Haast u langzaam. Laat dat het devies zijn bij de vorming van een nieuwe federale regering. We kunnen het ons niet veroorloven ruim 500 dagen rondjes te draaien zoals in 2010 en 2011, want bij een ongewijzigd beleid draait de begroting helemaal in de soep. Tegen 2020 zal het structurele tekort oplopen tot 10 miljard euro en meer, met de groeten van stijgende uitgaven voor pensioenen en de gezondheidszorg, en met de groeten van de kunstgreep van de regering-Michel om inkomsten uit de vennootschapsbelasting naar voren te schuiven.

De combinatie van een hoge staatsschuld en een oplopend tekort maakt Europa terecht zenuwachtig, maar België glipt nogmaals door de mazen van het net omdat de Europese Commissie de handen vol heeft met Italië, het grote Europese zorgenkind. Intussen vertraagt ook de conjunctuur. Vanzelf zal de begroting dus niet verbeteren. Wie belooft zijn schoenen op te eten als de begroting in evenwicht raakt tegen 2022, neemt geen grote risico's.

Toch is er geen dwingende haast bij de vorming van een nieuwe federale regering. 2019 is 2011 niet. De legende wil dat de financiële markten in 2011 de politieke patstelling doorbraken. De rente op Belgisch overheidspapier schoot zo hard omhoog dat de vorming van een federale regering zich opdrong. Maar het was niet een nieuwe regering die de markten tot rust bracht, wel het gemak waarmee de Belgische spaarder de zogenaamde Leterme-bons kocht. De financiële markten beseften dat België een land is met een arme overheid, maar met een rijke bevolking, en dat het geen zin heeft tegen de Belgische spaarder te speculeren. Dat is vandaag niet anders. Bovendien deed de Europese Centrale Bank in 2011 nog niet whatever it takes om de Europese schuldencrisis te lijf te gaan en het voorbestaan van de euro te beschermen. Pas in 2012 schoot de ECB in actie. Met een bijzonder expansief beleid houdt ze de markten verdoofd en de rente kunstmatig laag. Op dat beleid kan je veel kritiek hebben, maar de kans op een nieuwe renteschok is bijzonder klein.

Haast u langzaam: laat dat het devies zijn bij de vorming van een nieuwe federale regering.

Het heeft ook geen zin in zeven haasten een federale regering in elkaar te flansen als die regering het herstelbeleid niet voortzet, of als die regering de economie kapot belast in een poging de begrotingsputten te vullen. Bart De Wever en Elio Di Rupo hebben de tijd om een compromis uit te werken. Ze hebben de tijd om tot een verdedigbaar regeerakkoord te komen. En als het water te diep is, hebben ze de tijd om structuren uit te tekenen, zoals het confederalisme, die de toekomst van elke deelstaat veiligstellen. Beter één jaar investeren in nieuwe toekomstmogelijkheden dan vijf jaar verliezen met een slechte regering. Wie pleit voor een snelle regeringsvorming, pleit voor een status quo die we ons niet meer kunnen veroorloven.

Europa deed België vorige week, in het kader van het Europese semester, een aantal aanbevelingen om de begroting op orde zetten en de economie te versterken. Eigenlijk schreef Europa het raamwerk van een verdedigbaar regeerakkoord. Europa vraagt meer van hetzelfde. De verhoging van de pensioenleeftijd, de taxshift en de hervorming van de vennootschapsbelasting hebben het groeipotentieel van de economie verhoogd, de werkloosheidsgraad verlaagd en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op middellange termijn verbeterd.

Maar het werk is lang niet af. Op langere termijn blijft de vergrijzing en de hoge schuldgraad een groot risico. Ondanks het optrekken van de pensioenleeftijd tot 67 jaar vanaf 2030, stijgen de vergrijzingskosten nog met 2,9 procent van het bruto binnenlands product (bbp) tegen 2070, vooral tijdens de eerstvolgende decennia. Bovendien blijven de vervroegde uitstapregelingen gunstig. De pensioendiscussie moet eigenlijk nog beginnen. Ook de uitgaven voor gezondheidszorg stijgen sneller dan gemiddeld in de Europese Unie, vertrekkend van een al relatief hoog niveau. Europa beveelt aan de stijging van de uitgaven te beperken tot 1,6 procent in nominale termen. De sanering dringt zich dus op langs de uitgavenkant. Een regeerakkoord schrijven dat de economie versterkt, is niet zo moeilijk. Het ligt al op tafel. Het wordt veel lastiger een meerderheid te vinden die dat akkoord wil ondertekenen.