België kijkt al jaren afgunstig naar de Zweedse arbeidsmarkt. De werkzaamheidsgraad schommelt er rond 80 procent, terwijl we in België aan 72 procent zitten. Bovendien werken de Zweden gemiddeld tot hun 65 jaar, de Belgen nog niet tot 61 jaar. Die verschillen hebben uiteenlopende oorzaken. Een ervan heeft te maken met de aandacht voor de work-lifebalance in de Zweedse regelgeving, wat langere loopbanen mogelijk maakt. Het stelsel van het ouderschapsverlof, dat vrij uitgebreid is voor mannen en vrouwen, speelt daarin een belangrijke rol. In België zijn de ouderschapsverloven korter en liggen de vergoedingen lager. De zorg van de kinderen wordt hier veel meer uitbesteed via de kinderopvang.
...

België kijkt al jaren afgunstig naar de Zweedse arbeidsmarkt. De werkzaamheidsgraad schommelt er rond 80 procent, terwijl we in België aan 72 procent zitten. Bovendien werken de Zweden gemiddeld tot hun 65 jaar, de Belgen nog niet tot 61 jaar. Die verschillen hebben uiteenlopende oorzaken. Een ervan heeft te maken met de aandacht voor de work-lifebalance in de Zweedse regelgeving, wat langere loopbanen mogelijk maakt. Het stelsel van het ouderschapsverlof, dat vrij uitgebreid is voor mannen en vrouwen, speelt daarin een belangrijke rol. In België zijn de ouderschapsverloven korter en liggen de vergoedingen lager. De zorg van de kinderen wordt hier veel meer uitbesteed via de kinderopvang. In 2019 maakten sociologen van de Universiteit Antwerpen en de Universiteit van Stockholm een vergelijking tussen beide stelsels. Daaruit bleek dat vaders in Zweden meer ouderschapsverlof opnamen. Slechts 5,8 procent van de Belgische vaders nam in de onderzochte periode ouderschapsverlof binnen de eerste twee jaar na de geboorte van een kind. In België bedraagt het geboorteverlof voor vaders vijftien dagen in de eerste vier maanden na een geboorte. Daarnaast kan elke ouder per kind vier maanden ouderschapsverlof opnemen. In Zweden neemt 88 procent van de vaders hun ouderschapsverlof van 90 dagen - het minimum - binnen de twee jaar na de geboorte van hun eerste kind op. Een kleine helft van de vaders nam zelfs meer dan 90 dagen. Het Zweedse ouderschapsverlof is er voor elke ouder en het is een stuk uitgebreider dan bij ons: voor elke vader en moeder in totaal 240 dagen betaald verlof waarbij, los van het minimum van 90 dagen, de resterende dagen overdraagbaar zijn tussen beide ouders. Tweede verschil: iedereen kan er gebruik van maken, zowel werknemers, zelfstandigen als werklozen. In België geldt dat niet voor werkzoekenden, en zelfstandigen hebben recht op vijftien dagen geboorteverlof, maar niet op ouderschapsverlof. Zelfstandige moeders zijn verplicht minimaal drie en maximaal twaalf weken moederschapsverlof te nemen. Het derde verschil is de vergoeding. Die staat in Zweden in verhouding tot het inkomen voor wie aan bepaalde criteria voldoet: ouders met een inkomen boven een bepaalde drempel krijgen 195 dagen verlof betaald tegen 80 procent van hun loon, de overige 45 dagen worden vergoed tegen 18 euro per dag. De meeste werkgevers doen er nog 10 procent bij, afhankelijk van de cao's. Daardoor is het verschil met het loon als werkende heel klein, terwijl de vergoedingen voor vader- en moederschapsverlof in België minder lang worden uitgekeerd en eerst 82 procent van het loon wordt betaald, om daarna te dalen tot 75 procent. De uitkering voor ouderschapsverlof is in ons land forfaitair, tussen 750 en 1.035 euro, afhankelijk van de gezinssituatie. In Zweden worden de ouders tegelijk gestimuleerd om hun ouderschapsverlof zo te organiseren dat ze één jaar na de geboorte opnieuw voltijds aan de slag gaan. Het uitgebreide stelsel betekent niet dat er in Zweden geen behoefte is aan kinderopvang. Het percentage jonge kinderen dat er naar de kinderopvang gaat, is hoog. 51 procent van de kinderen jonger dan drie jaar gaat naar de kinderopvang en liefst 97 procent van de kinderen is ingeschreven bij de kinderopvang van hun derde jaar tot de schoolgaande leeftijd. Een verklaring is dat Zweden veel meer investeert in kinderopvang. Het is vooral een taak van de gemeenten die er veel geld insteken, waardoor de kosten voor de ouders vrij beperkt zijn, tot maximaal 160 euro per maand voor vijf dagen in de week.