Het vooruitzicht van een Sovjetinvasie in Europa is niet langer een realistische bedreiging", verkondigde de Amerikaanse president George H. W. Bush in 1991, toen hij aankondigde dat de Verenigde Staten hun defensie-uitgaven met 25 procent zouden verlagen, en dat de dreiging van Rusland aan het einde van de Koude Oorlog afnam. De opmerkingen van Bush luidden het optimistische tijdperk van het 'vredesdividend' in. De westerse regeringen konden meer budget besteden aan andere prioriteiten dan veiligheid, zoals gezondheidszorg en onderwijs of lagere belastingen (zie grafiek Vredesdividend doet prioriteiten verschuiven), in een periode van zich uitbreidende vrije markten, liberale democratie en economische mondialisering.
...

Het vooruitzicht van een Sovjetinvasie in Europa is niet langer een realistische bedreiging", verkondigde de Amerikaanse president George H. W. Bush in 1991, toen hij aankondigde dat de Verenigde Staten hun defensie-uitgaven met 25 procent zouden verlagen, en dat de dreiging van Rusland aan het einde van de Koude Oorlog afnam. De opmerkingen van Bush luidden het optimistische tijdperk van het 'vredesdividend' in. De westerse regeringen konden meer budget besteden aan andere prioriteiten dan veiligheid, zoals gezondheidszorg en onderwijs of lagere belastingen (zie grafiek Vredesdividend doet prioriteiten verschuiven), in een periode van zich uitbreidende vrije markten, liberale democratie en economische mondialisering. Drie decennia later heeft de Russische inval in Oekraïne de defensie-uitgaven weer op de agenda gezet. De VS geven miljarden dollars militaire steun aan Kiev. Ook de Europese landen, waaronder Duitsland, hebben gezegd dat ze meer zullen uitgeven aan defensie. "Plots zitten we in een nieuw tijdperk, dat het tegendeel is van de globalisering, waarin staats- en veiligheidsoverwegingen de overhand hebben op de vrije markt en de economie", zegt Nigel Gould-Davies, senior fellow aan het International Institute for Strategic Studies, een Londense denktank. Maar die verschuiving van prioriteiten kan de westerse levensstandaard schaden. Het is zoals Kaja Kallas, de premier van Estland, dat aan Rusland grenst, heeft gezegd: "Ik zou al dat geld dat we in defensie investeren graag in onderwijs investeren, maar we hebben niet echt een optie." De westerse militaire uitgaven waren in het midden van de jaren 2010 al gestegen. Toen zetten de Russische annexatie van de Krim en de steun aan de separatistische bewegingen in Oost-Oekraïne in 2014, in combinatie met de vrees voor de opkomst van China, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie ertoe aan hun na de financiële crisis van 2008 gekrompen veiligheidsbudgetten te herstellen. De militaire uitgaven bleven licht stijgen tijdens de coronapandemie, zag Diego Lopes da Silva, senior onderzoeker aan het Stockholm International Peace Research Institute. Maar het vredesdividend van na de Koude Oorlog weer volledig naar defensie doen vloeien, zou een uitgave van een totaal andere omvang zijn. Het zou ook concurreren met andere dringende behoeften, zoals de overgang naar een groene economie. Aan het einde van de jaren tachtig besteedden de VS 6 procent van het bruto binnenlands product (bbp) aan defensie, vorig jaar nog 3,5 procent. Het verschil bedraagt meer dan 520 miljard dollar (zie grafiek Neergang van defensiebudgetten na de Koude Oorlog). De EU-landen hebben nog meer bezuinigd, omdat ze vertrouwden op de Amerikaanse veiligheidsparaplu en omdat de regels hun begrotingstekorten en hun vermogen om schulden te maken aan banden leggen. Vorig jaar haalden van de dertig lidstaten van de NAVO alleen de VS, het VK, Frankrijk, de Baltische staten, Noorwegen, Polen en Roemenië de doelstelling om 2 procent van het bbp aan defensie-uitgaven te besteden. Duitsland, de grootste economie van Europa, gaf er slechts 1,3 procent aan uit. De invasie in Oekraïne betekende een ommekeer. Hoewel het Westen nu militair veel sterker is dan Rusland, zet de onvoorspelbaarheid van Moskou, anders dan tijdens de Koude Oorlog, politici ertoe aan op te treden. Analisten en defensiefunctionarissen stellen dat de NAVO-strijdkrachten meer gevechtsklaar worden gemaakt in de landen die aan Rusland grenzen, met name in de Baltische staten. Hun paraatheid en munitiecapaciteit moeten worden vergroot. Het Duitse leger heeft onlangs bekendgemaakt dat het te weinig gevechtsklaar materieel heeft. Zelfs de VS, 's werelds grootste defensie-uitgever, hebben tekorten. Ze hebben naar schatting een derde van hun Javelin-antitankraketten naar Oekraïne gestuurd, en het zal jaren duren om die voorraad aan te vullen. "Just-in-timelogistiek is geweldig, tot je midden in een gevecht zit", stelt Andrew Graham, voormalig hoofd van de Britse defensieacademie. "De boekhouding in vredestijd staat niet toe dat je reserves hebt, maar de militaire doctrine vereist het." De Europese regeringen beslissen massaal de defensie-uitgaven te verhogen, maar hoe ze die zullen financieren, is een andere zaak. Ze moeten ook hun kiezers het hoofd helpen te bieden aan de stijgende voedsel- en energiekosten, die door het conflict in Oekraïne nog geboost zijn. "Centraal in Poetins denken staat dat het Westen het niet zal redden, en het uiteindelijk beu zal worden Oekraïne te steunen", meent een hoge Europese inlichtingenfunctionaris. Zelfs in Noorwegen, dat profiteert van de stijgende olieprijzen, maakt men zich zorgen dat het streefcijfer van 2 procent voor de NAVO-uitgaven onhaalbaar wordt in een groeiende economie. In het Verenigd Koninkrijk, dat de op een na hoogste militaire uitgaven van de NAVO doet (zie grafiek Grootste investeerders in defensie), roepen vooraanstaande politici op de defensiebudgetten te verhogen tot 3 procent van het bbp. "Ik heb altijd gezegd dat naarmate de dreiging verandert, ook de financiering moet veranderen", zei de Britse minister van Defensie Ben Wallace. Duitsland heeft gezegd dat het de NAVO-doelstelling zal halen en zelfs zal overtreffen. Maar het defensiefonds van 100 miljard euro, dat het land opzet, zal volgens analisten maar genoeg zijn om het financieringstekort voor slechts twee jaar te dekken. De Franse president Emmanuel Macron heeft plannen om de militaire uitgaven te verhogen, maar de hoogste controle-instantie van het land heeft gewaarschuwd dat Parijs daarvoor moet bezuinigen op andere uitgaven, als het zijn doelstellingen voor het begrotingstekort wil halen. In Italië stuit de wens van premier Mario Draghi om de defensie-uitgaven op te trekken op verzet: de leraren dreigen met protesten en de werknemers in het openbaar vervoer kondigen stakingen aan. In Spanje gaat de coalitiepartner van de partij van premier Pedro Sánchez hevig in het verzet tegen het streven om in 2030 de doelstelling van 2 procent te halen. Yolanda Díaz, de communistische vicepremier, heeft gezegd dat de prioriteit moet liggen bij "onderzoek, onderwijs en gezondheid". Nederland is een zeldzaam voorbeeld van een land waar de regering de koe bij de horens lijkt te hebben gevat. Vorige week stemde de regering in met een reeks uitgavenverhogingen om tegen 2024 het doel van 2 procent van het bbp naar defensie te sluizen, betaald met belastingverhogingen, bezuinigingen elders en overheidsleningen. "2022 is het jaar waarin het belang van defensie-uitgaven wordt erkend", zegt John Llewellyn, voormalig hoofd internationale prognoses bij de OESO en partner bij Llewelyn Consulting-Independent Economics. "Maar het is niet noodzakelijk het jaar dat ook de belastingdruk moest stijgen om het te financieren."