De Italiaanse economie is relatief ongeschonden uit de pandemie gekomen, en doet het zelfs beter dan die van de eurozone. Die laatste groeide in 2021 met 5,2 procent, wat al een aardig cijfer is. Italië doet daar een schep bovenop, met 6,5 procent groei. Volgens schattingen komt de Italiaanse productie dit kwartaal opnieuw op het niveau van voor de pandemie. Ook met het consumentenvertrouwen zit het goed, en de industrie doorstaat de bevoorradingsproblemen beter dan in andere landen, mede dankzij de sterke en gediversifieerde export. Bovendien oogt de toekomst mooi, nu Italië een hoop geld krijgt uit het Europese coronaherstelfonds.
...

De Italiaanse economie is relatief ongeschonden uit de pandemie gekomen, en doet het zelfs beter dan die van de eurozone. Die laatste groeide in 2021 met 5,2 procent, wat al een aardig cijfer is. Italië doet daar een schep bovenop, met 6,5 procent groei. Volgens schattingen komt de Italiaanse productie dit kwartaal opnieuw op het niveau van voor de pandemie. Ook met het consumentenvertrouwen zit het goed, en de industrie doorstaat de bevoorradingsproblemen beter dan in andere landen, mede dankzij de sterke en gediversifieerde export. Bovendien oogt de toekomst mooi, nu Italië een hoop geld krijgt uit het Europese coronaherstelfonds. Het beste nieuws voor de Italiaanse economie kwam eind vorige maand. Mario Draghi, sinds februari 2021 premier van Italië, schuift niet door naar het presidentschap. Dat leek nochtans in de sterren geschreven, maar was buiten de onnavolgbare Italiaanse politiek gerekend. De bejaarde Sergio Mattarella blijft aan als president, tegen zijn zin. Uitgerekend Draghi deed het politieke masseerwerk, zodat het parlement met een overweldigende meerderheid voor de herbenoeming van Mattarella stemde. Het is tekenend voor het gezag van Draghi, de voormalige voorzitter van de Europese Centrale Bank, die in 2012 met slechts enkele woorden - " whatever it takes" - de euro in leven hield. De Italiaanse economie opnieuw op de juiste sporen zetten, zal echter meer dan woorden vergen. Italië mag dan zijn opgeveerd uit de coronacrisis, het maakt de decennialange stagnatie niet goed. De welvaart per hoofd van de bevolking is in geen twintig jaar gestegen. Tussen 2000 en 2019 bleef het bruto binnenlands product per hoofd hangen op zowat 27.000 euro. In de eurozone steeg het in dezelfde periode van 26.500 naar 31.000 euro, in België van 30.000 naar 36.000 euro. De productiviteit slabakt al sinds de jaren zeventig, en ook de snelle vergrijzing drukt de groei. De Italiaanse afhankelijkheidsgraad (het aantal 65-plussers in verhouding tot het aantal 15- tot 64-jarigen) behoort met 36,4 procent tot de hoogste in Europa. "Om het tij te keren, is tijd nodig, en die tijd heeft Draghi niet", zegt Lorenzo Codogno, het hoofd van LC Macro Advisers, een macro-economisch consultancybureau in Londen. "De volgende verkiezingen zijn over een jaar. Dat betekent dat de Italiaanse politiek over een halfjaar in campagnemodus gaat. Om de Europese miljarden binnen te halen, moet Draghi hervormingen door het parlement loodsen. Gezien de verzwakte partijen in de coalitie, zal hij daarin slagen. Het probleem ligt elders. Aangenomen hervormingen moet je ook uitvoeren, en daarvoor heb je meer dan een halfjaar nodig, zeker in Italië. Het land heeft bijvoorbeeld al twee grote hervormingen van de overheidsadministratie goedgekeurd; de tweede dateert van zes jaar geleden. Ze zijn nog altijd niet in praktijk gebracht. Want na de stemming komt een nieuwe regering met andere prioriteiten aan de macht. Ook nu weer riskeren veel initiatieven op papier te blijven staan. Want niemand weet hoe de volgende regering eruit zal zien." De ambitie van de huidige regering is nog nochtans groot. Om Italië productiever en ondernemingsvriendelijk te maken, staan een hervorming van het ingewikkelde belastingsysteem en een grondige herziening van de sociale zekerheid op het programma. De sociale zekerheid behoort tot de inefficiëntste en onrechtvaardigste van Europa, volgens Lorenzo Codogno: "Zo hangen de werkloosheidsuitkeringen in Italië af van de regio en de economische sector, wat bizar is voor een ontwikkeld land." Er staat ook nieuwe wetgeving op stapel rond een betere marktwerking en overheidsaanbestedingen. De hervorming van het logge justitieapparaat wacht op uitvoeringsbesluiten. "Het technische werk is achter de rug", zegt Codogno. "Nu komt het aan op politieke wil." Dat zal misschien meevallen. "De regering-Draghi heeft zich tot nu toe stabiel getoond, en voor de eerste keer in de geschiedenis is de Italiaanse politiek tot een welomlijnde lijst van hervormingen gekomen", zegt Bernardo Bertoldi, hoogleraar ondernemingsstrategie aan de universiteit van Turijn. Ook de Italiaanse ondernemingswereld toonde zich van zijn goede kant tijdens de coronacrisis. "De kleinste bedrijven hadden wat moeite om zich aan te passen aan de nieuwe wereld van coronaregels en de bijbehorende beperkingen", stelt Bertoldi. "Maar grote familiebedrijven zijn vaak sterker uit de pandemie gekomen. Ze tankten kapitaal bij en konden meer exporteren. En de grootste ondernemingen hebben de aanvoerketens draaiend gehouden door hun leveranciers - meestal kleine bedrijven - te helpen. Ze verschaften bijvoorbeeld duidelijke communicatie over hun productieplanning voor de eerstvolgende maanden, zodat de leverancier zich goed kon voorbereiden. Corona heeft de banden tussen de bedrijven in de Italiaanse aanvoerketens versterkt." Aan het fundamentele probleem van het Italiaanse bedrijfsleven zal corona niet veel hebben veranderd: de gapende kloof tussen een groep van innovatieve, vaak middelgrote bedrijven die concurreren op de wereldmarkt, en een grotere groep van ondermaatse, weinig productieve achterblijvers. Het economische overwicht van die laatste groep maakt dat de Italiaanse productiviteit al jaren slabakt. Dat betekent niet dat alles bij het oude is gebleven. "In een crisis zijn de Italianen altijd op hun best", zegt Bertoldi. "De omschakeling naar thuiswerk is ongelooflijk snel gegaan, met productieve gevolgen. Een werkvergadering in Italië startte vroeger altijd 10 minuten te laat, met daarna nog 5 minuten geklets over koetjes en kalfjes. Samen is dat een kwartier, wat niet weinig is. Nu ze via Zoom verlopen, beginnen de vergaderingen op tijd. Wellicht is de economie miljoenen minuten werktijd aan het winnen. En dan zwijg ik nog over de weggevallen gesprekken aan de koffieautomaat. De Italianen werken nu met meer focus. Of dat de productiviteit veel zal verhogen, weet ik niet. Maar naar Italiaanse standaarden is een kleine verhoging al een groot succes."