Ook de Europese Centrale Bank (ECB) ontsnapt niet aan een tweede golf. In haar geval gaat het om een nieuwe deflatiegolf in het eurogebied.

De eerste deflatiegolf dateert van 2015, toen de eurocrisis en het relatief strikte budgettaire beleid de inflatie onderuit trapten. Anno 2020 duwt de coronacrisis de inflatie kopje-onder. Voor een stuk is dat te wijten aan tijdelijke factoren, zoals de lagere energieprijzen en de btw-verlaging in Duitsland, maar ook de kerninflatie staat onder druk. Het is duidelijk dat de coronacrisis in de eerste plaats een deflatoire schok is, omdat ze de bereidheid om te spenderen en te investeren aan banden legt. Een langere periode van deflatie zou de Europese economie nog meer schade berokkenen. Zonder een inflatie van ongeveer 2 procent dreigt de economische motor helemaal vast te lopen.

Help de ECB.

De geloofwaardigheid van de ECB staat op het spel. De voorbije jaren wist ze nauwelijks haar doelstelling - zo'n 2 procent inflatie - realiseren. De ECB reageerde op de coronacrisis door de geldverruiming gevoelig uit te breiden en door de banken van extra goedkope kredieten te voorzien. Bij gebrek aan succes overweegt de ECB over te stappen naar een agressievere strategie, met als nieuwe doelstelling een inflatie van gemiddeld 2 procent. Niemand weet echter hoe de ECB dat voor elkaar moet krijgen in een tijdperk waarin de inflatie aan banden wordt gelegd door de vergrijzing, versterkt door de coronacrisis.

De centrale banken kunnen in deze omstandigheden niet voldoende inflatie creëren, tenzij ze massaal overheidstekorten financieren of geld op de rekening van elke burger storten. De centrale banken hebben op korte termijn de hulp nodig van een expansief budgettair beleid om het gat in de vraag te dichten en deflatie te voorkomen, ondersteund door hervormingen om het budgettaire beleid op termijn geloofwaardig te houden. De bal ligt in het kamp van de politiek, voor de ECB domme dingen moet doen om een deflatiespiraal te voorkomen.

Ook de Europese Centrale Bank (ECB) ontsnapt niet aan een tweede golf. In haar geval gaat het om een nieuwe deflatiegolf in het eurogebied. De eerste deflatiegolf dateert van 2015, toen de eurocrisis en het relatief strikte budgettaire beleid de inflatie onderuit trapten. Anno 2020 duwt de coronacrisis de inflatie kopje-onder. Voor een stuk is dat te wijten aan tijdelijke factoren, zoals de lagere energieprijzen en de btw-verlaging in Duitsland, maar ook de kerninflatie staat onder druk. Het is duidelijk dat de coronacrisis in de eerste plaats een deflatoire schok is, omdat ze de bereidheid om te spenderen en te investeren aan banden legt. Een langere periode van deflatie zou de Europese economie nog meer schade berokkenen. Zonder een inflatie van ongeveer 2 procent dreigt de economische motor helemaal vast te lopen.De geloofwaardigheid van de ECB staat op het spel. De voorbije jaren wist ze nauwelijks haar doelstelling - zo'n 2 procent inflatie - realiseren. De ECB reageerde op de coronacrisis door de geldverruiming gevoelig uit te breiden en door de banken van extra goedkope kredieten te voorzien. Bij gebrek aan succes overweegt de ECB over te stappen naar een agressievere strategie, met als nieuwe doelstelling een inflatie van gemiddeld 2 procent. Niemand weet echter hoe de ECB dat voor elkaar moet krijgen in een tijdperk waarin de inflatie aan banden wordt gelegd door de vergrijzing, versterkt door de coronacrisis. De centrale banken kunnen in deze omstandigheden niet voldoende inflatie creëren, tenzij ze massaal overheidstekorten financieren of geld op de rekening van elke burger storten. De centrale banken hebben op korte termijn de hulp nodig van een expansief budgettair beleid om het gat in de vraag te dichten en deflatie te voorkomen, ondersteund door hervormingen om het budgettaire beleid op termijn geloofwaardig te houden. De bal ligt in het kamp van de politiek, voor de ECB domme dingen moet doen om een deflatiespiraal te voorkomen.