In het voorjaar bleek dat België de frequenties voor het 5G-netwerk niet in 2019 kan veilen. In februari vond de federale regering, waaruit de N-VA al vertrokken was, geen akkoord met de deelstaten. Media is een gemeenschapsbevoegdheid en aangezien mobiele data ook voor het streamen van tv-programma's wordt gebruikt, kregen de deelstaten bij een eerdere veiling voor 4G een beperkt deel van de koek. De Vlaamse regering, met de N-VA nog aan boord, eiste net als de andere deelstaten een groter stuk van de veilingopbrengst van minimaal 680 miljoen euro. De wetteksten konden onmogelijk nog voor de verkiezingen worden goedgekeurd, waardoor er nog geen datum is vastgelegd. Bij het kabinet van federaal minister voor Telecom De Backer (Open Vld) valt te horen dat het mogelijk is de veiling in lopende zaken voor te bereiden. "Zodra er nieuwe regeringen in de deelstaten zijn, kan een overlegcomité samenkomen. In het najaar komt er een studie van het BIPT die de discussie over de verdeelsleutel moet helpen te objectiveren."

Het lijkt erop dat de federale regering de politieke impasse wil oplossen door de operatoren meer te laten betalen. De 5G-veilingen hebben in Italië en Duitsland enorm veel opgebracht. Volgens het kabinet van De Backer werkt het BIPT aan een "actualisatie van de waardering" van een deel van de frequenties. Lees: een hogere minimumopbrengst om meer te kunnen verdelen tussen de overheden. Het BIPT blijft op de vlakte: "De minimumdoelstelling van 680 miljoen euro kwam er na een grondige studie die ook keek naar andere Europese landen. Een mogelijke herwaardering zal daar niet ver van afwijken."

Er zijn ook risico's verbonden aan de hogere veilingprijzen. In Italië bijvoorbeeld vragen de operatoren zich af of ze nog wel genoeg geld overhebben om 5G in te voeren. Het is goed mogelijk dat Belgische operatoren de meerkosten doorrekenen aan particulieren en bedrijven. De begrotingsmeevaller dreigt dus ook de telecomfactuur van de consument te raken. Bedrijven gaan ook niet in 5G investeren als het te veel kost. De hogere veilingprijzen maken een vierde operator wel nog altijd mogelijk, als de minimumprijzen niet te hoog liggen.