Het ABVV houdt de druk op de werkgevers hoog. Vrijdag 12 februari vinden acties plaats voor meer loonstijgingen, hogere minimumlonen en een soepeler brugpensioen. De socialistische vakbond zit daar drie keer fout. Net zoals de andere vakbonden wil het ABVV niet weten van een reële loonnorm van 0,4 procent voor 2021-2022. Het eist een indicatieve norm die sterke loonstijgingen mogelijk maakt.

Wat de vakbond moedwillig vergeet, is dat er eigenlijk een loonstijging van 3,2 procent mogelijk is: 2,8 procent automatische indexering plus 0,4 procent reële loonstijging. Dat is niet min in een periode dat veel bedrijven over de kop dreigen te gaan. Het argument van de vakbonden dat de koopkracht door corona is gedaald en een compensatie nodig is, klopt niet. Tijdens de crisis hebben vier op de vijf gezinnen geen inkomensverlies geleden.

Het ABVV is drie keer fout.

Ook met hun pleidooi voor hogere minimumlonen zitten de vakbonden verkeerd. In België werken nauwelijks mensen voor dat loon. In de meeste sectoren liggen de laagste lonen 20 tot 30 procent hoger.

De derde eis, een soepeler brugpensioen of SWT, is ook economisch gevaarlijk. Al jaren werden de vervroegde uittredingsstelsels stapsgewijs verstrengd. Sinds dit jaar is het brugpensioen bij herstructureringen pas mogelijk vanaf 60 jaar. Het ABVV wil dat verlagen naar 58 of zelfs 55 jaar.

Ingaan op die eisen zou het economische herstel na de crisis aanzienlijk vertragen. En we weten dat de Belgische inhaalbeweging traditioneel al langzamer gaat dan in andere landen. Tussen 2009 en 2019 steeg de Belgische werkzaamheidsgraad met 2,9 tot 70,5 procent. De Europese banen ging met 5,2 procent bijna dubbel zo snel.

Het ABVV houdt de druk op de werkgevers hoog. Vrijdag 12 februari vinden acties plaats voor meer loonstijgingen, hogere minimumlonen en een soepeler brugpensioen. De socialistische vakbond zit daar drie keer fout. Net zoals de andere vakbonden wil het ABVV niet weten van een reële loonnorm van 0,4 procent voor 2021-2022. Het eist een indicatieve norm die sterke loonstijgingen mogelijk maakt. Wat de vakbond moedwillig vergeet, is dat er eigenlijk een loonstijging van 3,2 procent mogelijk is: 2,8 procent automatische indexering plus 0,4 procent reële loonstijging. Dat is niet min in een periode dat veel bedrijven over de kop dreigen te gaan. Het argument van de vakbonden dat de koopkracht door corona is gedaald en een compensatie nodig is, klopt niet. Tijdens de crisis hebben vier op de vijf gezinnen geen inkomensverlies geleden. Ook met hun pleidooi voor hogere minimumlonen zitten de vakbonden verkeerd. In België werken nauwelijks mensen voor dat loon. In de meeste sectoren liggen de laagste lonen 20 tot 30 procent hoger. De derde eis, een soepeler brugpensioen of SWT, is ook economisch gevaarlijk. Al jaren werden de vervroegde uittredingsstelsels stapsgewijs verstrengd. Sinds dit jaar is het brugpensioen bij herstructureringen pas mogelijk vanaf 60 jaar. Het ABVV wil dat verlagen naar 58 of zelfs 55 jaar. Ingaan op die eisen zou het economische herstel na de crisis aanzienlijk vertragen. En we weten dat de Belgische inhaalbeweging traditioneel al langzamer gaat dan in andere landen. Tussen 2009 en 2019 steeg de Belgische werkzaamheidsgraad met 2,9 tot 70,5 procent. De Europese banen ging met 5,2 procent bijna dubbel zo snel.