Het twitteraccount van de Amerikaanse president Donald Trump is dit jaar de belangrijkste conjunctuurindicator. Met één druk op de verstuurknop blies Trump vorige week de handelsoorlog met China nieuw leven in. Het herstel op de beurzen was meteen vervlogen. Vervlogen was ook de verwachting dat er een einde zou komen aan een versmachtende periode van onzekerheid. De wereld had zich te snel rijk gerekend. Zelfs al komt er de volgende weken nog een handelsdeal, dan zal die veeleer een adempauze zijn in de moeilijke relatie tussen de Verenigde Staten en China dan het begin van een stabiel huwelijk. De Verenigde Staten en China zijn strategische rivalen, die nog jaren om de macht zullen bikkelen.

Voor Europa en België is die continue bron van onzekerheid knap vervelend, want veel overschot heeft onze economie niet om tegenslagen op te vangen. Bovendien zag bijna niemand de conjunctuurinzinking aankomen die zich vorig jaar meester maakte van de Europese economie. Enkele tegenvallers, zoals de lage waterstand van de Rijn en de strengere emissienormen voor auto's, voldeden niet als excuus. Met welk gezag wordt dan nu aangekondigd dat het ergste voorbij is, zoals de Europese Commissie meldt in haar lentevooruitzichten? Die vooruitzichten zijn ook nog eens gebaseerd op een ontspanning in de handelsrelaties tussen de Verenigde Staten en China.

Het is ontluisterend hoe weinig aandacht er tijdens de verkiezingscampagne is voor de internationale ontwikkelingen en hun impact op de Belgische conjunctuur. Uiteraard durft geen enkele partij voor de verkiezingen op te merken dat voor de economie de rode vlag uithangt. Na de verkiezingen zal de groeivertraging het perfecte excuus zijn om veel beloftes in te slikken. Want wie leeft van de export zoals de Europese economie - en zeker de Belgische, een van de meest open economieën ter wereld - die sterft ook met de export.

Het slechte nieuws is voor 27 mei.

De verhoogde heffingen en de vertragende groei van de wereldhandel doen niet alleen op korte termijn pijn. Op lange termijn is er de zeurende pijn van de vertraagde uitbouw - of zelfs de afbouw - van productiekettingen over de landsgrenzen heen. Bestaande handelsstromen blijven niet in hun bedding als de grote handelsblokken meer op hun interne productie overschakelen. De ontmanteling van die mondiale productiekettingen kan nog jaren een rem zetten op de wereldeconomie, zeker als de bedrijven tot de mogelijk terechte conclusie komen dat de handelsspanningen een structureel en permanent kader krijgen.

Toch is er op korte termijn nog wat respijt. De handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China veroordeelt ons nog niet tot een recessie. Onze exportprestaties zijn belangrijk, maar nog niet beslissend voor de conjunctuur. De groei in Europa wordt vooral gedragen door de stijgende binnenlandse vraag, te danken aan de banencreatie en hogere lonen. Daarnaast voert de eurozone een licht expansief fiscaal beleid en blijft het monetaire beleid nog ruime tijd bijzonder soepel. En een geluk bij een ongeluk: door de Europese schuldencrisis en de recessie in 2011 en 2012 is er nog reservecapaciteit. Van een oververhitting van de Europese economie is nog geen sprake, ondanks de tekorten aan geschoolde arbeidskrachten die links en rechts opduiken, zoals in Vlaanderen.

De uittredende regeringspartijen zullen binnenkamers vloeken dat ze met geen grotere conjunctuurbonus naar de kiezer kunnen trekken. De hoogconjunctuur van 2017 doofde te snel uit, al mag de regering-Michel zich gelukkig prijzen dat de banencreatie pas aan het einde van de conjunctuurcyclus op toerental komt en dat de mantra van 'jobs, jobs, jobs' nog niet lek wordt geschoten. De volgende regeringen zullen echter rekening moeten houden met een tragere economische groei en een zwakkere banencreatie, of erger als de handelsoorlog helemaal escaleert. Voor alle begrotingen in dit land betekent dat weinig goeds. Dat nieuws wordt nog even ingehouden tot 27 mei.