De voorbije maanden volgden de jobstijdingen mekaar snel op. De sluiting van Caterpillar drukte de sfeer tijdens de eerste schoolweek. Wat later volgden de bijltjesdagen in de financiële sector, met de afslankingsplannen van AXA, ING, Crelan en P&V. De ontslagen bij MS Mode, Douwe Egberts, Halliburton, Dana Belgium en IBM droegen verder bij tot een wijdverbreid gevoel van moedeloosheid en ongerustheid over wat komen zal.
...

De voorbije maanden volgden de jobstijdingen mekaar snel op. De sluiting van Caterpillar drukte de sfeer tijdens de eerste schoolweek. Wat later volgden de bijltjesdagen in de financiële sector, met de afslankingsplannen van AXA, ING, Crelan en P&V. De ontslagen bij MS Mode, Douwe Egberts, Halliburton, Dana Belgium en IBM droegen verder bij tot een wijdverbreid gevoel van moedeloosheid en ongerustheid over wat komen zal. In opiniestukken werd meteen de economische winter aangekondigd. Een enkeling sprak zelfs van een noodtoestand. Commentatoren blijven in gespreide slagorde zoeken naar een verklaring voor de teloorgang van zoveel jobs. Ze zien het plotse banenverlies als de implicatie van almaar meer digitale applicatie. De schuld van de robot, de supercomputer, digitale platformen en big data. Ze zoeken naar een verklaring, en niet naar het bewijs. Dat is jammer, want ze zouden merken dat het niet bestaat. Het is niet goed gesteld met onze kennis van de arbeidsmarkt. We vormen ons een beeld op basis van de casuïstiek van sluitende bedrijven en collectieve ontslagrondes. We laten onze perceptie vormen door het slechte nieuws dat de kranten haalt, en niet door het goede nieuws dat geen inkt waard lijkt. We kijken naar het journaal en de miserie die het toont, en niet naar de statistieken en de positieve tijdingen die daarin verscholen liggen. De duiding over de arbeidsmarkt zit vol misvatting en misverstand. "De tewerkstelling boert achteruit", zo hoor ik vaak. Het tegendeel is waar. De tewerkstelling blijft traag maar gestaag stijgen. Alle onheilstijdingen over de digitalisering, de robotisering en de globalisering ten spijt. Voor het tweede kwartaal van 2016 wordt het aantal loontrekkenden (RSZ) in Vlaanderen geraamd op 2.139.300, een bescheiden toename van 1,2 procent op jaarbasis. Maar in vergelijking met begin 2008, het jaar voor de 'grote crisis', zijn dat toch bijna 70.000 werknemers meer. "Steeds meer mensen worden werkloos". Ook dat is een door de actualiteit gestuurde intuïtie die met geen cijfers te onderbouwen valt. In Vlaanderen neemt het aantal niet-werkende werkzoekenden gestaag af. Eind september 2016 registreerde de VDAB 229.727 werkzoekenden. Natuurlijk zijn dat er heel wat. Vanzelfsprekend zijn er dat te veel. Maar vergeleken met een jaar geleden is dat een aanzienlijke daling met 3,4 procent. "Wie zijn job verliest, heeft steeds minder kans op werk." Ik ben de eerste om toe te geven dat werk vinden niet gemakkelijk is, zeker niet als men zich moet heroriënteren. Maar daar staat tegenover dat bijna alle categorieën werkzoekenden in het derde kwartaal van 2016 meer kans op werk hadden dan een jaar eerder. De kans lag hoger voor man en vrouw, jong en oud, laag- en hooggeschoold, autochtoon en allochtoon. "De vacaturemarkt slabakt." Niet waar, ze trekt aan. De eerste maanden van 2016 steeg het aantal ontvangen vacatures bij de VDAB fors, tot een jaargroei van bijna 43 procent in mei en nog steeds 28 procent in september. Het aantal vacatures ligt zo boven het precrisisniveau van begin 2008. Het aantal openstaande vacatures lag eind september liefst 38 procent hoger dan een jaar eerder. Dat is meer dan een slok op de borrel. "De voorspelde krapte is er niet." Inderdaad, de war on talent bleef de voorbije jaren uit. In realiteit ging het veeleer om lokale fricties en hier en daar een flessenhals. Maar nu lijkt de krapte stilaan terug. De combinatie van het toenemende aantal vacatures en het dalende aantal niet-werkende werkzoekenden leidt vooral bij de hooggeschoolden tot spanning: gemiddeld 3,6 niet-werkende werkzoekenden per vacature over de eerste negen maanden van 2016, ten opzichte van gemiddeld 5,2 in 2014 en 4,8 in 2015. Het is niet bon ton om het te zeggen en wellicht pijnlijk om te lezen voor wie net de wacht is aangezegd bij ING, AXA of Douwe Egberts, maar toch waag ik het erop: het gaat goed met de arbeidsmarkt. Of juister uitgedrukt: het gaat beter dan voorheen. Sommige landen om ons heen tonen overigens dat het nog veel beter kan. We zouden dus beter werk maken van het onbenutte potentieel dan te jammeren over een verlies dat er niet is. Hoe deze positieve boodschap te rijmen is met de wekelijkse onheilstijdingen over ontslagrondes en naakte ontslagen? Dat heeft vooral met geleidelijkheid te maken. Jobs worden en masse vernietigd, maar met een trage en gestage geleidelijkheid gecreëerd. Dus haalt enkel de jobdestructie het nieuws. Want ze is bruusk, spectaculair, ontwrichtend en dus nieuwswaardig. De auteur is decaan van de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen aan de KU Leuven. Luc Sels