Eén ding moet je de Italiaanse politiek nageven: vervelend is ze nooit. Mario Draghi, de gewezen centrale bankier met een huizenhoge reputatie, leek in februari 2021 de geknipte man om Italië door de crisis te loodsen. Na anderhalf jaar heeft de Italiaanse politiek alweer een nieuwe oplossing tevoorschijn getoverd: Giorgia Meloni. Ze heeft een neofascistisch verleden, een afkeer van de lgbtq-lobby en vrienden als de Hongaarse premier Viktor Orbán. Ze is ook een vrouw met branie uit een bescheiden gezin, die zich omhoog heeft geknokt om op haar 29ste Italiaans parlementslid te worden, en twee jaar later de jongste minister ooit van Italië. Nu wordt ze wellicht de eerste vrouwelijke premier.

Giorgia Meloni moet van ver komen.

Het is uitkijken hoe dat uitpakt voor de derde economie van de eurozone, die met een hoge schuldgraad een permanent vraagteken is voor de stabiliteit van de muntunie. Toen de ECB in het voorjaar het einde van haar obligatie-aankopen aankondigde, ging de Italiaanse rente meteen hoger. Meloni zal zich dus geen economische bokkensprongen kunnen veroorloven, en beseft dat gelukkig ook. Ze beloofde de grote lijnen van Draghi's beleid voort te zetten, al was het maar om de rijkelijke 200 miljard euro uit het EU-coronahulpfonds veilig te stellen.

Hopelijk helpt het om Italië uit de stagnatie te halen. De welvaart per hoofd van de bevolking is in twintig jaar niet meer gestegen. De productiviteit slabakt al sinds de jaren zeventig. Steeds minder Italianen geloven nog in de politiek, getuige de historisch lage opkomst bij de verkiezingen van vorige zondag, of 63,9 procent. Broeders van Italië, de partij van Meloni, haalde een kwart van die stemmen. Meloni zal van ver moeten komen.

Eén ding moet je de Italiaanse politiek nageven: vervelend is ze nooit. Mario Draghi, de gewezen centrale bankier met een huizenhoge reputatie, leek in februari 2021 de geknipte man om Italië door de crisis te loodsen. Na anderhalf jaar heeft de Italiaanse politiek alweer een nieuwe oplossing tevoorschijn getoverd: Giorgia Meloni. Ze heeft een neofascistisch verleden, een afkeer van de lgbtq-lobby en vrienden als de Hongaarse premier Viktor Orbán. Ze is ook een vrouw met branie uit een bescheiden gezin, die zich omhoog heeft geknokt om op haar 29ste Italiaans parlementslid te worden, en twee jaar later de jongste minister ooit van Italië. Nu wordt ze wellicht de eerste vrouwelijke premier. Het is uitkijken hoe dat uitpakt voor de derde economie van de eurozone, die met een hoge schuldgraad een permanent vraagteken is voor de stabiliteit van de muntunie. Toen de ECB in het voorjaar het einde van haar obligatie-aankopen aankondigde, ging de Italiaanse rente meteen hoger. Meloni zal zich dus geen economische bokkensprongen kunnen veroorloven, en beseft dat gelukkig ook. Ze beloofde de grote lijnen van Draghi's beleid voort te zetten, al was het maar om de rijkelijke 200 miljard euro uit het EU-coronahulpfonds veilig te stellen. Hopelijk helpt het om Italië uit de stagnatie te halen. De welvaart per hoofd van de bevolking is in twintig jaar niet meer gestegen. De productiviteit slabakt al sinds de jaren zeventig. Steeds minder Italianen geloven nog in de politiek, getuige de historisch lage opkomst bij de verkiezingen van vorige zondag, of 63,9 procent. Broeders van Italië, de partij van Meloni, haalde een kwart van die stemmen. Meloni zal van ver moeten komen.