Het Wereld Economisch Forum in Davos is een hoogmis psychotherapie voor de internationale bedrijfselite. Elk jaar wordt diep gereflecteerd over de staat van de mensheid. Dit jaar willen de zakenlui zich outen als 'stakeholders voor cohesie en duurzaamheid'. Maar terwijl de topspelers van de wereldeconomie zich bezinnen over hun rol, verschuiven de spelregels.

De eerste fase van het handelsakkoord tussen de Verenigde Staten en China werd in Davos met opluchting begroet. De wereldeconomie snakt naar economische stabiliteit. Maar de voorlopige economische vrede tussen de grootste twee economieën is een oorlogsverklaring aan de rest van de wereld. China verbindt zich ertoe de komende twee jaar 200 miljard dollar meer te importeren uit de VS. Dat kan alleen door minder te importeren uit andere landen, ook Europa.

China bedreigt de globalisering, omdat zijn model van overheidssturing en overheidsbedrijven systemisch oneerlijke concurrentie inhoudt. Het gebruikt internationale handel voor economisch nationalisme. Het nieuwe handelsakkoord trekt de VS daarin mee. Verplichte invoer uit de VS vergt een Chinese overheid die bedrijven tot aankopen dwingt. Amerika is medeplichtig aan het Chinese staatskapitalisme. Het recupereert het Chinese economische nationalisme voor Amerikaans nationalisme.

Als grootmachten handelsakkoorden gebruiken om zichzelf tot winnaars te kronen en anderen tot verliezers te veroordelen, wordt globalisering gedegradeerd tot het recht van de sterkste. In plaats van een breed gemeenschappelijk speelveld voor vrijhandel ten bate van iedereen, krijgen we een verkaveling van het speelveld voor gestuurde handel ten bate van insiders.

Handelsnationalisme is een vicieuze cirkel.

De politisering de internationale handel voor nationale belangen werkt besmettelijk. Ze ondermijnt het vertrouwen tussen landen. Zo krimpt de bandbreedte voor een internationale politieke consensus. Dat noopt landen tot geprivilegieerde en selectieve handelsakkoorden. Daardoor vermindert de mogelijkheid om internationale akkoorden te sluiten. Dat leidt tot nog meer nationalisme en politisering. Handelsnationalisme is een vicieuze cirkel.

Ook Europa schuift op richting nationalisme. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk willen buitenlandse technologiebedrijven onderwerpen aan binnenlandse belastingen. De Europese Commissie wil de invoer naar Europa onderwerpen aan een koolstofbelasting, als die komt uit landen met minder klimaatambities.

Vrijhandel betekent nationale politieke verschillen respecteren binnen onderhandelde grenzen. Europa wil handel gebruiken om zijn politieke keuzes eenzijdig op te dringen. Natuurlijk streeft het Europese beleid naar een hoger doel van eerlijke belastingen en duurzame groei. Maar in de praktijk betekent dat Europese bedrijven beschermen en niet-Europese belasten.

China wil Chinese bedrijfskampioenen en Chinese invloed. De VS willen Amerikaanse banen en export. De Europese Unie wil groene industriële macht en meer technologische soevereiniteit. Elk op hun manier hebben de grootste drie economische mogendheden de globalisering ingeruild voor handelsnationalisme. China heeft nooit anders gedaan. Dat werd getolereerd in de hoop dat handel het Chinese nationalisme zou doen verwateren. In plaats daarvan heeft de handel de nationalistische besmetting universeel verspreid.

De wereld wordt armer en gevaarlijker als handel niet dient om te verenigen, maar om te verdelen. Als nationalisme handelsakkoorden dicteert, wordt handel een instrument voor conflict in plaats van een hefboom voor vrede. De wereld snakt naar standaarden: over klimaat, veiligheid, technologie, digitalisering en migratie. Vrijhandel kan standaarden faciliteren, door politieke en economische convergentie. Handelsnationalisme ondermijnt standaarden en promoot de belangen van de grootste landen. Tot die de hele wereld in kampen hebben verdeeld.

Het Wereld Economisch Forum in Davos is een hoogmis psychotherapie voor de internationale bedrijfselite. Elk jaar wordt diep gereflecteerd over de staat van de mensheid. Dit jaar willen de zakenlui zich outen als 'stakeholders voor cohesie en duurzaamheid'. Maar terwijl de topspelers van de wereldeconomie zich bezinnen over hun rol, verschuiven de spelregels. De eerste fase van het handelsakkoord tussen de Verenigde Staten en China werd in Davos met opluchting begroet. De wereldeconomie snakt naar economische stabiliteit. Maar de voorlopige economische vrede tussen de grootste twee economieën is een oorlogsverklaring aan de rest van de wereld. China verbindt zich ertoe de komende twee jaar 200 miljard dollar meer te importeren uit de VS. Dat kan alleen door minder te importeren uit andere landen, ook Europa. China bedreigt de globalisering, omdat zijn model van overheidssturing en overheidsbedrijven systemisch oneerlijke concurrentie inhoudt. Het gebruikt internationale handel voor economisch nationalisme. Het nieuwe handelsakkoord trekt de VS daarin mee. Verplichte invoer uit de VS vergt een Chinese overheid die bedrijven tot aankopen dwingt. Amerika is medeplichtig aan het Chinese staatskapitalisme. Het recupereert het Chinese economische nationalisme voor Amerikaans nationalisme.Als grootmachten handelsakkoorden gebruiken om zichzelf tot winnaars te kronen en anderen tot verliezers te veroordelen, wordt globalisering gedegradeerd tot het recht van de sterkste. In plaats van een breed gemeenschappelijk speelveld voor vrijhandel ten bate van iedereen, krijgen we een verkaveling van het speelveld voor gestuurde handel ten bate van insiders. De politisering de internationale handel voor nationale belangen werkt besmettelijk. Ze ondermijnt het vertrouwen tussen landen. Zo krimpt de bandbreedte voor een internationale politieke consensus. Dat noopt landen tot geprivilegieerde en selectieve handelsakkoorden. Daardoor vermindert de mogelijkheid om internationale akkoorden te sluiten. Dat leidt tot nog meer nationalisme en politisering. Handelsnationalisme is een vicieuze cirkel. Ook Europa schuift op richting nationalisme. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk willen buitenlandse technologiebedrijven onderwerpen aan binnenlandse belastingen. De Europese Commissie wil de invoer naar Europa onderwerpen aan een koolstofbelasting, als die komt uit landen met minder klimaatambities. Vrijhandel betekent nationale politieke verschillen respecteren binnen onderhandelde grenzen. Europa wil handel gebruiken om zijn politieke keuzes eenzijdig op te dringen. Natuurlijk streeft het Europese beleid naar een hoger doel van eerlijke belastingen en duurzame groei. Maar in de praktijk betekent dat Europese bedrijven beschermen en niet-Europese belasten. China wil Chinese bedrijfskampioenen en Chinese invloed. De VS willen Amerikaanse banen en export. De Europese Unie wil groene industriële macht en meer technologische soevereiniteit. Elk op hun manier hebben de grootste drie economische mogendheden de globalisering ingeruild voor handelsnationalisme. China heeft nooit anders gedaan. Dat werd getolereerd in de hoop dat handel het Chinese nationalisme zou doen verwateren. In plaats daarvan heeft de handel de nationalistische besmetting universeel verspreid. De wereld wordt armer en gevaarlijker als handel niet dient om te verenigen, maar om te verdelen. Als nationalisme handelsakkoorden dicteert, wordt handel een instrument voor conflict in plaats van een hefboom voor vrede. De wereld snakt naar standaarden: over klimaat, veiligheid, technologie, digitalisering en migratie. Vrijhandel kan standaarden faciliteren, door politieke en economische convergentie. Handelsnationalisme ondermijnt standaarden en promoot de belangen van de grootste landen. Tot die de hele wereld in kampen hebben verdeeld.