"De Duitse industrie kan na een terugval snel heropleven", zegt de invloedrijke Duitse managementgoeroe. "Dat zagen we ook na de crisis tien jaar geleden. Investeringen in machines, auto's en technische apparatuur kan je uitstellen, maar daar zijn grenzen aan. Als een machine stukgaat, moet je ze vervangen."
...

"De Duitse industrie kan na een terugval snel heropleven", zegt de invloedrijke Duitse managementgoeroe. "Dat zagen we ook na de crisis tien jaar geleden. Investeringen in machines, auto's en technische apparatuur kan je uitstellen, maar daar zijn grenzen aan. Als een machine stukgaat, moet je ze vervangen." Hermann Simon heeft meer dan dertig managementboeken geschreven. Naast de ingang van zijn adviesbureau Simon-Kucher in Bonn, hangen drie planken met daarop meters boeken, zijn bestsellers. Het bekendste is Hidden Champions, ofwel Verborgen kampioenen. Het gaat over de stille kracht van de Duitse economie: regionale familiebedrijven die, net als hun producten, onbekend zijn, maar door hun focus tot de top in hun niche behoren. Ze vormen de ruggengraat van de Duitse economie. De CEO, vaak uit de oprichtersfamilie, zit doorgaans twintig jaar op zijn stoel. De werknemers zijn er volgens Simon extreem loyaal. In de jaren negentig rezen twijfels over de levensvatbaarheid van de Duitse verborgen kampioenen in een globaliserende wereld. Die bleken onterecht. "Ze veroverden pijlsnel de wereld", zegt Simon. The Economist schreef dat globalisering voor de Duitse industrie een geschenk uit de hemel was. De 'waanzinnige groei' ziet Simon bij het opmaken van zijn lijsten. "Toen ik het eerste boek over Hidden Champions in 1996 publiceerde, had ik een omzetlimiet van 1 miljard dollar. Tien jaar later was dat 3 miljard, vervolgens 5 miljard in 2012. We werken nu aan een nieuw boek. We overwegen de grens op 10 miljard te leggen. Van mijn oorspronkelijke kampioenen is een handvol ten onder gegaan of overgenomen. Maar gemiddeld zijn de bedrijven tien keer zo groot als 25 jaar geleden." De vraag is of het Duitse succesmodel nog houdbaar is, nu de wereldleiders het protectionisme omarmen en de globalisering op haar retour is. Minister van Economie Peter Altmaier kwam met een industriebeleid voor 'nationale kampioenen', zoals ThyssenKrupp, Deutsche Bank en Siemens, niet voor de Mittelstand. De bedrijven zijn sterk afhankelijk van de export. De Duitse exportmachine en exportoverschotten liggen zwaar onder vuur, niet alleen van de Amerikaanse president Donald Trump maar ook van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). "Het is een gevaar. Het lijkt op een handelsstrijd, maar het gaat over dominantie in de wereld, een strijd tussen China en de Verenigde Staten. Maar op de lange termijn zie ik geen problemen. Trump kan de globalisering geen halt toeroepen. Laat ik u een paar cijfers geven. De Duitse export per hoofd van de bevolking bedraagt ongeveer 18.000 dollar per jaar. In China is dat 1800 dollar, in India 220 dollar. De Duitse export naar Zweden is groter dan die naar Afrika. Het potentieel is enorm, veel groter dan wat Trump ooit kan onderdrukken." Bedrijven in opkomende economieën blijken er wel steeds meer in te slagen de producten en de specifieke technische vaardigheden van de Duitsers te kopiëren. Thuis kampen de bedrijven met een tekort aan vakkrachten en de opvolging van de oprichters in de directie. Bovendien dankt de Duitse industrie haar vleugels aan de zwakke euro. "De zwakke euro heeft de bedrijven grote winsten opgeleverd, maar die waren ook wel makkelijk verdiend", stelt Simon. "Er is geen druk om de productiviteit te verhogen. Dat zal zich wreken in de komende vijf of tien jaar." Simon zegt dat de lage rente van de Europese Centrale Bank (ECB) veel Duitse bedrijven staande houdt, die normaal het loodje hadden gelegd. Natuurlijk zitten ook zogeheten zombiebedrijven bij de verborgen kampioenen, zegt Simon. "De meeste financieren zichzelf met hun eigen winsten. Maar banken in Duitsland zijn te lankmoedig. Bedrijven blijven overeind omdat ze altijd extra kredieten krijgen. Dat terwijl de Duitse economie als geheel een probleem heeft met de winstgevendheid. Bedrijven focussen op omzet, nemen orders aan om mensen in dienst te houden. Haast nergens in de wereld, behalve in Japan, liggen de marges na belasting lager dan in Duitsland. Gemiddeld verdient de Duitse economie haar kapitaalkosten niet terug. Ik zie bedrijven die al jaren geen winst meer maken. De verborgen kampioenen doen het op alle gebieden beter, ook in winstgevendheid." Duitsland heeft per hoofd van de bevolking ruim tien keer zoveel verborgen kampioenen dan landen als de VS, het Verenigd Koninkrijk en Japan. De regionale verschillen zijn groot. De meeste kampioenen komen uit het zuidelijke Baden-Württemberg (28 per miljoen inwoners), de minste uit Sachsen-Anhalt (1,3 per miljoen inwoners). De grootste concurrentie voor ons komt volgens Simon uit China. "Maar als je iets beter kunt maken in China of in India, dan moet je dat doen. Dan moet je deels Chinees worden. Zoek de toegevoegde waarde op de plek in de wereld waar dat het lucratiefst kan." Duitse bedrijven zijn nu al vele malen actiever in China met eigen fabrieken dan andersom. "De politieke opwinding over Chinese opkopers en een opmars in Europa is terug te voeren op pure onwetendheid." De zeventiger reist de wereld rond voor speeches en bedrijfsbezoeken. "Ik zie de modernste fabrieken in China, maar het kan uiteindelijk een gelijk speelveld worden. Als de Duitsers en de Europeanen hun fabrieken net zo automatiseren als de Chinezen, spelen de arbeidskosten geen doorslaggevende rol meer." In Duitsland is er veel twijfel of de eigen ondernemingen wel gewapend zijn voor de toekomst. De Duitse verborgen kampioenen zijn volgens Simon geen fossielen. "Het zijn vaak complexe en sterk gedigitaliseerde bedrijven. Ze hebben een diepgaande kennis, die niet beschikbaar is in de markt, en het klantencontact is zeer intensief. Daardoor boeken ze veel sneller resultaat in onderzoek en ontwikkeling. Deze verborgen kampioenen geven hun leidende positie heus niet zomaar op." Simon zegt dat Duitsland als digitale speler niet afgeschreven moet worden. "In de zakelijke markt staan we er goed voor. De barrières voor outsiders zijn er groter dan in de consumentenwereld. De nichemarkten in de zakelijke wereld zijn voor een bedrijf als Apple oninteressant. Een fabriek wordt door digitalisering niet afgedankt, ze wordt heringericht. Industriële bedrijven en hun processen zijn bovendien zeer complex. Dat breek je niet zomaar snel open met een paar slimme studenten."