Die kleren zijn al lang gescheurd. Maar los daarvan: er hoeft helemaal geen tegenstelling te zijn. Gezondheid is economie, en economie is gezondheid.

Ik verklaar me nader. Als meer mensen in een land fysiek en mentaal gezond zijn, dan is dat goed voor de economie. Want gezonde mensen zijn productiever en houden de economie draaiende. Zelfs 65-plussers zullen - als ze relatief gezond zijn - actiever deelnemen aan de samenleving (uitstapjes maken, nuts- en andere goederen consumeren, voor de kleinkinderen zorgen,...) en daardoor mee de economie versterken. Gezondheid is dus economie.

Maar ook omgekeerd: als een economie niet draait of niet naar behoren draait, dan verslechtert de financiële situatie van veel gezinnen, stijgt de werkloosheid en is er meer armoede. Op hun beurt leiden die fenomenen tot een dalend welzijn en meer gezondheidsproblemen. Zelfs in een ogenschijnlijk goed draaiende economie, maar met grote sociaaleconomische tegenstellingen, zien we een enorme schade aan de gezondheid. De Nederlandse socioloog Johan Mackenbach berekende dat alleen al in Europa de sociaaleconomische ongelijkheid verantwoordelijk is voor 700.000 doden per jaar. Zevenhonderdduizend. Laat het getal gerust binnendringen. Een economie is geen doel op zich: ze moet er zijn voor het welzijn van de mensen.

Zoveel is nu duidelijk: er is geen tegenstelling tussen economie en gezondheid.

Vanwaar dan de discussie? Wel, die heeft te maken met hoe we naar gezondheid kijken en hoeveel we als samenleving bereid zijn te betalen voor gezondheid.

Laat ons ten eerste niet vergeten dat een goede gezondheidszorg een universeel mensenrecht is. Een samenleving is het aan zichzelf verplicht te investeren in de gezondheid van de mensen, met publieke middelen (zoals voor de sociale zekerheid). Maar we hebben niet al het geld van de wereld om te investeren in gezondheid. Dus moeten we met het beschikbare geld keuzes maken. Wat is een goede investering in gezondheid, en wat is een minder goede investering? Gezondheidseconomen hebben daarom het begrip 'kosteneffectiviteit' in het leven geroepen. Een behandeling, onderzoek, screeningsprogramma, enz... met een zeer hoge kostprijs en weinig gezondheidswinst is niet kosteneffectief. Maar als de kosten redelijk zijn en de gezondheidswinst groot, dan geven wij de stempel 'kosteneffectief'.

Gezondheid of economie? Beide!

Klinkt toch nog vaag, denkt u. Groot gelijk! Om het concreter te maken gebruiken we het begrip QALY: Quality Adjusted Life Years. Stel dat we het leven van een persoon met vijf jaar kunnen verlengen, en hij of zij kan die vijf jaar doorbrengen met een perfecte levenskwaliteit. Dan hebben we vijf QALY's gewonnen. Maar als de persoon de resterende jaren slechts aan 50 procent levenskwaliteit doorbrengt, dan spreken we van slechts 2,5 gewonnen QALY's. De levensjaren worden dus aangepast aan de kwaliteit van het leven tijdens die levensjaren.

Om die kosteneffectiviteit te kunnen interpreteren hebben we grenswaarden nodig die aangeven hoeveel we als samenleving bereid zijn te betalen voor het winnen van QALY's. Die limiet ligt niet op oneindig. In ons land wordt vaak - niet-officieel - een cijfer van 40.000 euro per QALY geciteerd. Het Zorginstituut Nederland opperde dat men bij ernstige ziekten tot 100.000 euro moet overhebben voor het winnen van een QALY.

Wat gebeurt er nu met de covid-19 crisis? We doen een enorme economische opoffering om dat vermaledijde virus te bestrijden en op die manier QALY's te winnen. Niemand weet hoeveel we hier betalen voor een QALY, maar een aantal gezondheids- en welzijnseconomen hebben al geopperd dat die investering/opoffering abnormaal hoog is en onverantwoord. Een Nederlandse expert gewaagde zelfs van 8 miljoen euro om een QALY te redden.

Natuurlijk hebben de gezondheidseconomen makkelijk praten. Wanneer een virus van ongekende onvoorspelbaarheid zich aandient, met bovendien huiveringwekkende gevolgen bij - gelukkig - een beperkt aantal mensen, dan moeten we niet eerst snel even gaan berekenen hoeveel een lockdown kost en of de prijs per QALY wel aanvaardbaar is. Gewoon onmogelijk, althans in het begin.

Maar nu zijn we een aantal weken verder. We leren elke dag bij over het virus en we begrijpen ook beter de funeste gevolgen van de lockdown: zware financiële verliezen, werkloosheid, armoede, persoonlijke en gezinsdrama's. Dan spreken we nog niet over andere gezondheidsproblemen die in de achtergrond verzeild geraken omdat mensen met klachten zich niet aandienen of kunnen aandienen bij zorgverleners of het ziekenhuis. Straks gaan we heel wat 'niet-covid' ernstig zieken en zelfs doden moeten tellen.

Als blijkt dat de lockdownmaatregelen en het langer aanhouden ervan meer gezondheids- en economische schade toebrengen dan de schade die ze vermijden, dan is de conclusie duidelijk: de lockdown afbouwen.

De inzichten om deze afweging te maken zijn nu beschikbaar. We hebben niet alleen betere mogelijkheden om te testen en te beschermen. Ook de rekenmodellen worden accurater, zodat ze een betere inschatting mogelijk maken van de impact van de heropstart van de niet-covidafdelingen van ziekenhuizen, en van de opening van bedrijven, winkels, scholen en restaurants, uiteraard mits de veiligheidsmaatregelen nageleefd worden.

Daarom een oproep aan alle betrokkenen. We hebben sereniteit nodig. En we moeten snel concrete, afgewogen en doorgesproken voorstellen op tafel leggen. Het initiatief van de econoom Geert Noels en een aantal experts uit diverse disciplines is een prima voorbeeld: de lockdown gefaseerd afbouwen, met duidelijke voorwaarden voor economisch verantwoorde 'physical distancing but social bonding', de optimale bescherming van vooral onze oudste medemensen, en flankerende maatregelen rond testen en het zoeken naar betere therapieën. Laat ons dat doen voor de economie en voor de gezondheid van ons allen, nu.

Die kleren zijn al lang gescheurd. Maar los daarvan: er hoeft helemaal geen tegenstelling te zijn. Gezondheid is economie, en economie is gezondheid.Ik verklaar me nader. Als meer mensen in een land fysiek en mentaal gezond zijn, dan is dat goed voor de economie. Want gezonde mensen zijn productiever en houden de economie draaiende. Zelfs 65-plussers zullen - als ze relatief gezond zijn - actiever deelnemen aan de samenleving (uitstapjes maken, nuts- en andere goederen consumeren, voor de kleinkinderen zorgen,...) en daardoor mee de economie versterken. Gezondheid is dus economie.Maar ook omgekeerd: als een economie niet draait of niet naar behoren draait, dan verslechtert de financiële situatie van veel gezinnen, stijgt de werkloosheid en is er meer armoede. Op hun beurt leiden die fenomenen tot een dalend welzijn en meer gezondheidsproblemen. Zelfs in een ogenschijnlijk goed draaiende economie, maar met grote sociaaleconomische tegenstellingen, zien we een enorme schade aan de gezondheid. De Nederlandse socioloog Johan Mackenbach berekende dat alleen al in Europa de sociaaleconomische ongelijkheid verantwoordelijk is voor 700.000 doden per jaar. Zevenhonderdduizend. Laat het getal gerust binnendringen. Een economie is geen doel op zich: ze moet er zijn voor het welzijn van de mensen.Zoveel is nu duidelijk: er is geen tegenstelling tussen economie en gezondheid.Vanwaar dan de discussie? Wel, die heeft te maken met hoe we naar gezondheid kijken en hoeveel we als samenleving bereid zijn te betalen voor gezondheid.Laat ons ten eerste niet vergeten dat een goede gezondheidszorg een universeel mensenrecht is. Een samenleving is het aan zichzelf verplicht te investeren in de gezondheid van de mensen, met publieke middelen (zoals voor de sociale zekerheid). Maar we hebben niet al het geld van de wereld om te investeren in gezondheid. Dus moeten we met het beschikbare geld keuzes maken. Wat is een goede investering in gezondheid, en wat is een minder goede investering? Gezondheidseconomen hebben daarom het begrip 'kosteneffectiviteit' in het leven geroepen. Een behandeling, onderzoek, screeningsprogramma, enz... met een zeer hoge kostprijs en weinig gezondheidswinst is niet kosteneffectief. Maar als de kosten redelijk zijn en de gezondheidswinst groot, dan geven wij de stempel 'kosteneffectief'.Klinkt toch nog vaag, denkt u. Groot gelijk! Om het concreter te maken gebruiken we het begrip QALY: Quality Adjusted Life Years. Stel dat we het leven van een persoon met vijf jaar kunnen verlengen, en hij of zij kan die vijf jaar doorbrengen met een perfecte levenskwaliteit. Dan hebben we vijf QALY's gewonnen. Maar als de persoon de resterende jaren slechts aan 50 procent levenskwaliteit doorbrengt, dan spreken we van slechts 2,5 gewonnen QALY's. De levensjaren worden dus aangepast aan de kwaliteit van het leven tijdens die levensjaren.Om die kosteneffectiviteit te kunnen interpreteren hebben we grenswaarden nodig die aangeven hoeveel we als samenleving bereid zijn te betalen voor het winnen van QALY's. Die limiet ligt niet op oneindig. In ons land wordt vaak - niet-officieel - een cijfer van 40.000 euro per QALY geciteerd. Het Zorginstituut Nederland opperde dat men bij ernstige ziekten tot 100.000 euro moet overhebben voor het winnen van een QALY. Wat gebeurt er nu met de covid-19 crisis? We doen een enorme economische opoffering om dat vermaledijde virus te bestrijden en op die manier QALY's te winnen. Niemand weet hoeveel we hier betalen voor een QALY, maar een aantal gezondheids- en welzijnseconomen hebben al geopperd dat die investering/opoffering abnormaal hoog is en onverantwoord. Een Nederlandse expert gewaagde zelfs van 8 miljoen euro om een QALY te redden. Natuurlijk hebben de gezondheidseconomen makkelijk praten. Wanneer een virus van ongekende onvoorspelbaarheid zich aandient, met bovendien huiveringwekkende gevolgen bij - gelukkig - een beperkt aantal mensen, dan moeten we niet eerst snel even gaan berekenen hoeveel een lockdown kost en of de prijs per QALY wel aanvaardbaar is. Gewoon onmogelijk, althans in het begin.Maar nu zijn we een aantal weken verder. We leren elke dag bij over het virus en we begrijpen ook beter de funeste gevolgen van de lockdown: zware financiële verliezen, werkloosheid, armoede, persoonlijke en gezinsdrama's. Dan spreken we nog niet over andere gezondheidsproblemen die in de achtergrond verzeild geraken omdat mensen met klachten zich niet aandienen of kunnen aandienen bij zorgverleners of het ziekenhuis. Straks gaan we heel wat 'niet-covid' ernstig zieken en zelfs doden moeten tellen. Als blijkt dat de lockdownmaatregelen en het langer aanhouden ervan meer gezondheids- en economische schade toebrengen dan de schade die ze vermijden, dan is de conclusie duidelijk: de lockdown afbouwen.De inzichten om deze afweging te maken zijn nu beschikbaar. We hebben niet alleen betere mogelijkheden om te testen en te beschermen. Ook de rekenmodellen worden accurater, zodat ze een betere inschatting mogelijk maken van de impact van de heropstart van de niet-covidafdelingen van ziekenhuizen, en van de opening van bedrijven, winkels, scholen en restaurants, uiteraard mits de veiligheidsmaatregelen nageleefd worden. Daarom een oproep aan alle betrokkenen. We hebben sereniteit nodig. En we moeten snel concrete, afgewogen en doorgesproken voorstellen op tafel leggen. Het initiatief van de econoom Geert Noels en een aantal experts uit diverse disciplines is een prima voorbeeld: de lockdown gefaseerd afbouwen, met duidelijke voorwaarden voor economisch verantwoorde 'physical distancing but social bonding', de optimale bescherming van vooral onze oudste medemensen, en flankerende maatregelen rond testen en het zoeken naar betere therapieën. Laat ons dat doen voor de economie en voor de gezondheid van ons allen, nu.