Als er goed nieuws is, mag het ook gezegd worden. Vakbonden en werkgeversorganisaties vinden elkaar zowaar in een visietekst voor een betere arbeidsmarkt. Dat is althans hun boodschap in Vlaanderen, waar ze een gemeenschappelijk plan hebben voorgelegd aan informateur Bart De Wever. Er zijn alleen flarden via de media bekend: een financiële jobstimulans die de lage lonen aanvult, een verhoogde kinderbijslag voor de lage inkomens en automatische kortingen op sociale bijdragen bij de aanwerving van langdurig zieken, werklozen of niet-actieven.

De voorstellen willen inspelen op de paradoxale krapte op onze arbeidsmarkt: een groot tekort aan inzetbaar personeel gekoppeld aan een groot overschot van zieken, werklozen en mensen die niet economisch actief zijn. Dat is een kernprobleem voor de Belgische arbeidsmarkt en in het bijzonder voor de Vlaamse. Goed dat de sociale partners daarvan een prioriteit maken.

Maar wat meteen opvalt, is dat alle voorgestelde maatregelen volledig op rekening van de belastingbetaler komen. Blijkbaar is het enige haalbare sociaal akkoord een fiscaal akkoord dat belastinggeld wil voor het oplossen van personeelstekorten. Het is niet moeilijk een akkoord te sluiten als derden de rekening betalen. Dat patroon zien we ook federaal. Sociaal overleg lukt daar doorgaans als de regering via de begroting het overleg wil smeren.

We mogen van de sociale partners meer verantwoordelijkheid en ambitie verwachten dan het formuleren van een wenslijst voor andermans geld. Daarenboven is geld niet noodzakelijk het beste middel in de strijd tegen de acute personeelstekorten. Anders-actieven naar werk leiden, vergt een nieuwe activering die mensen sensibiliseert, begeleidt en opleidt. De drempel naar werk moet daarbij lager door meer diverse arbeidsformules en meer flexibiliteit op mensenmaat.

Hopelijk stuurt de informateur de sociale partners terug naar de onderhandelingstafel.

Als we langdurig zieken weer aan het werk willen krijgen, moeten we het binaire onderscheid tussen arbeid en arbeidsongeschiktheid loslaten. Dan worden creatieve en beperkte combinaties van werken met verminderde arbeidsgeschiktheid mogelijk. Arbeidstijd en arbeidsorganisatie kunnen meer afstemmen op de minder productieve werkwillige. Daarvoor zijn ook alternatieve formules van korte, flexibele en lager betaalde arbeid aangewezen.

Langdurige werkloosheid moet vooral worden vermeden via activering die de draaikolk van korte naar hardnekkige werkloosheid stopt. Dat betekent meer focus bij de arbeidsbemiddelaars, meer dienstverlening voor de werkzoekende en meer aanwervingskansen in de bedrijven. Sterkere financiële prikkels zijn noodzakelijk, vooral voor de werkloosheidsuitkeringen. Degressiviteit en beperking in de tijd van de uitkeringen zal helpen door geld te besparen in plaats van geld te kosten.

Voor al die factoren zijn de sociale partners onontbeerlijk. Zolang vakbonden blijven betogen, kan de werkloosheidsverzekering niet veranderen. Zolang flexibiliteit niet zowel de mens als het bedrijf dient, kan de drempel naar werk niet omlaag. Zolang lagere minimumlonen als horror worden gezien, kan de kortgeschoolde en laagproductieve werkzoekende niet aan de bak. Zolang bedrijven zich niet willen aanpassen, kunnen langdurige zieken niet geleidelijk weer aansluiten. Zolang de sociale partners niet samenwerken met OCMW's en andere sociale organisaties, kan je het legioen niet-actieven niet bereiken en mobiliseren.

Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat wat de Vlaamse vakbonden en werkgeversorganisaties aankondigen met de trots van eensgezindheid, vooral een gemakkelijkheidsoplossing is die de eigen verantwoordelijkheid afwentelt of ontwijkt. Ik pleit en duim voor meer voluntarisme. Om meer talent naar de arbeidsmarkt te krijgen, moeten de aanwerving, de arbeidsorganisatie en de arbeidsvoorwaarden veranderen. Extra geld kan dat ondersteunen, maar niet vervangen. Ik hoop dat de informateur de sociale partners terug naar de onderhandelingstafel stuurt.