Vicepremier Kris Peeters (CD&V) mag een tevreden man zijn. Terwijl de belastingdruk op bedrijfswinsten gestaag stijgt, is de hervorming van de vennootschapsbelasting naar de koelkast verbannen. Het tarief dat de ondernemingen betalen op hun winsten, is de voorbije tien jaar systematisch hoger gekropen, van 25 naar 28 procent, terwijl dat tarief in het eurogebied relatief stabiel bleef, rond 24 procent. Dit jaar moet de vennootschapsbelasting 15,5 miljard euro opbrengen, een record. Dat ondernemers flink hun best doen om de putten in de begroting te vullen, bleek ook bij de jongste begrotingscontrole. Als de hervorming van de vennootschapsbelasting niets mag kosten, wordt de belastingdruk straks op dat hoge niveau verankerd.
...

Vicepremier Kris Peeters (CD&V) mag een tevreden man zijn. Terwijl de belastingdruk op bedrijfswinsten gestaag stijgt, is de hervorming van de vennootschapsbelasting naar de koelkast verbannen. Het tarief dat de ondernemingen betalen op hun winsten, is de voorbije tien jaar systematisch hoger gekropen, van 25 naar 28 procent, terwijl dat tarief in het eurogebied relatief stabiel bleef, rond 24 procent. Dit jaar moet de vennootschapsbelasting 15,5 miljard euro opbrengen, een record. Dat ondernemers flink hun best doen om de putten in de begroting te vullen, bleek ook bij de jongste begrotingscontrole. Als de hervorming van de vennootschapsbelasting niets mag kosten, wordt de belastingdruk straks op dat hoge niveau verankerd. Kris Peeters mag een tevreden man zijn. Als dank voor de geleverde inspanningen trakteerde de regering-Michel dezelfde ondernemers op een nieuwe verhoging van de roerende voorheffing. Intussen bedraagt die 30 procent. En mogelijk blijft het daar niet bij, gezien de miljardeninspanning die nog geleverd moet worden om een begrotingsevenwicht af te leveren tegen 2018 of 2019. De term rechtvaardige fiscaliteit wordt dan opnieuw naar het hoofd van de ondernemer geslingerd. Die betaalt intussen heel snel een marginaal belastingtarief van meer dan 50 procent op inkomsten uit de onderneming. Ook de gemiddelde belastingvoet bereikt snel de grens van 50 procent. Maar belastingen betalen is in dit land als met de trein reizen. Alleen de dwazen betalen het volle pond. De Belgische ondernemers krijgen geen achterpoortje aangeboden, de hele achtergevel is uit het belastinghuis geslagen. De kunst is winsten op te potten in de onderneming en die vervolgens te verkopen omdat geen belasting verschuldigd is op de meerwaarde. Voor de ondernemer is dat 'Couckenbak', want de gemiddelde belastingdruk op inkomen uit het bedrijf daalt op die manier tot 20 à 30 procent. Die sluiproute moet dicht, zegt Kris Peeters, die daarom pleit voor een meerwaardebelasting. De minister ging eind vorig jaar nog een stap verder. Omdat de roerende voorheffing is verhoogd, redeneert Peeters, zal de sluiproute nog meer in trek raken en is er extra behoefte aan een meerwaardebelasting. Er moet dus een nieuwe belasting komen, omdat een andere werd verhoogd. Hoe pervers die Belgische belastinglogica ook is, Kris Peeters mag niet alleen tevreden zijn, hij heeft op de keper beschouwd nog gelijk ook. Daar hoort wel een grote kanttekening bij. Een meerwaardebelasting zou een aanslag betekenen op de pensioenreserve van heel wat ondernemers, en zou aanvoelen als contractbreuk door de overheid. De regering-Di Rupo lapte het de ondernemers ook al eens door de roerende voorheffing op liquidatiereserves op te trekken, ook al blijft het aanleggen van liquidatiereserves een interessante manier om op een fiscaalvriendelijke manier een pensioenkapitaal op te bouwen. Ook het Internationaal Monetair Fonds waarschuwt dat de combinatie van hoge tarieven in de personenbelasting, de afwezigheid van een meerwaardebelasting, en een verlaging van de vennootschapsbelasting opnieuw heel wat zelfstandigen zal aanzetten om een vennootschap op te richten om minder belastingen te betalen. En dat ondernemers nog meer kapitaal zullen oppotten, in afwachting van een verkoop of liquidatie. De vennootschapsbelasting zal dan uiteraard meer opbrengen, maar er zal een gat geslagen worden in de personenbelasting, en dus ook in de sociale zekerheid, en dat is wellicht de grootste zorg van Kris Peeters, die verantwoording verschuldigd is aan de dominante linkervleugel van CD&V. Het risico op een nieuwe fiscale rush op vennootschappen zou echter ook worden afgewend door de belastingen op arbeid te verlagen. Die even logische conclusie komt vreemd genoeg niet op bij de voormalige topman van de zelfstandigenorganisatie Unizo. Genoeg dus over het gelijk van Peeters. Het in de verf zetten van een aantal opportunistisch uitgekozen mankementen in het huidige systeem, betekent niet dat een meerwaardebelasting de kers op de Belgische belastingtaart moet worden, en betekent ook niet dat de hervorming en/of verlaging van de vennootschapsbelasting geblokkeerd mag worden. Integendeel, er is een grote behoefte aan een hervorming, omdat het systeem van uitzonderingen en voorkeursbehandelingen de Europese toets niet meer doorstaat en omdat de buurlanden niet stilzitten. De vennootschapsbelasting kan met een aantal goed gemikte maatregelen efficiënter, rechtvaardiger en groeivriendelijker gemaakt worden. En waarom zou het effectieve tarief niet lager kunnen? Een verlaging van dat tarief tot 20 procent kan tot ruim 1 procent van het bruto binnelands product kosten, maar ongeveer de helft is een recuperatie van de recente stijging van dat tarief, en de andere helft kan worden terugverdiend dankzij de boost die een lager tarief geeft aan de economie. Zelfs Kris Peeters zou dan een tevreden man zijn.