantal vrouwelijke personeelsleden tussen 2015 en 2018 met 6,2 procent is toegenomen, tegen +13,8 procent voor de mannen.

De sterke groei bij de vrouwelijke beroepsbevolking, zorgt uiteindelijk voor een 'vervrouwelijking' van de arbeidsmarkt. Absolute koploper is de social profit, met 83,7 procent vrouwen. Ook in de dienstensector zijn de vrouwen nog in de meerderheid (53,5 pct), terwijl in de handel er nagenoeg evenveel vrouwen (49,4 pct) werken als mannen. Uitzondering is de maakindustrie, waar de mannen 72,9 procent van de dienst uitmaken. De toename van de vrouwelijke werkgelegenheid ligt er wel een pak hoger (+5,9 pct, versus +1,5 pct voor mannen).