Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) wil de hoogste pensioenen optrekken. Een zeer goed idee. Dat zorgt voor een billijker pensioenstelsel. De extra kosten voor de sociale zekerheid moeten dan wel gecompenseerd worden door een verdere afbouw van de gelijkgestelde periodes, periodes van inactiviteit zoals brugpensioen en tijdskrediet die nu nog worden doorgerekend als gewerkte jaren in de berekening van het pensioen.
...

Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) wil de hoogste pensioenen optrekken. Een zeer goed idee. Dat zorgt voor een billijker pensioenstelsel. De extra kosten voor de sociale zekerheid moeten dan wel gecompenseerd worden door een verdere afbouw van de gelijkgestelde periodes, periodes van inactiviteit zoals brugpensioen en tijdskrediet die nu nog worden doorgerekend als gewerkte jaren in de berekening van het pensioen.Momenteel bedraagt het maximale netto-pensioen voor een werknemer 1671,95 euro, of die nu een maandloon heeft van 4100 euro of 6000 euro. Dat heeft alles te maken met het loonplafond voor de berekening van het pensioen van de werknemers. Voor 2014 bedraagt dat loonplafond voor werknemers 52.972,54 euro per jaar. Dat komt neer op een brutomaandloon van ongeveer 4075 euro. Alles wat iemand daarboven verdient, telt niet mee voor de berekening van het latere pensioen. Ongeveer een op de vijf werknemers bevindt zich in die situatie.Voorstanders van de plafonnering zeggen dat dit noodzakelijk is in een pensioenstelsel dat een combinatie wil zijn van het verzekeringsprincipe en solidariteit tussen hogere en lagere inkomens. Maar door dat loonplafond - de facto ingevoerd in 1997- is de slinger te veel in de richting van de solidariteit doorgeslagen. Gevolg daarvan is onder andere dat veel kaderleden uit het werknemersstelsel stappen en zelfstandige worden. Ze beschouwen een deel van hun sociale werkgeversbijdragen als zuivere belastingen geworden, waar ze later niets meer van terugzien.Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine wil een einde maken aan dat geblokkeerde maximumpensioen. Hij wil opnieuw een coëfficiënt invoeren waardoor de hoogste pensioenen niet enkel stijgen met de index maar ook de reële loonstijgingen volgen. Zo'n maatregel maakt het pensioenstelsel billijker, want het betekent dat het verzekeringsprincipe in het pensioenstelsel versterkt wordt.Het voorstel van Daniel Bacquelaine verdient daarom applaus. Deze maatregel zal trouwens leiden tot een verhoging van de vervangingsratio (het verschil tussen het pensioen en het laatste loon). In België ligt deze vervangingsratio op 44 procent. In Luxemburg is dat 74 procent, in Frankrijk 64 procent, in Oostenrijk 60 procent.Het optrekken van de maximumpensioenen heeft natuurlijk een prijskaartje. Vraag is of de regering zich dat kan permitteren gezien de oplopende vergrijzingskosten. Alleen al deze legislatuur stijgen de pensioenuitgaven met meer dan 6,5 miljard euro tot 52 miljard euro. Bacquelaine verwacht niet dat dit de pensioenkosten zal doen ontsporen indien er andere maatregelen worden genomen. Zoals een verdere verstrenging van de gelijkgestelde periodes.Dat zijn de periodes van werkloosheid en inactiviteit die worden meegeteld bij de berekening van het pensioen. Niet-werken stond dus gelijk met werken. Onder de regering-Di Rupo werden die regeling al verstrengd: voor wie langer dan vier jaar werkloos is zullen de bijkomende jaren van werkloosheid niet langer integraal worden meegeteld in de berekening van de pensioenloopbaan. Hetzelfde geldt voor bruggepensioneerden onder 60 jaar en bepaalde vormen van tijdskrediet. Het stelsel kan verder worden uitgebreid, bijvoorbeeld naar bruggepensioneerden ouder dan 60 jaar.Ook dat zou een goede maatregel zijn, want het zou mensen ertoe aanzetten langer effectief te werken. En daar moet het met ons pensioenstelsel naartoe: meer mensen die langer werken. En dan kunnen zelfs bepaalde pensioenuitkeringen worden opgetrokken.