23 jaar lang was Hongkong het West-Berlijn van onze tijd: een oase van vrijheid en een rechtsstaat omringd door een autoritair moederland. Van Hongkong werd gehoopt dat het een modelrol zou vervullen en heel China gaandeweg tot meer vrijheid zou inspireren. Maar sinds vorige week weten we dat Hongkong het Oost-Berlijn van onze tijd is: een symbool van onderdrukking. Een arbitraire en draconische nationale veiligheidswet, geschreven in Peking, is de nagel aan de doodskist van het idee dat Hongkong ooit was. Ze is een proefondervindelijk bewijs dat China niet te vertrouwen is. Voor de overdracht van de toenmalige Britse kolonie in 1997 beloofde China gedurende vijftig jaar de persoonlijke vrijheid, de persvrijheid, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging, de godsdienstvrijheid en andere grondrechten te garanderen. Een belofte gemaakt door een zwak China is een vodje papier voor een sterk China.

Hongkong is een spiegel voor het Westen.

Amerika kijkt willoos en machteloos toe. De voormalige president Barack Obama verloor al de Zuid-Chinese Zee door China betwiste eilanden te laten bezetten. De huidige president Trump verliest Hongkong. Het is slechts wachten op de volgende stap, in het grensgebied met India, in Taiwan, of elders. China profiteert schaamteloos van het machtsvacuüm dat corona heet. Het Westen kan wel blaffen, maar durft niet te bijten. We nemen wat sancties en bieden dissidenten asiel aan, maar durven niet op te komen voor de eigen waarden.

Dat durven de jeugdige betogers in Hongkong wel. Zij zijn de vaandeldragers van onze waarden. Terwijl generatiegenoten in het Westen mobiliseren tegen de koloniale geschiedenis, betogen zij voor de erfenis van het kolonialisme. Zonder het Britse Rijk was er geen Hongkong, geen overgeleverde traditie van onafhankelijke rechters en respect voor de menselijke waardigheid. Hongkong was nooit een moderne democratie, maar de zaden van de vrijheid werden er geplant onder het Britse regime. Net zoals in de Verenigde Staten, Canada, India, Nieuw-Zeeland en Australië.

De geschiedenis van de westerse beschaving is gedrenkt in bloed en geweld. Naar onze hedendaagse maatstaven waren onze voorvaders racistisch, antisemitisch, seksistisch en fundamentalistisch. Ze waren diep overtuigd van hun raciale superioriteit. Ze achtten vrouwen vanzelfsprekend minderwaardig. Het christendom was de enig denkbare moraal. Het onwrikbare huwelijk was door God voorgeschreven.

Wie met ons verleden wil vechten, heeft dus keuze te over. Geen enkel standbeeld, geen enkel kerkgebouw, geen enkel paleis is veilig voor de verbeten moraalridder. Maar in de drang om onze morele superioriteit op het verleden te projecteren vergeten we dat we zelf op de schouders van dat verleden staan. Onze joods-christelijke beschaving is het fundament waarop opeenvolgende generaties telkens hun verdiep van moraliteit en vooruitgang kunnen bouwen.

Ons ideaal van menselijke vrijheid en gelijkheid laat steeds weer vernieuwing en verbetering toe. Dat werk is nooit af. Elke volgende generatie kan met afgrijzen terugkijken op de voorgaande generaties, maar dan wel dankzij de vooruitgang die die generaties hebben geboekt. We kunnen de namen uit ons verleden veroordelen wegens hun bekrompenheid en hun wandaden. Of we kunnen hen erkennen voor hun rol in de keten van ontwikkeling en verbetering. Hoe willen we dat de volgende generaties over ons zullen oordelen?

Hongkong is een spiegel voor het Westen dat zo graag zichzelf haat. Ondanks alle onheil blijft ons maatschappijmodel een inspiratie voor de hele mensheid. Ondanks alle onrecht is onze maatschappij beter en inclusiever dan ooit. Laten we met dat geloof in onszelf, met de kracht van ons verleden, de toekomst nog mooier maken.

23 jaar lang was Hongkong het West-Berlijn van onze tijd: een oase van vrijheid en een rechtsstaat omringd door een autoritair moederland. Van Hongkong werd gehoopt dat het een modelrol zou vervullen en heel China gaandeweg tot meer vrijheid zou inspireren. Maar sinds vorige week weten we dat Hongkong het Oost-Berlijn van onze tijd is: een symbool van onderdrukking. Een arbitraire en draconische nationale veiligheidswet, geschreven in Peking, is de nagel aan de doodskist van het idee dat Hongkong ooit was. Ze is een proefondervindelijk bewijs dat China niet te vertrouwen is. Voor de overdracht van de toenmalige Britse kolonie in 1997 beloofde China gedurende vijftig jaar de persoonlijke vrijheid, de persvrijheid, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging, de godsdienstvrijheid en andere grondrechten te garanderen. Een belofte gemaakt door een zwak China is een vodje papier voor een sterk China. Amerika kijkt willoos en machteloos toe. De voormalige president Barack Obama verloor al de Zuid-Chinese Zee door China betwiste eilanden te laten bezetten. De huidige president Trump verliest Hongkong. Het is slechts wachten op de volgende stap, in het grensgebied met India, in Taiwan, of elders. China profiteert schaamteloos van het machtsvacuüm dat corona heet. Het Westen kan wel blaffen, maar durft niet te bijten. We nemen wat sancties en bieden dissidenten asiel aan, maar durven niet op te komen voor de eigen waarden. Dat durven de jeugdige betogers in Hongkong wel. Zij zijn de vaandeldragers van onze waarden. Terwijl generatiegenoten in het Westen mobiliseren tegen de koloniale geschiedenis, betogen zij voor de erfenis van het kolonialisme. Zonder het Britse Rijk was er geen Hongkong, geen overgeleverde traditie van onafhankelijke rechters en respect voor de menselijke waardigheid. Hongkong was nooit een moderne democratie, maar de zaden van de vrijheid werden er geplant onder het Britse regime. Net zoals in de Verenigde Staten, Canada, India, Nieuw-Zeeland en Australië. De geschiedenis van de westerse beschaving is gedrenkt in bloed en geweld. Naar onze hedendaagse maatstaven waren onze voorvaders racistisch, antisemitisch, seksistisch en fundamentalistisch. Ze waren diep overtuigd van hun raciale superioriteit. Ze achtten vrouwen vanzelfsprekend minderwaardig. Het christendom was de enig denkbare moraal. Het onwrikbare huwelijk was door God voorgeschreven. Wie met ons verleden wil vechten, heeft dus keuze te over. Geen enkel standbeeld, geen enkel kerkgebouw, geen enkel paleis is veilig voor de verbeten moraalridder. Maar in de drang om onze morele superioriteit op het verleden te projecteren vergeten we dat we zelf op de schouders van dat verleden staan. Onze joods-christelijke beschaving is het fundament waarop opeenvolgende generaties telkens hun verdiep van moraliteit en vooruitgang kunnen bouwen. Ons ideaal van menselijke vrijheid en gelijkheid laat steeds weer vernieuwing en verbetering toe. Dat werk is nooit af. Elke volgende generatie kan met afgrijzen terugkijken op de voorgaande generaties, maar dan wel dankzij de vooruitgang die die generaties hebben geboekt. We kunnen de namen uit ons verleden veroordelen wegens hun bekrompenheid en hun wandaden. Of we kunnen hen erkennen voor hun rol in de keten van ontwikkeling en verbetering. Hoe willen we dat de volgende generaties over ons zullen oordelen? Hongkong is een spiegel voor het Westen dat zo graag zichzelf haat. Ondanks alle onheil blijft ons maatschappijmodel een inspiratie voor de hele mensheid. Ondanks alle onrecht is onze maatschappij beter en inclusiever dan ooit. Laten we met dat geloof in onszelf, met de kracht van ons verleden, de toekomst nog mooier maken.