De stijging van de voedselprijzen begint nu toch een beetje bangelijk te worden. De prijsindex van de Wereldvoedselorganisatie (FAO) bereikte in maart 159,3 punten, het derde maandrecord op rij, en het hoogste peil sinds het begin van de metingen in 1990. De index omvat vijf basisproductgroepen, zoals granen en plantaardige oliën. Sinds midden 2020 is de index met 75 procent omhooggeschoten. De prijshausse startte dus al tijdens de coronacrisis, maar de vrees voor aanvoerproblemen door de oorlog in Oekraïne doet daar nu flinke schep bovenop. Vorig jaar was Rusland de grootste tarwe-exporteur ter wereld, goed voor een marktaandeel van 18 procent. Oekraïne was de op vijf na belangrijkste exporteur, met 10 procent. Beide landen zijn de top twee in de export van zonnebloemolie, goed voor een marktaandeel van 63 procent, aldus de FAO. Rusland is ook een wereldspeler in de uitvoer van kunstmeststoffen.
...

De stijging van de voedselprijzen begint nu toch een beetje bangelijk te worden. De prijsindex van de Wereldvoedselorganisatie (FAO) bereikte in maart 159,3 punten, het derde maandrecord op rij, en het hoogste peil sinds het begin van de metingen in 1990. De index omvat vijf basisproductgroepen, zoals granen en plantaardige oliën. Sinds midden 2020 is de index met 75 procent omhooggeschoten. De prijshausse startte dus al tijdens de coronacrisis, maar de vrees voor aanvoerproblemen door de oorlog in Oekraïne doet daar nu flinke schep bovenop. Vorig jaar was Rusland de grootste tarwe-exporteur ter wereld, goed voor een marktaandeel van 18 procent. Oekraïne was de op vijf na belangrijkste exporteur, met 10 procent. Beide landen zijn de top twee in de export van zonnebloemolie, goed voor een marktaandeel van 63 procent, aldus de FAO. Rusland is ook een wereldspeler in de uitvoer van kunstmeststoffen. De Russische en de Oekraïense export komen nu in het gedrag, wat elders in de wereld tot hoofdbrekens leidt. Veel landen in Afrika en het Midden-Oosten bijvoorbeeld zijn voor 50 tot 100 procent van hun tarwe-invoer afhankelijk van Rusland en Oekraïne. De FAO verwacht dat Oekraïne een vijfde van zijn tarwe niet kan oogsten door vernieling of gebrek aan mankracht en middelen. Gek genoeg is er wereldwijd genoeg tarwe. De FAO ziet de tarwevoorraad dit jaar zelfs stijgen met 2,3 procent tot 296 miljoen ton. Voor alle graansoorten samen zit de verhouding tussen voorraden en verbruik op "een comfortabel niveau", aldus de FAO. Dat wijst erop dat een belangrijk deel van de prijshausse allicht het werk is van speculanten. Voor hen zijn het gouden tijden. Surft Europa mee op de capriolen van de prijzen, dan kampen we nog niet met tekorten - behalve voor zonnebloemolie. Voor belangrijke basisproducten is Europa zelfvoorzienend, en zelfs meer dan dat. Van granen, vlees en zuivel produceren we meer dan we nodig hebben. Met onze voedselzekerheid zit het dus wel goed. Dat mag ook wel, want Europa subsidieert de boeren al decennialang, vroeger in de vorm van gegarandeerde prijzen, nu via directe inkomenssteun. Van het huidige EU-meerjarenbudget 2021-2027, goed voor 1.211 miljard euro, gaat zowat een derde naar landbouw en visserij. Zonder steun voor de boeren was Europa niet zelfvoorzienend geweest, stelt Erik Mathijs, hoogleraar landbouweconomie aan de KU Leuven. "In de graanteelt bijvoorbeeld is Europa minder competitief dan de Verenigde Staten, Canada en Oekraïne. Zonder steun voor de akkerbouwers hadden we allicht meer graan moeten invoeren, optornend tegen de invoer door China. Die invoerconcurrentie zou de prijs nog hoger hebben gedreven en ons extra kwetsbaar hebben gemaakt voor verstoringen." Zonder steun waren allicht vele Europese boeren verdwenen, maar daarom nog geen landbouwgrond. Misschien had Europa gewoon grotere boerderijen gehad? "De steun heeft de uitstroom van boeren uit de sector zeker vertraagd", zegt Mathijs. "Maar ik vraag me af of bij een grotere uitstroom evenveel landbouwgrond in gebruik was gebleven. Zonder steun was er in delen van België wellicht geen landbouw meer geweest." Zouden de overblijvende, grotere boerderijen de weggevallen productie niet hebben opgevangen met productievere technologieën die voor kleine boeren niet haalbaar zijn? "In de akkerbouw zijn zulke efficiëntiewinsten moeilijk te realiseren", zegt Mathijs. "Want akkerbouw gebeurt in openlucht en is daarom moeilijker manipuleerbaar. Dat is anders voor de tuinbouw, waar steeds grotere serres verrezen, en in de varkens- en pluimveehouderij, met de opkomst van de megastallen." Zelfs mét steun voor de boeren is voedselzekerheid niet vanzelfsprekend, oppert Giel Boey, adviseur bij de Boerenbond. "Vanaf 2023 wordt een kwart van de EU-inkomenssteun voorbehouden voor boeren die vrijwillig maatregelen nemen ter bevordering van milieu en klimaat. Ondertussen worden de bestaande milieuvoorwaarden voor steun steeds strenger. Ze jagen de boer op extra kosten, zonder dat hij daarvoor vergoed wordt. De Europese landbouwsteun heeft er veel doelstellingen bijgekregen, zoals milieuzorg, de strijd tegen klimaatverandering, en de bescherming van biodiversiteit en landschappen. Zo dreigt de oorspronkelijke doelstelling - een eerlijk inkomen voor de boer - in de verdrukking te raken." Daarom kijkt de sector met veel argwaan naar de boer-tot-bordstrategie, een grootscheeps plan van de Europese Commissie voor een duurzame voedselketen. Het plan wil tegen 2030 onder meer het gebruik van pesticiden halveren en een kwart van het areaal voor biolandbouw bestemmen. "Het valt op hoe die harde doelstellingen vooral op de landbouwer focussen, terwijl elk schakel in de voedingsketen belangrijk is", zegt Boey. "Als de boer geen gewasbeschermingsmiddelen mag gebruiken, zonder beschikbare alternatieven, daalt zijn inkomen. De boer zal bijdragen aan de boer-tot-bordstrategie, maar uit zijn eigen portemonnee." Er is veel te doen over enkele impactanalyses van die strategie. De Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca en enkele organisaties in de voedingsketen bestelden een studie bij de landbouwuniversiteit van Wageningen. Maar is die wel onafhankelijk? "Wij hebben de wetenschappers van Wageningen niet gevraagd hun integriteit te vergeten", antwoordt Boey. "De verschillende studies - ook die van Wageningen - wijzen op de negatieve impact op boer en consument. De boer-tot-bordstrategie is ambitieus. Het is belangrijk daarvan de gecumuleerde impact te kennen. Aangezien de Europese Commissie weigert een impactanalyse te maken, is het logisch dat de sector dat zelf doet." Een gedegen impactanalyse is onmogelijk, daarom maakt de Europese Commissie er ook geen, aldus Mathijs. "Zo'n analyse zou hypothetische spielerei zijn vanwege een lange reeks onzekerheden. Hoe zal de productiviteit van de biolandbouw evolueren? Wat met onze veranderend dieet? Wat zal er gebeuren met de landbouw in de Verenigde Staten en China? Dat kun je onmogelijk allemaal weten. Gemiddeld produceert de biolandbouw een vijfde minder dan conventionele landbouw, maar dat zegt niks over de toekomst, want ook biolandbouw innoveert. Vanwege de oorlog heeft de Europese Commissie de boer-tot-bordstrategie even on hold gezet, maar er is geen ontkomen aan. Ook de volgende generaties moeten onze landbouwgrond gebruiken. Als je de bodem slecht blijft behandelen, zal de vruchtbaarheid aftakelen. Zonder harde doelstellingen maak je geen vooruitgang. Kijk maar hoelang Vlaanderen aangemodderd heeft met zijn stikstofbeleid. Het moet groener, voor onze toekomst."