De gruwelijke beelden van wanhopige Afghanen die Kaboel probeerden te ontvluchten nadat de regering was omvergeworpen, leken het symbool van een belangrijk moment in de wereldgeschiedenis: Amerika keerde zich af van de rest van de wereld. Maar eigenlijk was het einde van het Amerikaanse tijdperk al veel eerder ingeluid. De oorzaken van het Amerikaanse verval moeten veeleer in eigen land dan internationaal worden gezocht.

De piekperiode van de Amerikaanse overheersing heeft minder dan twintig jaar geduurd, van de val van de Berlijnse Muur in 1989 tot de financiële crisis van 2007-2009. Het toppunt van de Amerikaanse overmoed was de invasie van Irak in 2003, toen het land hoopte niet enkel Irak en Afghanistan te hervormen, maar het volledige Midden-Oosten. Amerika overschatte de doeltreffendheid van militair vertoon om diepgaande politieke veranderingen door te voeren, terwijl het de impact van zijn model van een vrijemarkteconomie op de wereldwijde financiële situatie had onderschat. Eind jaren 2000 zaten de Amerikaanse troepen klem in twee oorlogen en heerste er een financiële crisis.

Het einde van het Amerikaanse tijdperk is al veel eerder ingeluid.

Sindsdien is de wereld teruggekeerd naar een normalere situatie van multipolariteit, waarbij China, Rusland, India, Europa en andere mogendheden meer macht naar zich toe trokken. Het geopolitieke effect van Afghanistan zal wellicht beperkt zijn. Een veel grotere uitdaging voor de wereldwijde positie van Amerika doet zich voor in eigen land. De Amerikaanse maatschappij is sterk verdeeld. De polarisering ging aanvankelijk over belastingen en abortus, maar is uitgezaaid naar een bittere strijd over culturele identiteit. De coronacrisis heeft de verdeeldheid in Amerika nog meer op de spits gedreven, omdat afstand houden, het dragen van mondmaskers en vaccinaties niet worden gezien als maatregelen voor de volksgezondheid, maar als politieke manoeuvres.

De polarisering heeft een invloedop het buitenlands beleid. Tijdens het bewind van Barack Obama berispten de Republikeinen de Democraten voor hun Russische 'heropstart' en vermeende naïviteit tegenover Vladimir Poetin. Donald Trump heeft de rollen omgedraaid door Poetin in de armen te sluiten, en nu is ongeveer de helft van de Republikeinen ervan overtuigd dat de Democraten een grotere bedreiging vormen voor de Amerikaanse levenswijze dan Rusland.

Over China lijkt er meer eensgezindheid te zijn: zowel de Republikeinen als de Democraten vinden dat het land een bedreiging vormt voor de democratische waarden. Maar daar schiet Amerika niet veel mee op. Taiwan wordt een veel belangrijkere test voor het Amerikaanse buitenlandbeleid dan Afghanistan, als China het land aanvalt. Zullen de Verenigde Staten hun zonen en dochters willen opofferen voor de onafhankelijkheid van het eiland? Of zouden ze een militair conflict met Rusland willen uitlokken als dat land Oekraïne binnenvalt? Op die vragen bestaan geen eenduidige antwoorden.

Het grootste beleidsfiasco in het eerste presidentsjaar van Joe Biden was het ontbreken van een adequaat plan om de instorting van Afghanistan op te vangen. Biden heeft gesuggereerd dat de terugtrekking noodzakelijk was om de aandacht volledig te kunnen richten op de grotere uitdagingen die Rusland en China vormen. Ik hoop dat hij dat meent. In 2022 moet de regering zowel hulpmiddelen anders inzetten als de aandacht van beleidsmakers verleggen om geopolitieke rivalen af te schrikken en bondgenootschappen aan te halen.

De kans is klein dat de Verenigde Staten opnieuw een hegemonie zullen voeren, en daar moeten ze ook niet naar streven. Ze kunnen beter de hoop koesteren dat ze samen met gelijkgezinde landen een wereldorde in stand kunnen houden die de democratische waarden omarmt. Om daarin te slagen, moeten ze in eigen land de nationale identiteit en doelgerichtheid weer opbouwen.

De gruwelijke beelden van wanhopige Afghanen die Kaboel probeerden te ontvluchten nadat de regering was omvergeworpen, leken het symbool van een belangrijk moment in de wereldgeschiedenis: Amerika keerde zich af van de rest van de wereld. Maar eigenlijk was het einde van het Amerikaanse tijdperk al veel eerder ingeluid. De oorzaken van het Amerikaanse verval moeten veeleer in eigen land dan internationaal worden gezocht. De piekperiode van de Amerikaanse overheersing heeft minder dan twintig jaar geduurd, van de val van de Berlijnse Muur in 1989 tot de financiële crisis van 2007-2009. Het toppunt van de Amerikaanse overmoed was de invasie van Irak in 2003, toen het land hoopte niet enkel Irak en Afghanistan te hervormen, maar het volledige Midden-Oosten. Amerika overschatte de doeltreffendheid van militair vertoon om diepgaande politieke veranderingen door te voeren, terwijl het de impact van zijn model van een vrijemarkteconomie op de wereldwijde financiële situatie had onderschat. Eind jaren 2000 zaten de Amerikaanse troepen klem in twee oorlogen en heerste er een financiële crisis. Sindsdien is de wereld teruggekeerd naar een normalere situatie van multipolariteit, waarbij China, Rusland, India, Europa en andere mogendheden meer macht naar zich toe trokken. Het geopolitieke effect van Afghanistan zal wellicht beperkt zijn. Een veel grotere uitdaging voor de wereldwijde positie van Amerika doet zich voor in eigen land. De Amerikaanse maatschappij is sterk verdeeld. De polarisering ging aanvankelijk over belastingen en abortus, maar is uitgezaaid naar een bittere strijd over culturele identiteit. De coronacrisis heeft de verdeeldheid in Amerika nog meer op de spits gedreven, omdat afstand houden, het dragen van mondmaskers en vaccinaties niet worden gezien als maatregelen voor de volksgezondheid, maar als politieke manoeuvres. De polarisering heeft een invloedop het buitenlands beleid. Tijdens het bewind van Barack Obama berispten de Republikeinen de Democraten voor hun Russische 'heropstart' en vermeende naïviteit tegenover Vladimir Poetin. Donald Trump heeft de rollen omgedraaid door Poetin in de armen te sluiten, en nu is ongeveer de helft van de Republikeinen ervan overtuigd dat de Democraten een grotere bedreiging vormen voor de Amerikaanse levenswijze dan Rusland. Over China lijkt er meer eensgezindheid te zijn: zowel de Republikeinen als de Democraten vinden dat het land een bedreiging vormt voor de democratische waarden. Maar daar schiet Amerika niet veel mee op. Taiwan wordt een veel belangrijkere test voor het Amerikaanse buitenlandbeleid dan Afghanistan, als China het land aanvalt. Zullen de Verenigde Staten hun zonen en dochters willen opofferen voor de onafhankelijkheid van het eiland? Of zouden ze een militair conflict met Rusland willen uitlokken als dat land Oekraïne binnenvalt? Op die vragen bestaan geen eenduidige antwoorden. Het grootste beleidsfiasco in het eerste presidentsjaar van Joe Biden was het ontbreken van een adequaat plan om de instorting van Afghanistan op te vangen. Biden heeft gesuggereerd dat de terugtrekking noodzakelijk was om de aandacht volledig te kunnen richten op de grotere uitdagingen die Rusland en China vormen. Ik hoop dat hij dat meent. In 2022 moet de regering zowel hulpmiddelen anders inzetten als de aandacht van beleidsmakers verleggen om geopolitieke rivalen af te schrikken en bondgenootschappen aan te halen. De kans is klein dat de Verenigde Staten opnieuw een hegemonie zullen voeren, en daar moeten ze ook niet naar streven. Ze kunnen beter de hoop koesteren dat ze samen met gelijkgezinde landen een wereldorde in stand kunnen houden die de democratische waarden omarmt. Om daarin te slagen, moeten ze in eigen land de nationale identiteit en doelgerichtheid weer opbouwen.