Zondag 26 mei wordt beslist over de erfenis van de regering-Michel. Het is geen fortuin, maar de vooruitgang in de werkgelegenheid, de concurrentiekracht of de betaalbaarheid van de pensioenen is toch meer dan klein geld. Gaan we die erfenis opsouperen, zoals centrumlinks dat wil? Of gaan we de erfenis herbeleggen in de toekomst, zoals centrumrechts dat wil? In de deelstaten is de keuze wellicht snel gemaakt. In Vlaanderen zal een centrumrechtse meerderheid de toon blijven zetten, terwijl in Wallonië en Brussel een (centrum)linkse meerderheid het hoge woord kan voeren. Maar hoe prop je die tegenstellingen in een federale regering?

In het beste geval komt er een regering-Michel II, of een andere federale regering die het herstelbeleid voortzet. Vijf geleden was al duidelijk dat het minstens tien jaar zou vergen om het Belgische huishouden enigszins op orde te krijgen. De vertragingsmanoeuvres van CD&V in de regering-Michel I hebben die termijn zeker niet korter gemaakt. Het is in elk geval veel te vroeg om de vooruitgang in de werkgelegenheid, de concurrentiekracht, ja zelfs de begroting, weer prijs te geven. In het slechtste geval komt er een nieuwe regering-Di Rupo, of een regering met een 'retour du coeur'-agenda, met bijvoorbeeld een lagere pensioenleeftijd en nog hogere belastingen op vermogensinkomsten. Een andere mogelijkheid is dat er een monstercoalitie komt rond het centrum. Dat zou een regering worden die op de winkel past, maar geen potten kan breken. Daar schiet je ook niet veel mee op.

Goed sociaaleconomisch bestuur? Federaal als het kan, confederaal als het moet.

Als er op federaal niveau geen ernstig beleid meer gevoerd kan worden dat de Vlaamse economie vooruit helpt, en dus ook Brussel en Wallonië, dan moet het zwaartepunt van de besluitvorming nog veel meer verschuiven naar de deelstaten. Een goed sociaaleconomisch bestuur? Federaal als het kan, confederaal als het moet. Het territorium van de kat maakt niet uit, als ze maar muizen vangt. Het is uiteraard het democratische recht van de Waalse broeders om een links beleid te voeren, maar het wordt minder democratisch als Vlaanderen de factuur van die keuze moet betalen. Vandaag bestaan de inkomsten van de deelstaten voor een derde uit eigen belastingen. Dat moet minstens twee derde worden om de deelstaten echt de gevolgen te laten voelen van hun beleid, en hen op die manier te motiveren tot een goed beleid.

Hoe ontevreden de PS ook was met de regering-Michel, een vraag om meer autonomie kwam er niet. Wallonië heeft te weinig fiscale draagkracht om op eigen houtje een linkse koers te betalen. Het is veelzeggend dat Elio Di Rupo hengelt naar een herfinanciering van de deelstaten, omdat het geld in het zuiden nog maar eens bijna op is, en omdat de solidariteitsstromen zoals ze zijn ingebouwd in de zesde staatshervorming, langzaam afnemen. De hoge overheidsschuld en de inefficiënte overheid tonen aan dat dit 'chequeboekfederalisme' een dure vergissing is. En hoewel Wallonië nog behoefte heeft aan jaren verlenging van de solidariteit, extra geld alleen zal de Waalse economie er niet bovenop helpen.

De Waalse economie kreeg rake klappen in de jaren tachtig, maar wie zich levendig kan herinneren hoe er miljarden overheidssteun in de hoogovens van de staalbekkens werden versmolten tot schroot, die heeft al veel economische mirakels gezien, maar niet in Wallonië. De voorbije jaren zijn er inspanningen gebeurd, en is het groeiverschil met Vlaanderen grotendeels gedicht. Maar de grote kloof in welvaart per hoofd, in werkgelegenheid of in armoede geraakt niet gedicht. Je kunt die hardnekkige verschillen niet blijven negeren, noch verdedigen. Het Waalse herstel loopt veel te traag en botst op vermolmde politieke structuren, klinkt de analyse in het zuiden. Na 26 mei een beleid voeren en structuren bouwen die de Waalse economie op de rails krijgen, zou de grootste staatshervorming ooit worden en op termijn een heel mooie erfenis opleveren.